Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat het voertuig niet in gebruik is genomen en bij de garage stond. Ook is het voertuig niet op de openbare weg geweest. Gemachtigde verzoekt om de boete te matigen op basis van de bijzondere omstandigheden.
De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het boetebedrag te matigen met 25% omdat de redelijke termijn is overschreden. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het beroep voor het overige ongegrond te verklaren.
OverwegingenInhoudelijk
Ten tijde van de registercontrole was het op naam van het betrokkene gestelde voertuig niet verzekerd en de tenaamstelling in het kentekenregister evenmin geschorst. Gelet op de wettelijke bepalingen blijft het de eigen verantwoordelijkheid van de kentekenhouder om een verzekering voor zijn voertuig af te sluiten of tijdig de tenaamstelling van het kenteken te schorsen.
De beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep is van na 31 december 2023. Daarom is de vermenigvuldigingsfactor 0,25 van artikel 13a, lid 2, Wahv van toepassing (ECLI:NL:HR:2025:985).
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
zitting kantonrechter: 1 punt x 0,5 weging x € 907,- =
€ 453,50vermenigvuldigingsfactor x 0,25 = € 226,75