ECLI:NL:RBZWB:2025:9617

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
11452807 MB VERZ 24-983
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13a Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen verkeersboete wegens uitzichtbelemmering aan voertuig

Betrokkene is beboet voor het plaatsen van uitzichtbelemmerende voorwerpen op de voorruit en zijruiten van een voertuig op 30 maart 2024 te Terneuzen. Tegen deze administratieve sanctie is beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens is beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat de proceskostenvergoeding geen redelijke tegemoetkoming vormt en dat de toegepaste wegingsfactor onevenredig is ten opzichte van andere zaken. De officier van justitie verwees naar een arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2025, waarin werd bevestigd dat de toegepaste wegingsfactor niet leidt tot ongerechtvaardigde ongelijke behandeling.

De kantonrechter oordeelde dat de verminderingsfactor van 0,25 terecht is toegepast conform artikel 13a, tweede lid, Wahv. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en onevenredigheid faalde wegens gebrek aan concrete onderbouwing. De proceskostenvergoeding van €78,- is correct vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11452807 \ MB VERZ 24-983
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 21 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voorruit/zijruiten/windscherm/achterruit/rechterbuitenspiegel voorzien van uitzicht belemmerende onnodig voorwerpen op de Informaticastraat te Terneuzen op 30 maart 2024 om 15:49 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de proceskostenvergoeding geen ‘redelijke tegemoetkoming’ in de kosten is. Voorts is onduidelijk waarom de maatregelen voor Mulderzaken veel zwaarder uitpakken dan voor Woz-zaken, terwijl niet is onderzocht wat de tijdsbelasting is voor een Mulderzaak. Gemachtigde verzoekt voortaan wegingsfactor gemiddeld toe te passen. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan verder niets toegevoegd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Uit het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2025 volgt dat artikel 13a, tweede lid, Wahv niet leidt tot een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling en niet in strijd is met de verdragsbepalingen, waarop de gemachtigde zich beroept. Daarnaast is artikel 13a, tweede lid, Wahv van toepassing op de proceskostenvergoeding, die de officier van justitie in administratief beroep toekent. Verder is de boete bekendgemaakt na 31 december 2023, waardoor de extra wegingsfactor van toepassing is. De officier van justitie heeft daarom terecht de extra wegingsfactor toegepast.

Overwegingen

Verminderingsfactor
De kantonrechter is van oordeel, onder verwijzing naar ECLI:NL:RBNNE:2025:2957, dat de officier van justitie bij het vaststellen van de proceskostenvergoeding in administratief beroep terecht de verminderingsfactor van 0,25 toepast.
Artikel 13a Wahv bevat specifieke regels voor proceskosten in Wahv-zaken en bepaalt in het tweede lid, onder a, dat in administratief beroep de factor 0,25 geldt. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat dit ook voor de officier van justitie geldt.
Gelijkheidsbeginsel en evenredigheid
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat artikel 13a, tweede lid, Wahv geen ongerechtvaardigde ongelijke behandeling veroorzaakt en niet in strijd is met de genoemde verdragsbepalingen. Ook het beroep op onevenredigheid slaagt niet, nu dit niet met concrete gegevens is onderbouwd. [1]
Toepassing in deze zaak
Omdat de inleidende beschikking na 31 december 2023 bekend is gemaakt, is de extra wegingsfactor uit artikel 13a, tweede lid, onder a, Wahv van toepassing. De officier van justitie heeft de proceskostenvergoeding daarom terecht vastgesteld op € 78,-.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending:

Voetnoten

1.Hoge Raad 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:985.