Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat de lichtdoorlatendheid van de voorruit van zijn voertuig minder dan 55% bedroeg. Betrokkene stelde dat hij niet met een voertuig reed dat niet aan de eisen voldeed en betwijfelde de betrouwbaarheid van het meetapparaat, dat mogelijk een lege batterij had.
De rechtbank oordeelde dat uit het dossier, met name de verklaring van de verbalisant, voldoende blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden. De kantonrechter verwierp de twijfel over het meetapparaat omdat de meting duidelijk en uitgebreid was vastgelegd. Tevens is volgens vaste jurisprudentie niet vereist dat de overtreding tijdens het rijden wordt geconstateerd.
Er was echter sprake van een overschrijding van de redelijke termijn van meer dan tien maanden tussen het opleggen van de boete en de behandeling van het beroep. Daarom matigde de rechtbank de boete met 25%. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene.
De officier van justitie werd opgedragen het te veel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terug te betalen. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en de boete verlaagd tot € 187,50 plus administratiekosten.
Uitkomst: De boete wegens onvoldoende lichtdoorlatendheid is met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.