ECLI:NL:RBZWB:2025:970
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Boersma
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde en OZB-aanslag woning ongegrond verklaard
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, gesteld op €666.000 per 1 januari 2022, en tegen de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) 2023. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeelt of de waarde te hoog is vastgesteld.
De waarde is bepaald via de vergelijkingsmethode met drie referentiewoningen in dezelfde straat, waarbij de heffingsambtenaar rekening hield met verschillen in perceeloppervlakte, gebruiksoppervlakte en voorzieningen. Belanghebbende stelde dat de ligging van zijn woning minder gunstig is en dat de woning geen overkapping heeft, maar de rechtbank vond dat deze factoren voldoende waren verdisconteerd in de waardering.
Verder wees belanghebbende op een sterkere waardestijging van zijn woning ten opzichte van een naastgelegen woning en deed een beroep op het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat het gelijkheidsbeginsel niet werd geschonden omdat er geen begunstigend beleid was en slechts één vergelijkingsobject onvoldoende is voor de meerderheidsregel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de WOZ-waarde en aanslag OZB en wees proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en de aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.