ECLI:NL:RBZWB:2025:9700

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
10982698 \ MB VERZ 24-241
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen verkeersboete met gedeeltelijke matiging van de sanctie wegens overschrijding van de redelijke termijn

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een verkeersboete die aan betrokkene was opgelegd. De boete was opgelegd voor het parkeren van een elektrische auto op een parkeerplaats die bestemd was voor het opladen van elektrische voertuigen, terwijl de auto niet was aangesloten op de laadpaal. Betrokkene heeft aangevoerd dat de laadpaal defect was en dat zij niet in staat was om haar voertuig op te laden. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de gedraging waarvoor de boete was opgelegd, inderdaad had plaatsgevonden, maar heeft ook geconstateerd dat er sprake was van een overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. De kantonrechter heeft de boete daarom met 25% gematigd en de beslissing van de officier van justitie gewijzigd. Tevens is er een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene. De uitspraak benadrukt de verantwoordelijkheid van bestuurders om zich te vergewissen van de geldigheid van het parkeren op een bepaalde plek, ook als er problemen zijn met de laadpaal.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 10982698 \ MB VERZ 24-241
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 25 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 25 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op parkeergelegenheid met ander doel dan op (onder)bord is aangegeven op de Burgemeester Verwielstraat te Oisterwijk op 19 mei 2023 om 13:38 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene heeft haar elektrische auto geparkeerd op een parkeerplek bestemd voor het opladen van elektrische voertuigen. Echter was de laadpaal op het moment van het opleggen van de beschikking defect. Hierdoor was het niet mogelijk om het voertuig aan de laadpaal te koppelen. Betrokkene verzoekt dan ook om vernietiging dan wel matiging van de sanctie. Omdat het zaaksoverzicht niet onder ambtseed is opgesteld en niet is ondertekend, kan hieraan geen bijzondere bewijskracht toekomen. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat zij piket dienst had. Hierdoor kon betrokkene ook ’s nachts opgeroepen worden en wilde zij de auto dichtbij huis hebben staan. Gemachtigde voert voorts aan dat betrokkene meerdere keren contact heeft opgenomen met de eigenaar/exploitant om de laadpaal te laten repareren. Tot slot kan niet aan het onderborf worden voldaan, nu er niet kan worden opgeladen aan de laadpaal.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en daartoe het volgende aangevoerd. Het voertuig van betrokkene stond op een parkeerplaats die was bestemd voor het opladen van elektrische voertuigen terwijl het voertuig niet was aangesloten om op te laden. Daarmee staat vast dat de gedraging is verricht. Dat betrokkene wel de bedoeling had om het voertuig op te laden maar dit niet kon doen omdat de laadpaal defect was, maakt niet dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene heeft ervoor gekozen om haar voertuig op deze plaats te parkeren en hier geparkeerd te laten nadat zij ontdekt had dat de laadpaal defect was. De parkeerplaats werd daarmee gebruikt voor een ander dan het aangewezen doel. De gevolgen van deze keuze dienen voor rekening van betrokkene te komen. De zittingsvertegenwoordiger verwijst naar een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2023:6610). Wel is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn. De sanctie dient met 25% gematigd te worden.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant en de foto’s - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Er wordt ook niet ontkend dat er is geparkeerd terwijl de auto niet werd opgeladen.
Een bestuurder van een voertuig dient zich ervan te vergewissen dat parkeren of stilstaan op een bepaalde gelegenheid is toegestaan. Dit is een eigen verantwoordelijkheid. Als een laadpaal defect is dient daar niet geparkeerd te worden, nu deze plek is bedoeld om voertuigen op te laden ook als al meerdere malen tevergeefs om reparatie ervan is verzocht. Betrokkene heeft het risico aanvaard om beboet te worden, daar zij haar voertuig alsnog op de betreffende parkeerplek heeft laten staan. De boete is in zoverre dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet ook geen aanleiding om de boete te matigen. De kantonrechter overweegt dat de door betrokkene aangevoerde omstandigheid – te weten dat zij vanwege haar piketdienst haar voertuig bij voorkeur in de nabijheid van haar woning parkeert om te voorkomen dat zij zich ’s nachts alleen over een grotere afstand moet verplaatsen – uitsluitend relevant zou kunnen zijn in een situatie die zich daadwerkelijk gedurende de nacht voordoet. Nu evenwel is vastgesteld dat de gedraging om 13:38 uur heeft plaatsgevonden, kan aan deze omstandigheid in het kader van de beoordeling van de onderhavige gedraging geen betekenis worden toegekend. Ook de omstandigheid dat betrokkene meermaals melding heeft gedaan bij de eigenaar/exploitant van de laadpaal, maar hierop geen actie is ondernomen, leidt niet tot een ander oordeel.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft evenwel recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 27 juni 2023 en is de redelijke termijn dus met ruim vier maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskosten
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- =
€ 453,50
€ 907,00

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 82,50, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 27,50, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: