ECLI:NL:RBZWB:2025:985
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag omzetbelasting terecht opgelegd aan paardensportbedrijf
Belanghebbende, een vennootschap actief in de paardensport, voerde beroep aan tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode juni tot december 2013 van ruim € 1,5 miljoen. De inspecteur had de aanslag opgelegd omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de teruggevraagde btw verband hield met belastbare diensten.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde voor het bestaan van een rechtsbetrekking waarbij zij tegen betaling diensten aan de buitenlandse paardensportbond verleende. De latere sponsorovereenkomst uit 2015 was onvoldoende om terugwerkende kracht te verlenen aan de activiteiten in 2013. Ook het subsidiaire beroep op toekomstige verkoop van paarden werd afgewezen.
Verder stelde belanghebbende dat het verdedigingsbeginsel was geschonden, maar de rechtbank vond dat belanghebbende voldoende gelegenheid had gehad om haar standpunten naar voren te brengen. De naheffingsaanslag en de belastingrentebeschikking bleven dan ook in stand. Wel kende de rechtbank een vergoeding van € 4.500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan de inspecteur en de Staat elk de helft moesten betalen. Daarnaast werden proceskosten en griffierechten deels vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt gehandhaafd en belanghebbende ontvangt een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.