Eiseres heeft op 19 december 2023 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS) voor aanvullende schadevergoeding. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke termijn van 52 weken beslist, die volgens een eerdere uitspraak op 12 september 2025 eindigde. Eiseres stelde verweerder op 1 oktober 2025 in gebreke, waarna zij binnen twee weken beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat verweerder alsnog binnen een door de rechtbank opgelegde termijn moet beslissen. De rechtbank verwijst naar een eerdere lijn die een beslistermijn van 60 weken na het verstrijken van de wettelijke termijn voorschrijft, maar stelt in dit individuele geval een termijn van uiterlijk 6 november 2026 vast.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De rechtbank wijst verzoeken van verweerder af om de beslistermijn te laten staken tijdens alternatieve trajecten voor minnelijke regeling.