Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 februari 2026 in de zaak tussen
[eisers] , uit [woonplaats] , eisers
Samenvatting
.Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- Voor het aspect karakter van de bestemming is sprake van beperkt nadeel.
- Voor hinder is per saldo sprake van duidelijk nadeel.
- Voor uitzicht is sprake van duidelijk voordeel omdat het zorgcentrum op ca. 44 meter mag worden gerealiseerd vergeleken met een woning op ca. 25 meter.
- Voor het aspect privacy is sprake van duidelijk voordeel omdat het parkeerterrein niet meer inbreuk oplevert dan een woning op ca. 25 meter.
- Anders dan in het advies van de SAOZ, vindt het college het effect voor schaduw neutraal.
Het college betoogt dat in dit geval geen planologische vergelijking hoeft te worden gemaakt tussen het oorspronkelijke planologische regime dat wordt gevormd door het bestemmingsplan van 19 december 2011 en de beheersverordening van 24 juni 2013 en het nieuwe planologische regime, omdat in dit geval sprake is van een nadeligere voorzienbare ontwikkeling die bestond vóór het oorspronkelijke planologische regime. Die nadeligere voorzienbare ontwikkeling is het plan voor de bouw van vijf woningen in de Kwaliteitsatlas en de Gebiedsoptimalisatie. Het college verwijst hierbij naar twee uitspraken van de ABRvS van 5 juni 2013 en 29 april 2015. [5]
Bovendien constateert de rechtbank dat eisers het feitelijk ermee eens zijn dat het college de voorzienbare ontwikkeling heeft vergeleken met het nieuwe planologische regime, maar dat zij vinden dat deze vergelijking alleen mogelijk is nadat het oude en nieuwe planologische regime eerst met elkaar zijn vergeleken. Tijdens de zitting heeft de adviseur van eisers immers verklaard blij te zijn dat de vergelijking tussen de woningbouw en het nieuwe planologische regime is gemaakt in het rapport van de SAOZ. Ook zijn eisers in de beroepsfase steeds uitgegaan van een vergelijking van de Kwaliteitsatlas en Gebiedsoptimalisatie met de omgevingsvergunning.
In de eerste plaats concludeert [naam] dat het bouwen van woningen juist een waardevermeerdering oplevert. Vijf woonkavels verhogen de waarde van de omgeving vergeleken met een parkeerterrein met aankomende en vertrekkende auto’s in de nachtelijke uren. Bovendien liggen tegen het perceel van eisers in het oosten, westen en zuiden al woningen, waardoor de woningen aan de noordkant een logische ontwikkeling zijn en weinig problemen opleveren. Woningbouw heeft dus geen negatieve gevolgen terwijl eisers nadeel hebben van het zorgcentrum. Ten tweede zijn de (geluids)overlast van de parkeerplaats van het gezondheidscentrum en de privacy inbreuk onvoldoende meegewogen. De parkeerplaats ligt direct naast het perceel van eisers en is dag en nacht toegankelijk voor bezoekers. Het standpunt van SAOZ dat een woning met twee lagen meer inbreuk zou opleveren dan het gezondheidscentrum en het parkeerterrein, kunnen eisers niet volgen.
De rechtbank erkent dat eisers nadeel ondervinden van het gezondheidscentrum en het parkeerterrein. Het college heeft echter op grond van het advies van de SAOZ in redelijkheid kunnen stellen dat deze negatieve effecten worden gecompenseerd na verrekening met de positieve effecten waardoor per saldo geen sprake is van negatieve effecten. Het gezondheidscentrum staat op een afstand van 44 meter vanaf de woning van eisers en dus op een grotere afstand dan de vijf woningen die er zouden komen volgens de Kwaliteitsatlas en de Gebiedsoptimalisatie waardoor minder sprake is van de aantasting van de privacy als gevolg van zicht op het perceel van eisers.
De rechtbank is ook met het college van mening dat het parkeerterrein gelet op de impact op privacy en overlast niet nadeliger is dan het plan voor de vijf woningen. Hoewel een parkeerterrein toegankelijk is voor meer mensen dan een woning, volgt uit (de ruimtelijke onderbouwing van) de omgevingsvergunning dat het parkeerterrein alleen overdag in gebruik is voor bezoekers van het gezondheidscentrum en dat het gedeelte van het parkeerterrein dat ligt langs de woning van eisers in de nacht wordt afgesloten met een slagboom. Alleen overlast die inherent is aan het planologisch gebruik kan worden meegewogen. [9] Overlast als gevolg van het niet naleven van wettelijke voorschriften of mogelijke uitwassen komt ook niet in aanmerking. [10]
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
1. ter plaatse van het bouwvlak:
a. gebouwen;
2. buiten het bouwvlak:
a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
aanduiding
aanduiding
aanduiding