Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar door de Dienst Toeslagen, ondanks een eerdere uitspraak van de rechtbank die verweerder een beslistermijn gaf tot 25 juni 2025.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn op van twee weken na verzending van deze uitspraak, aansluitend bij een lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast wordt een dwangsom van €250 per dag opgelegd met een maximum van €37.500 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en bevestigt dat verweerder binnen de gestelde termijn alsnog een besluit moet nemen op het bezwaar van eiseres.