Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van Sabewa Zeeland, de heffingsambtenaar,
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- draagt de heffingsambtenaar op een nieuwe uitspraak op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 25;
- veroordeelt de Staat tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 75;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 782,75 aan proceskosten aan belanghebbende;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan belanghebbende moet vergoeden.