ECLI:NL:RBZWB:2026:1215
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.S.S. Obispo
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens niet voldoen aan referte-eis zonder onbetaald verlof
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een WW-uitkering, die door het UWV is afgewezen omdat hij niet voldeed aan de referte-eis: in de 36 weken voorafgaand aan werkloosheid moet minimaal 26 weken gewerkt zijn. Eiser voerde aan dat hij onbetaald verlof had genoten, waardoor de referteperiode zou moeten worden verlengd.
De rechtbank stelt vast dat eiser van 15 februari 2024 tot en met 25 juni 2024 niet heeft gewerkt vanwege een ontslag op staande voet, dat later werd ingetrokken en omgezet in een beëindiging met wederzijds goedvinden. Uit de vaststellingsovereenkomst blijkt echter niet dat de werkgever heeft ingestemd met onbetaald verlof. Bovendien was het ontslag de initiële reden voor het niet werken, niet het onbetaald verlof.
De rechtbank concludeert dat niet is voldaan aan de restrictief uitgelegde uitzondering voor onbetaald verlof in artikel 17a lid 1 sub c van de WW. Hierdoor is geen sprake van voorverlenging van de referteperiode en voldoet eiser niet aan de referte-eis. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de WW-uitkering wegens niet voldoen aan de referte-eis zonder onbetaald verlof.