ECLI:NL:RBZWB:2026:1477
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na kwijtschelding vordering UWV
Eiser ontving een WW-uitkering die later door het UWV werd ingetrokken en teruggevorderd wegens niet-melding van zelfstandige werkzaamheden. Na diverse procedures werd de terugvordering bevestigd door de Centrale Raad van Beroep. Eiser verzocht om kwijtschelding en een betalingsregeling, maar het UWV wees deze verzoeken af.
Tijdens de beroepsprocedure tegen de betalingsregeling heeft het UWV de openstaande vordering van ruim € 82.000 volledig kwijtgescholden. Hierdoor verviel de betalingsregeling. De rechtbank beoordeelde of eiser nog procesbelang had bij het beroep tegen de betalingsregeling.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang, omdat het resultaat dat eiser nastreeft (kwijtschelding of intrekking van de oorspronkelijke terugvordering) reeds onherroepelijk is geworden en alleen via een herzieningsverzoek kan worden bereikt. De betalingsregeling is komen te vervallen, waardoor het beroep feitelijk geen betekenis meer heeft.
Eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht werd niet teruggegeven. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 5 maart 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na volledige kwijtschelding van de vordering door het UWV.