ECLI:NL:RBZWB:2026:1756
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende deed op 7 oktober 2021 aangifte BPM voor een Audi SQ7 SUV en betaalde € 7.371. De inspecteur liet een hertaxatie uitvoeren en legde een naheffingsaanslag van € 4.454 op, met belastingrente van € 13. Belanghebbende maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank beoordeelde het beroep op 29 januari 2026.
De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht was maar diende te worden verlaagd. De inspecteur had de taxatiemethode van belanghebbende aanvankelijk betwist, maar de rechtbank vond dat deze methode toegepast mocht worden. De historische nieuwprijs werd vastgesteld op € 172.702 en de handelsinkoopwaarde op € 58.500 minus schadecorrecties. De koerslijst Eurotax werd niet aanvaard, maar de X-Ray lijst van DRZ wel. De naheffing werd verminderd tot € 4.066.
Het vertrouwensbeginsel werd niet geschonden omdat de inspecteur tijdig handelde en geen uitlatingen had gedaan die vertrouwen wekten dat geen naheffing zou volgen. Wel werd een immateriële schadevergoeding van € 1.500 toegekend wegens een overschrijding van de redelijke termijn van ongeveer 16 maanden. Deze vergoeding werd verdeeld tussen de inspecteur en de Staat.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, en bepaalde dat de belastingrente dienovereenkomstig wordt verminderd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd en belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding toegekend.