Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.[eiser 1] VOF,
2.
[eiser 2],
3.
[eiser 3],
4.
[eiser 4],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de brief van 30 oktober 2025 met productie 7 van het waterschap;
- de mondelinge behandeling van 11 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de spreekaantekeningen van mr. Beele;
- de spreekaantekeningen van mr. Pieterse voor zover deze zijn voorgedragen.
3.De feiten
Gistermorgen om 11.00 uur stond het water nog 20 cm onder de slootkant, ca 12.00 uur was het helemaal volgestroomd, het leek wel een explosie van water ook de kas is toen volgeschoten waar nu een zoetige weeeïge lucht hangt. Het water staat ca 15 a 20 cm hoog.”
4.Het geschil
5.De beoordeling
conditio sine qua nonverband staat tot het aansprakelijkheid vestigend feit, met andere woorden of de schade was uitgebleven als het aansprakelijkheid vestigend feit wordt weggedacht. Ook op dit punt heeft het waterschap verweer gevoerd.
- welk effect de duur van het onder water staan heeft op hortensia’s,
- hoe lang het water in de kas heeft gestaan in de werkelijke situatie,
- hoe lang het water in de kas zou hebben gestaan in de hypothetische situatie met maatregelen.