ECLI:NL:RBZWB:2026:181

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
25/155 t/m 25/181
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van de heffingsgrondslag voor kansspelbelasting bij online pokerspelen en de rol van freebies en welkomstbonussen

In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 15 januari 2026, wordt de zaak behandeld van een belanghebbende die online pokerspelen aanbiedt en bezwaar heeft gemaakt tegen de voldoening van kansspelbelasting over de periode van 1 april 2022 tot en met 30 september 2024. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur van de Belastingdienst de bezwaren van belanghebbende ten onrechte ongegrond heeft verklaard. De rechtbank stelt vast dat in de wet geen definitie is opgenomen van de term 'hetgeen anders dan als inzet is ontvangen voor het geven van de gelegenheid tot deelneming aan een kansspel'. De rechtbank concludeert dat er geen grondslag bestaat om een fictieve 'rake' in aanmerking te nemen bij de vaststelling van de heffingsgrondslag voor de kansspelbelasting. Dit betekent dat de door belanghebbende verstrekte freebies en welkomstbonussen niet als belastbare elementen kunnen worden beschouwd. De rechtbank vernietigt de uitspraken op bezwaar en verleent teruggaaf van de teveel betaalde kansspelbelasting over de onderhavige tijdvakken. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld tot betaling van proceskosten aan belanghebbende.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 25/155 tot en met 25/181
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 15 januari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] (Malta), belanghebbende

(gemachtigde: mr. T.J. Kok),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 29 november 2024.
1.1.
Belanghebbende heeft over de tijdvakken gelegen in de periode 1 april 2022 tot en met 30 september 2024 aangiften kansspelbelasting gedaan (aangiften kansspelbelasting). Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de voldoeningen op aangifte tegen voornoemde tijdvakken, met uitzondering van de tijdvakken maart 2023, april 2023 en maart 2024. Per tijdvak heeft belanghebbende de volgende bedragen aan kansspelbelasting voldaan.
Tijdvak
Bedrag kansspelbelasting
April 2022
€ 417.467
Mei 2022
€ 555.885
Juni 2022
€ 535.597
Juli 2022
€ 493.088
Augustus 2022
€ 455.317
September 2022
€ 677.782
Oktober 2022
€ 674.034
November 2022
€ 661.138
December 2022
€ 510.825
Januari 2023
€ 635.965
Februari 2023
€ 584.023
Mei 2023
€ 726.367
Juni 2023
€ 701.260
Juli 2023
€ 766.438
Augustus 2023
€ 788.290
September 2023
€ 774.992
Oktober 2023
€ 755.781
November 2023
€ 715.787
December 2023
€ 774.946
Januari 2024
€ 864.154
Februari 2024
€ 745.681
April 2024
€ 792.173
Mei 2024
€ 869.805
Juni 2024
€ 745.681
Juli 2024
€ 810.205
Augustus 2024
€ 854.951
September 2024
€ 781.136
1.2.
De inspecteur heeft de bezwaren tegen de voldoeningen op aangifte van belanghebbende tegen de bovengenoemde tijdvakken ongegrond verklaard.
1.3.
De inspecteur heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft de beroepen op 13 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende en namens de inspecteur, mr. [inspecteur 1] , mr. [inspecteur 2] , mr. [inspecteur 3] , mr. [inspecteur 4] , mr. [inspecteur 5] en mr. [inspecteur 6] .
1.5.
Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht uiterlijk 15 januari 2026 uitspraak te doen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of belanghebbende te veel kansspelbelasting op aangifte heeft voldaan. Tevens beoordeelt de rechtbank of belanghebbende recht heeft op vergoeding van rente. De rechtbank beoordeelt dit aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.
3. Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende te veel kansspelbelasting op aangifte voldaan
.Verder is de rechtbank van oordeel dat belanghebbende geen recht heeft op vergoeding van rente. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten

4. Belanghebbende houdt een vergunning tot het organiseren van online kansspelen op afstand als bedoeld in artikel 31a, eerste lid, van de Wet op de kansspelen (Wok) en is belastingplichtig voor de kansspelbelasting als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de kansspelbelasting (Wet KSB). Belanghebbende biedt online pokerspelen aan.
4.1.
Een speler die een online kansspel wil spelen bij belanghebbende, moet eerst een speelrekening openen. Het speeltegoed op de speelrekening kan de speler vervolgens inzetten op een pokerspel of toernooi die belanghebbende aanbiedt. Een speler kan het speeltegoed op de speelrekening te allen tijde terugboeken naar zijn bankrekening. Het speeltegoed op de speelrekening kan niet vervallen.
4.2.
Belanghebbende verstrekt aan haar spelers speeltegoeden bij de volgende promotionele acties:
1. Daily Freebie: gratis deelname spel;
2. Fish Buffet loyaliteitsprogramma: een achteraf aan een speler verstrekte cashback waarvan de hoogte afhankelijk is van de aan belanghebbende betaalde rake (de commissievergoeding);
3. Welkomstbonus:
optie 1: gratis speeltegoed o.a. in de vorm van welkomstbonus;
optie 2: 100% stortingsbonus;
4. Leaderboards: een achteraf aan spelers verstrekte cashback die in een bepaalde periode de meeste punten hebben verzameld.
4.3.
De freebies en welkomstbonussen worden door belanghebbende op de bonusrekening van de speler geplaatst. Een speler kan de nominale waarde ervan niet uit laten keren, maar alleen inzetten als speeltegoed. De freebies en welkomstbonussen hebben een beperkte geldigheidsduur. De cashbacks met betrekking tot het Fish Buffet en de leaderboards worden gestort op de speelrekening van de speler en kunnen wél door de speler worden opgenomen.
4.4.
Belanghebbende heeft in de periode van april 2022 tot en met september 2024 aangiften kansspelbelasting gedaan. In de aangiften is hetgeen anders dan als inzet ontvangen is voor het geven van gelegenheid tot deelneming aan kansspelen (de rake) vermeld. Daarbij heeft belanghebbende voor de verstrekte freebies en welkomstbonussen rekening gehouden met een (fictieve) rake over de nominale waarde van de deelname aan het kansspel. Daarnaast heeft belanghebbende cashbacks in verband met het Fish Buffet en de leaderboards niet in mindering op de rake gebracht.
4.5.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de voldoening op aangiften over de onderhavige tijdvakken (zie 1.1). De inspecteur heeft de bezwaren van belanghebbende ongegrond verklaard.

Motivering

Wettelijk kader
4.6.
Artikel 3, eerste lid, aanhef en letter a, van de Wet KSB luidt:

De belasting wordt geheven:
in de gevallen waarin artikel 1, onderdeel a, b, c, d, e of f, van toepassing is, naar het verschil tussen de in een tijdvak ontvangen inzetten en de ter beschikking gestelde prijzen en naar hetgeen in een tijdvak anders dan als inzet ontvangen is voor het geven van gelegenheid tot deelneming aan kansspelen
4.7.
In de memorie van toelichting [1] voorafgaand aan de invoering van de heffing van kansspelbelasting met betrekking tot casinospelen in 1981, is het volgende opgemerkt:
“Concreet komt het voorstel erop neer dat de door de huidige wet vereiste heffing (…) wordt vervangen door een kansspelbelasting van 33 1/3% over het brutospelresultaat (verschil tussen uitkeringen en inzetten) dat door een casino-organisator wordt behaald met spelen tegen het casino, zoals roulette en black-jack, en over de vergoeding wegens bemiddeling bij spelen waarbij het casino niet optreedt als tegenspeler, zoals baccara.
4.8.
In de memorie van toelichting bij de wijziging van de Wet KSB [2] is met betrekking tot artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet KSB het volgende opgemerkt:

Het verstrekken van bonussen is een belangrijke vorm van marketing van kansspelen op afstand. Bonussen zijn onmisbaar voor een attractief legaal aanbod van kansspelen op afstand. (…) Bonussen zullen voor de aanbieder niet fiscaal aftrekbaar zijn en tellen daarom mee in de omvang van het bruto spelresultaat waarover belasting geheven wordt. Hiermee wordt voorkomen dat een prikkel wordt gecreëerd voor vergunninghouders om onbeperkt bonussen te verstrekken.
(…)
De voorgestelde vormgeving van deze heffing van kansspelbelasting sluit aan bij de heffingswijze die thans geldt voor binnenlandse kansspelen die via het internet worden gespeeld, voor landgebonden casinospelen en voor kansspelautomatenspelen, namelijk heffing bij de aanbieder over het bruto spelresultaat (inleg minus prijzen alsmede de vergoeding voor het geven van gelegenheid tot deelname aan kansspelen).
(…)
Om die reden wordt voorgesteld als grondslag voor de kansspelen op afstand aan te houden het zogeheten bruto spelresultaat. In het eerste subonderdeel van artikel 33e, tweede lid, is dit omschreven als het verschil tussen de ontvangen inzetten en de uitgekeerde prijzen. Tot de inzetten worden hierbij ook gerekend de speeltegoeden die de vergunninghouder de speler gratis ter beschikking stelt om mee te kunnen spelen (bonussen). Deze worden niet gerekend tot de prijzen, aangezien zij door de speler niet te gelde kunnen worden gemaakt.
(…)
Onder de huidige Wet KSB is de belastinggrondslag voor kansspelen waarop artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet KSB, van toepassing is het verschil tussen de in een tijdvak (kalendermaand) ontvangen inzetten en de ter beschikking gestelde prijzen, oftewel het bruto spelresultaat, tenzij een ander dan de belastingplichtige de prijzen ter beschikking stelt. Als een ander de prijzen ter beschikking stelt, is hetgeen in een tijdvak (kalendermaand) ontvangen wordt voor het geven van gelegenheid tot deelneming aan casinospelen of tot deelneming aan binnenlandse kansspelen welke via het internet worden gespeeld de belastinggrondslag. Hetgeen ontvangen wordt voor het geven van de gelegenheid tot het deelnemen aan kansspelen kan bijvoorbeeld de toernooifee voor pokertoernooien zijn, de rake voor pokercashgames, de commissie voor het geven van de gelegenheid tot het spelen van baccarat of de commissie voor het geven van de gelegenheid om met andere spelers weddenschappen af te sluiten. In de praktijk is het niet altijd duidelijk wie de prijs ter beschikking stelt en dus wat de juiste belastinggrondslag is. Ook komt het, met name bij kansspelen op internet, voor dat degene die de prijs ter beschikking stelt tevens een vergoeding ontvangt voor het geven van gelegenheid tot deelname aan het kansspel. Het bruto spelresultaat is dan vaak nihil. De aanbieder genereert zijn inkomsten uit de vergoeding. Naar de huidige tekst van artikel 3, eerste lid, onderdeel a, is de belastinggrondslag dan nihil, terwijl degene die het kansspel aanbiedt wel inkomsten genereert. Om een einde te maken aan de discussie wie de prijzen ter beschikking stelt, en om te voorkomen dat een belastinggrondslag ontbreekt, wordt na inwerkingtreding van deze wetswijziging zowel het bruto spelresultaat als de vergoeding voor het geven van gelegenheid tot deelneming aan kansspelen belast. Voor de bepaling van de belastinggrondslag is het niet van belang of de belastingplichtige dan wel een ander de inzetten ontvangt, de prijzen ter beschikking stelt of de vergoeding voor het geven van gelegenheid tot deelneming aan kansspelen ontvangt.
Freebies en welkomstbonussen
Standpunten van de partijen
4.9.
Belanghebbende heeft gesteld dat onder ‘anders dan als inzet ontvangen’ enkel begrepen dient te worden het daadwerkelijk door belanghebbende ontvangen bedrag. Omdat de Wet KSB geen definitie hiervan geeft, dient dit getoetst te worden aan de hand van de context en de doelstellingen van de begrippen, aldus belanghebbende. Aangezien over de freebies en de welkomstbonussen geen rake wordt betaald door de spelers, is geen sprake van een daadwerkelijk ontvangen bedrag. Volgens belanghebbende is daarom in de aangiften ten onrechte rekening gehouden met een (fictieve) rake over de verstrekte freebies en welkomstbonussen. Indien belanghebbende in het gelijk wordt gesteld, dient de voldoening op aangifte te worden verminderd conform de bedragen die belanghebbende heeft opgenomen in haar beroepschrift (zie hieronder 4.14).
4.10.
De inspecteur is van mening dat een freebie of een welkomstbonus op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet KSB belast dienen te worden. Ter onderbouwing van dit standpunt verwijst de inspecteur naar de memorie van toelichting [3] waarin het bruto spelresultaat besproken wordt. Ter zitting heeft de inspecteur zijn standpunt nader toegelicht en gesteld dat, hoewel artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet KSB uit twee onderdelen bestaat (zijnde de ‘ontvangen inzetten’ en het ‘anders dan als inzet ontvangen’), de heffingsmaatstaf van beide onderdelen het bruto spelresultaat is. Daarom is de voornoemde passage uit de memorie van toelichting ook van toepassing op het onderdeel ‘anders dan als inzet ontvangen’. Volgens de inspecteur is het één containerbegrip. Daarbij wijst de inspecteur erop dat de rake afhankelijk kan zijn van het doen van inzetten en het naar zijn mening niet past om de bonusinzetten voor de ontvangen inzetten wel mee te nemen, maar voor de daarmee samenhangende rake niet.
Beoordeling
4.11.
De rechtbank stelt vast dat in de tekst van de wet geen definitie is opgenomen van de term ‘hetgeen anders dan als inzet is ontvangen voor het geven van de gelegenheid tot deelneming aan een kansspel’. De rechtbank leidt uit de in 4.8 geciteerde passage uit de memorie van toelichting af dat voor de belastinggrondslag een onderscheid wordt gemaakt in de begrippen ‘bruto spelresultaat’ en ‘inkomsten uit de vergoeding voor het geven van gelegenheid tot deelname aan het kansspel’. Tussen partijen is niet in geschil dat het bruto spelresultaat nihil bedraagt.
4.12.
De rechtbank stelt vast dat de passages uit de memorie van toelichting waarnaar de inspecteur verwijst, uitsluitend betrekking hebben op de vaststelling van het bruto spelresultaat (ontvangen inzetten minus prijzen). Het in aanmerking nemen van een fictieve ‘rake’(commissievergoeding) is een uitbreiding van de heffingsgrondslag voor de KSB die niet uit de wettekst volgt. De inspecteur heeft ter zitting desgevraagd bevestigd dat in de memorie van toelichting geen nadere uitleg is gegeven van de term ‘hetgeen is ontvangen voor het geven van gelegenheid tot deelname aan het kansspel’ en er niets is opgenomen met betrekking tot het in aanmerking nemen van een fictieve ‘rake’ voor de vaststelling van de heffingsgrondslag. De rechtbank ziet in de memorie van toelichting ook onvoldoende aanknopingspunten dat het bruto spelresultaat een overkoepelend begrip zou zijn die ook de rake omvat, nu juist is gekozen voor het belasten van de rake omdat bij die spellen het bruto spelresultaat nihil is. [4] Ook biedt de memorie van toelichting geen aanwijzingen dat de hoogte van de ontvangen rake naar analogie hetzelfde moet worden bepaald als de ontvangen inzetten bij de bepaling van het bruto spelresultaat.
4.13.
De rechtbank is daarom van oordeel dat er geen grondslag bestaat om een fictieve ‘rake’ in aanmerking te nemen bij de vaststelling van de heffingsgrondslag voor de KSB. Dit brengt mee dat in de aangiften kansspelbelasting ten onrechte rekening is gehouden met de door belanghebbende verstrekte freebies en welkomstbonussen. Voor die situatie is niet in geschil dat de cijfermatige uitwerking van belanghebbende kan worden gevolgd.
4.14.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen dient de verschuldigde kansspelbelasting over de onderhavige tijdvakken als volgt te worden vastgesteld.
Tijdvak
Voldoening op aangifte
Freebie
Welkomstbonus
Totale vermindering voldoening op aangifte
April 2022
€ 417.467
€ 1.999
€ 5.407
€ 7.406
Mei 2022
€ 555.885
€ 1.845
€ 5.186
€ 7.031
Juni 2022
€ 535.597
€ 1.884
€ 5.265
€ 7.149
Juli 2022
€ 493.088
€ 2.218
€ 5.661
€ 7.879
Augustus 2022
€ 455.317
€ 2.196
€ 4.836
€ 7.032
September 2022
€ 677.782
€ 3.424
€ 6.396
€ 9.820
Oktober 2022
€ 674.034
€ 0
€ 3.276
€ 3.276
November 2022
€ 661.138
€ 2.706
€ 4.130
€ 6.836
December 2022
€ 510.825
€ 3.012
€ 6.043
€ 9.055
Januari 2023
€ 635.965
€ 3.312
€ 6.886
€ 10.198
Februari 2023
€ 584.023
€ 3.434
€ 6.151
€ 9.585
Mei 2023
€ 726.367
€ 4.240
€ 7.740
€ 11.980
Juni 2023
€ 701.260
€ 5.135
€ 7.042
€ 12.177
Juli 2023
€ 766.438
€ 5.088
€ 7.950
€ 13.038
Augustus 2023
€ 788.290
€ 5.073
€ 7.320
€ 12.393
September 2023
€ 774.992
€ 5.569
€ 5.286
€ 10.855
Oktober 2023
€ 755.781
€ 5.350
€ 4.291
€ 9.641
November 2023
€ 715.787
€ 4.987
€ 4.215
€ 9.202
December 2023
€ 774.946
€ 3.444
€ 4.372
€ 7.816
Januari 2024
€ 864.154
€ 5.985
€ 4.965
€ 10.950
Februari 2024
€ 745.681
€ 5.761
€ 4.608
€ 10.369
April 2024
€ 792.173
€ 5.992
€ 3.707
€ 9.699
Mei 2024
€ 869.805
€ 5.901
€ 3.162
€ 9.063
Juni 2024
€ 745.681
€ 5.931
€ 2.743
€ 8.674
Juli 2024
€ 810.205
€ 5.421
€ 2.345
€ 7.766
Augustus 2024
€ 854.951
€ 5.578
€ 2.022
€ 7.600
September 2024
€ 781.136
€ 5.032
€ 1.827
€ 6.859
Fish Buffet en leaderboards
Standpunten van partijen
4.15.
Belanghebbende stelt dat verstrekte promoties in de vorm van Fish Buffet en leaderboards een vermindering vormen van de eerder door de speler betaalde rake. De speler kan zelf bepalen of en in hoeverre hij aan de voorwaarden van de korting voldoet en heeft daar zelf invloed op. Bovendien zijn de kortingen in economische zin een vermindering van de betaalde rake.
4.16.
Volgens de inspecteur is er geen sprake van een korting, maar van een promotionele bonus die niet wordt verstrekt op basis van een onzekere gebeurtenis. Het verstrekken van deze bonussen heeft volgens de inspecteur geen invloed op de heffingsgrondslag voor de kansspelbelasting. Verder heeft de inspecteur ter zitting erop gewezen dat de cashback steeds op een later moment, bijvoorbeeld aan het einde van de maand, uitgekeerd wordt aan de spelers.
Beoordeling
4.17.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de feiten zoals omschreven door partijen volgt dat het Fish Buffet en de leaderboards zelf geen kansspelen zijn en de cashbacks dus geen uitgekeerde prijzen zijn zoals bedoeld in de wet. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de cashbacks mee moeten worden genomen bij het bepalen van de hoogte van de door belanghebbende ontvangen vergoeding. In het tweede subonderdeel van artikel 33e, tweede lid, van de Wet KSB, is de grondslag van de kansspelheffing omschreven als hetgeen in een tijdvak anders dan als inzet ontvangen is voor het geven van gelegenheid tot deelneming aan kansspelen. Uit de memorie van toelichting volgt (zie 4.8) dat aangesloten wordt bij de vergoeding die ontvangen wordt van de spelers. Dat is het volledige bedrag aan rake. Dat er op een later moment vanuit promotionele doeleinden een cashback plaatsvindt, maakt dit niet anders. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen wettelijke basis om de promoties in de vorm van een Fish Buffet en leaderboards in mindering te brengen op de heffingsmaatstaf voor de kansspelbelasting.
Rente
4.18.
Belanghebbende heeft de rechtbank verzocht een eventuele teruggave te vermeerderen met rente. Aangezien de wet niet voorziet in een regeling voor het vergoeden van belastingrente bij teruggaven van kansspelbelasting, is volgens belanghebbende sprake van een ongerechtvaardigde verrijking. Subsidiair verwijst belanghebbende naar artikel 4:102, eerste lid, van de Awb.
4.19.
Bij belastingaanslagen wordt in bepaalde gevallen belastingrente vergoed. In hoofdstuk VA van de AWR is geregeld in welke gevallen aan de belastingplichtige belastingrente wordt vergoed. De AWR voorziet echter niet in een regeling voor het vergoeden van belastingrente bij teruggave van kansspelbelasting.
4.20.
Nu de AWR geen eigen regeling kent voor vergoeding van belastingrente over een teruggave van kansspelbelasting, dient beoordeeld te worden in hoeverre kan worden teruggevallen op de Awb. Titel 4.4 is op grond van artikel 4:85, eerste lid, van de Awb alleen van toepassing op geldschulden die voortvloeien uit een wettelijk voorschrift dat een verplichting tot betaling uitsluitend aan of door een bestuursorgaan regelt of uit een voor bezwaar en beroep vatbare beschikking. De voldoeningen op aangifte vallen daaronder. Op grond van titel 4.4 van de Awb is rente verschuldigd vanaf het moment dat het bestuursorgaan in verzuim is. Daarvan is sprake als een verschuldigd bedrag niet binnen de voorgeschreven termijn wordt betaald. Voor een dergelijke situatie regelt de Invorderingswet 1990 (IW 1990) zelf al wanneer invorderingsrente wordt vergoed, en dat is dus een zaak van de ontvanger. Aan titel 4.4 van de Awb wordt dan niet toegekomen. Er is in dit geval ook geen plaats voor een op het burgerlijk recht gebaseerde vergoeding van rente. De voorschriften over vergoeding van rente in de AWR en de IW 1990 bevatten namelijk, voor de belastingen waarop zij van toepassing zijn, een uitputtende regeling over de vergoeding van rente bij vermindering van een belastingaanslag. [5]

Conclusie en gevolgen

5. De beroepen zijn gegrond. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraken op bezwaar. Omdat de beroepen gegrond zijn moet de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende vergoeden en krijgt belanghebbende ook een vergoeding van haar proceskosten. De inspecteur moet deze vergoeding betalen.
5.1.
De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De rechtbank merkt de zaken aan als samenhangende zaken. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 666. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934, vermenigvuldigd met factor 1,5 in verband met meer dan 4 samenhangende zaken. Belanghebbende heeft in bezwaar gevraagd om vergoeding van de proceskosten. De gemachtigde heeft een bezwaarschrift ingediend, de hoorzitting bijgewoond, een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 4.800.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar voor de tijdvakken april 2022 tot en met februari 2023, mei 2023 tot en met februari 2024, april 2024 tot en met september 2024;
- verleent teruggaaf van € 7.406 over het tijdvak april 2022;
- verleent teruggaaf van € 7.031 over het tijdvak mei 2022;
- verleent teruggaaf van € 7.149 over het tijdvak juni 2022;
- verleent teruggaaf van € 7.879 over het tijdvak juli 2022;
- verleent teruggaaf van € 7.032 over het tijdvak augustus 2022;
- verleent teruggaaf van € 9.820 over het tijdvak september 2022;
- verleent teruggaaf van € 3.276 over het tijdvak oktober 2022;
- verleent teruggaaf van € 6.836 over het tijdvak november 2022;
- verleent teruggaaf van € 9.055 over het tijdvak december 2022;
- verleent teruggaaf van € 10.198 over het tijdvak januari 2023;
- verleent teruggaaf van € 9.585 over het tijdvak februari 2023;
- verleent teruggaaf van € 11.980 over het tijdvak mei 2023;
- verleent teruggaaf van € 12.177 over het tijdvak juni 2023;
- verleent teruggaaf van € 13.038 over het tijdvak juli 2023;
- verleent teruggaaf van € 12.393 over het tijdvak augustus 2023;
- verleent teruggaaf van € 10.855 over het tijdvak september 2023;
- verleent teruggaaf van € 9.641 over het tijdvak oktober 2023;
- verleent teruggaaf van € 9.202 over het tijdvak november 2023;
- verleent teruggaaf van € 7.816 over het tijdvak december 2023;
- verleent teruggaaf van € 10.950 over het tijdvak januari 2024;
- verleent teruggaaf van € 10.369 over het tijdvak februari 2024;
- verleent teruggaaf van € 9.699 over het tijdvak april 2024;
- verleent teruggaaf van € 9.063 over het tijdvak mei 2024;
- verleent teruggaaf van € 8.674 over het tijdvak juni 2024;
- verleent teruggaaf van € 7.766 over het tijdvak juli 2024;
- verleent teruggaaf van € 7.600 over het tijdvak augustus 2024;
- verleent teruggaaf van € 6.859 over het tijdvak september 2024;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 4.800 aan proceskosten aan belanghebbende;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 385 aan belanghebbende moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn voorzitter, mr. drs. S.J. Willems-Ruesink en mr. T.S.K.L. Tjon, leden, in aanwezigheid van mr. A.S. Wiskerke-Hovanesian, griffier, op 15 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzitter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Voetnoten

1.Kamerstukken II 1978-1979, 15358, nr. 3, p. 9.
2.Kamerstukken II 2013–2014, 33 996, nr. 3, p. 28, 29, 44, 118 en 152.
3.Kamerstukken II 2013–2014, 33 996, nr. 3, p. 44 en 151-152.
4.Zie Kamerstukken II 2013–2014, 33 996, nr. 3, p. 44 en 152.
5.Hoge Raad van 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:756.