Uitspraak
1.De procedure
(…)Eerste constatering
Datum
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen sloten op 27 januari 2020 een huurovereenkomst voor een woning die uitsluitend als woonruimte bestemd is. De verhuurder, Laurentius, vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde wegens prostitutieactiviteiten die in de woning plaatsvinden.
De burgemeester legde op 20 januari 2025 een last onder dwangsom op vanwege prostitutieactiviteiten, gebaseerd op controles in september en november 2024 waarbij sekswerkers werden aangetroffen die via een website afspraken maakten en de woning gebruikten voor prostitutie. Buurtbewoners meldden overlast en onveiligheid.
De huurder betwist dat hij het gehuurde voor prostitutie heeft gegeven en voert persoonlijke omstandigheden aan. De kantonrechter oordeelt dat de huurder tekort is geschoten door onvoldoende toezicht te houden op degene die tijdelijk de woning gebruikte en dat dit een ernstige tekortkoming is die ontbinding en ontruiming rechtvaardigt.
De gevorderde boete wordt afgewezen omdat het boetebeding in de algemene huurvoorwaarden onredelijk bezwarend is en niet aan de consument is onderhandeld. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de huurder wordt veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen, met afwijzing van de boete wegens onredelijk beding.