ECLI:NL:RBZWB:2026:221
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en kostenvergoeding bezwaarfase
Belanghebbende deed aangifte BPM voor een Alfa Romeo Stelvio en betaalde €11.620. De inspecteur legde een naheffingsaanslag van €15.859 op, die na bezwaar werd verminderd tot €4.153. De rechtbank beoordeelde het beroep op 9 december 2025.
De kern van het geschil betrof de toepasbaarheid van de herleidingsmethode en de waardevermindering wegens schade. De rechtbank volgde het arrest van de Hoge Raad van 11 juli 2025 en verwierp het beroep op de herleidingsmethode. De door belanghebbende opgevoerde schade en schadeverleden werden niet aannemelijk geacht, mede door het tegenrapport van DRZ.
De naheffingsaanslag werd als terecht en juist bevestigd. Wel werd de kostenvergoeding voor de bezwaarfase verhoogd op grond van een arrest van de Hoge Raad van 12 juli 2024. Daarnaast werd een immateriële schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens een overschrijding van de redelijke termijn van ongeveer 12 maanden, waarvan €333 voor rekening van de inspecteur en €667 voor de Staat.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit voor zover het de kostenvergoeding betrof, veroordeelde de inspecteur tot betaling van proceskosten en griffierecht, en stelde de immateriële schadevergoeding vast. De uitspraak is openbaar gemaakt op 20 januari 2026.
Uitkomst: Naheffingsaanslag BPM bevestigd, kostenvergoeding verhoogd en immateriële schadevergoeding toegekend wegens termijnoverschrijding.