Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar door de Dienst Toeslagen. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin een beslistermijn werd gesteld, die door verweerder niet is nageleefd.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, mede omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn op van twee weken na verzending van deze uitspraak, omdat meer dan 60 weken zijn verstreken sinds het verstrijken van de wettelijke beslistermijn.
Daarnaast wordt een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500 opgelegd om naleving van de termijn af te dwingen. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 26 maart 2026 door rechter S.A.M.L. van de Sande.