Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats], eiseres,
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
. [2] Het UWV heeft de termijn verlengd met zes weken. [3] Het UWV had dus uiterlijk op 31 december 2024 moeten beslissen. De termijn waarbinnen het UWV moet beslissen is inmiddels voorbij. Eiseres heeft het UWV op 4 juni 2025 in gebreke gesteld en het UWV heeft de ingebrekestelling op 10 juli 2025 ontvangen. Sindsdien zijn twee weken voorbij gegaan.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt het UWV op binnen vier maanden na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar bekend te maken;
- bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 54,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt het UWV tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eiseres.