ECLI:NL:RBZWB:2026:2649
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling eigen bijdrage Wlz-zorg met persoonsgebonden budget
Eiser ontvangt sinds juli 2024 zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) en maakt gebruik van een modulair pakket thuis en een persoonsgebonden budget (pgb) waarmee hij zorg inkoopt. Het Centraal Administratie Kantoor (CAK) heeft de eigen bijdrage voor de periode oktober 2024 tot en met januari 2025 vastgesteld op € 2.588,52. Eiser maakte bezwaar tegen deze vaststelling, dat door het CAK ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
Eiser betoogt dat de eigen bijdrage voor het pgb buitenproportioneel hoog is in vergelijking met de eigen bijdrage voor het modulair pakket thuis, en dat het bezwaartraject onzorgvuldig is verlopen. Ook wijst hij op bijzondere omstandigheden, zoals de noodzaak van ontlasting van zijn partner en het feit dat hij gedwongen was een pgb aan te vragen omdat er geen gecontracteerde zorgaanbieders waren die aan zijn zorgbehoefte voldeden.
De rechtbank oordeelt dat de vaststelling van de eigen bijdrage door het CAK conform het Besluit langdurige zorg en de Regeling langdurige zorg is gedaan, welke dwingendrechtelijk en limitatief zijn. De rechtbank stelt vast dat de situatie van eiser niet gelijk is aan eerdere uitspraken waarin een gedwongen pgb tot een onredelijke last leidde, omdat eiser voldoende geïnformeerd was en het verschil tussen eigen bijdrage en werkelijke zorgkosten minder groot is. Ook is het bezwaartraject zorgvuldig verlopen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de eigen bijdrage Wlz-zorg met pgb wordt ongegrond verklaard.