2.5.De rechtbank heeft het beroep op 26 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en namens het CAK mr. S.J.Y. Römer en [gemachtigde 2] .
Beoordeling door de rechtbank
3. De wet- en regelgeving die van belang is voor deze zaak staat in de bijlage bij deze uitspraak.
4. Eiser heeft tegen het bestreden besluit, samengevat, aangevoerd dat het van belang is dat zijn partner (tevens gemachtigde) de zorg vol kan houden. Daarvoor is het nodig dat zij eens in de veertien dagen een hele dag (acht uur) wordt ontzorgd. Het CAK had op deze manier geen zorg ingekocht, waardoor eiser gedwongen was een pgb aan te vragen. Met het pgb is tien keer acht uur zorg ingekocht bij Saar aan Huis. Eiser vindt de hoogte van de eigen bijdrage voor het pgb van € 858,54 (2024) en € 900,80 (2025) per maand buitenproportioneel in verhouding tot de laagste eigen bijdrage voor het mpt van € 28,60 (2024) en € 29,20 (2025) bij twintig uur of minder zorg per maand. Ook is het bezwaartraject onzorgvuldig uitgevoerd, onder meer doordat er ten onrechte nooit een afspraak is gemaakt voor een telefonische hoorzitting. Daarnaast zijn bepaalde passages uit het bestreden besluit onnodig kwetsend voor eisers partner.
5. De rechtbank merkt allereerst op dat zij het met eiser eens is dat de toonzetting in het achttien pagina’s omvattende bestreden besluit in sommige passages onnodig scherp is. Dit kan op zichzelf echter niet leiden tot een gegrond beroep.
6. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat het CAK de eigen bijdrage voor de door eiser ontvangen Wlz-zorg heeft vastgesteld conform de in het Besluit langdurige zorg (Blz) en de Regeling langdurige zorg (Rlz) neergelegde regels over de heffing en berekening van de eigen bijdrage.
7. Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) volgt dat de regels van het Blz en de Rlz over de heffing en berekening van de eigen bijdrage dwingendrechtelijk van aard en limitatief zijn.Niettemin kunnen er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat in het voorliggende geval toepassing van het wettelijk voorschrift voor betrokkene zozeer in strijd komt met het evenredigheidsbeginsel dat die toepassing achterwege moet blijven. Dit betekent dat moet worden beoordeeld of er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat toepassing van het algemeen verbindend voorschrift in het voorliggende geval tot een onevenredige uitkomst zou leiden. Hiervan is sprake als het besluit in de gegeven omstandigheden voor de belanghebbende onredelijk bezwarend is.
8. Eiser stelt dat er in zijn geval sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat toepassing van de regels van het Blz en de Rlz tot een onevenredige uitkomst leidt.
Hij heeft daarbij allereerst gewezen op een uitspraak van de CRvB van 17 juli 2025.De rechtbank stelt vast dat in die zaak het vaststellen van de eigen bijdrage conform het Blz en de Rlz onredelijk bezwarend is geacht omdat er sprake was van een gedwongen pgb, gebrekkige informatievoorziening over de gevolgen van de keuze voor een pgb en een verschil van € 3.236,12 tussen de opgelegde eigen bijdrage en de werkelijke zorgkosten. In het geval van eiser was er weliswaar sprake van een gedwongen pgb omdat er geen gecontracteerde aanbieders waren die acht uur zorg per dag konden leveren, maar van gebrekkige informatievoorziening was geen sprake. De gemachtigde van eiser heeft ter zitting erkend dat zij destijds de folder over de eigen bijdrage in de Wlz heeft gelezen en heeft bovendien zelf de rekentool van het CAK ingevuld waaruit bleek hoe hoog de eigen bijdrage zou zijn. Daarnaast is het verschil tussen de opgelegde eigen bijdrage en de werkelijke zorgkosten in het geval van eiser minder groot: in het bestreden besluit is onbetwist gesteld dat het over de maanden november 2024 tot en met maart 2025 gaat om een bedrag van € 1.223,37. De situatie van eiser is dus niet hetzelfde als de situatie van de betrokkene in de uitspraak van de CRvB en het beroep op deze uitspraak slaagt daarom niet.
9. Daarnaast heeft eiser zich op het standpunt gesteld dat er een buitenproportioneel verschil zit tussen de eigen bijdrage die, ongeacht het aantal zorguren, wordt opgelegd bij een pgb en de eigen bijdrage die wordt opgelegd bij een mpt bij twintig uur of minder zorg per maand. Dit betreft echter een bewuste keuze van de wetgever. Er is dan ook geen aanleiding om te oordelen dat de vaststelling van de eigen bijdrage conform het Blz en de Rlz in het geval van eiser onredelijk bezwarend is.
10. Voor zover eiser van mening is dat de bezwaarprocedure onzorgvuldig is verlopen omdat er geen afspraak is gemaakt voor een telefonische hoorzitting, wijst de rechtbank op de onbetwiste schets van de gang van zaken zoals weergegeven in het verweerschrift. De gemachtigde van eiser is op 14 augustus 2025 telefonisch gehoord, waarbij is gevraagd of zij behoefte had aan een vervolggesprek of een hoorzitting waar zij zich op kon voorbereiden. Zij heeft aangegeven dat zij dit niet nodig vond. Ook heeft het CAK gevraagd of het gesprek als hoorzitting mocht worden aangemerkt en daarvoor heeft ze haar akkoord gegeven. Van onzorgvuldige besluitvorming is dan ook niet gebleken.