ECLI:NL:RBZWB:2026:269

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
BRE 25/3254
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 6:20 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na besluit Dienst Toeslagen

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de Dienst Toeslagen op haar aanvraag, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak van 24 december 2024 verweerder een termijn van zes weken had opgelegd om te beslissen.

De rechtbank overweegt dat een ingebrekestelling vereist is voordat beroep kan worden ingesteld tegen het niet tijdig beslissen, maar in dit geval was die niet nodig omdat de termijn al was verstreken. Vervolgens stelt de rechtbank vast dat verweerder alsnog op 12 augustus 2025 een besluit heeft genomen, waardoor het procesbelang van eiseres in het beroep tegen het niet tijdig beslissen is komen te vervallen.

Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Omdat eiseres het niet eens is met het alsnog genomen besluit, verwijst de rechtbank het beroep naar verweerder om het te behandelen als bezwaarschrift. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €53,- aan eiseres, aangezien het besluit na het instellen van het beroep is genomen. Er zijn geen overige proceskosten toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit is verwezen naar verweerder als bezwaarschrift.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3254

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,

en

Dienst Toeslagen (voorheen Belastingdienst/Toeslagen), verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld na de uitspraak van de rechtbank van 24 december 2024. [1] In die uitspraak staat dat verweerder binnen zes weken moet beslissen op de aanvraag van eiseres. Eiseres stelt nu beroep in omdat verweerder dat volgens haar niet heeft gedaan.
1.1.
Omdat het beroep tegen het niet op tijd beslissen door verweerder kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [2]
Is het beroep ontvankelijk?
3. Soms kan niet worden verwacht dat de betrokkene eerst een ingebrekestelling stuurt. Dat is in dit geval zo, omdat de rechtbank in haar uitspraak van 24 december 2024 al een termijn heeft gesteld waarbinnen verweerder een beslissing moest nemen, namelijk zes weken. [3] Die termijn was op het moment dat eiseres beroep instelde (al lang) verstreken.
4. De rechtbank stelt vast dat verweerder na het instellen van het beroep alsnog een besluit heeft genomen op 12 augustus 2025. Hierdoor heeft eiseres geen belang meer bij het beroep dat is gericht tegen het niet op tijd nemen van een besluit. Het beroep tegen het niet op tijd beslissen op de aanvraag van eiseres is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Op grond van de wet ziet het beroep ook op het alsnog genomen besluit. [4] Uit de e-mail van 2 oktober 2025 blijkt dat eiseres het niet eens is met dat besluit.
5.1.
Omdat de bezwaarfase nog niet is doorlopen, ziet de rechtbank aanleiding het beroep naar verweerder te verwijzen om het te behandelen als bezwaarschrift tegen het besluit van 12 augustus 2025. [5]
Wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres?
6. Omdat het besluit genomen is na het instellen van het beroep moet verweerder het griffierecht aan eiseres vergoeden. Eiseres heeft geen proceskosten gemaakt die volgens de wet vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep tegen het niet op tijd nemen van een besluit niet-ontvankelijk;
  • verwijst het beroep dat van rechtswege loopt tegen het besluit op de aanvraag naar verweerder om het te behandelen als bezwaarschrift;
  • bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 53,- aan eiseres moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 21 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.BRE 24/3450, ECLI:NL:RBZWB:2024:9237.
2.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
4.Artikel 6:20, derde lid, van de Awb.
5.Op grond van artikel 6:20, vierde lid, van de Awb.