ECLI:NL:RBZWB:2026:2690
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening tegen besluit staatssecretaris
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 4 maart 2026 en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Dit verzoek is ingetrokken nadat de staatssecretaris had toegezegd te wachten met het bekendmaken van het besluit aan de werkgever van verzoeker totdat op het bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter heeft vervolgens het verzoek om proceskostenveroordeling beoordeeld. Volgens artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een bestuursorgaan worden veroordeeld in de proceskosten als het geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in het verzoek om voorlopige voorziening. Het uitstel van bekendmaking aan de werkgever wordt als tegemoetkoming gezien.
Er waren geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering op deze regel rechtvaardigen. Daarom werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 934,-, gebaseerd op de enkele proceshandeling van het indienen van het verzoekschrift. Tevens wordt het griffierecht aan verzoeker terugbetaald.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter mr. A.G.J.M. de Weert op 23 maart 2026 en is zonder zitting gewezen.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 934,- proceskosten aan verzoeker wegens tegemoetkoming door uitstel van bekendmaking van het besluit.