Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen een beslissing van 23 april 2025 over haar WIA-uitkering. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is, omdat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en de ingebrekestelling van 26 januari 2026 is ontvangen.
Het UWV heeft verzocht om een langere beslistermijn van 30 weken vanwege een tekort aan verzekeringsartsen, maar de rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om een zorgvuldige beslissing te kunnen nemen. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt.
De rechtbank stelt de reeds verschuldigde bestuurlijke dwangsom vast op € 1.442,- en veroordeelt het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 9 april 2026.