Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2739

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
23/3656 WAJONG
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 1a:1 WajongArt. 1a Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswettenArt. 8:72 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering Wajong-uitkering wegens niet duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen

Eiseres heeft een aanvraag gedaan voor een Wajong-uitkering, die door het UWV is afgewezen omdat zij weliswaar geen arbeidsvermogen had, maar dit niet duurzaam ontbrak. De rechtbank heeft het beroep van eiseres behandeld en aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek laten verrichten.

De verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen concludeerden dat eiseres beperkingen heeft door ASS, NAH en depressieve klachten, waardoor zij tijdelijk niet vier uur per dag belastbaar is, maar wel twee uur per dag. Met behandeling en begeleiding is verbetering mogelijk, zodat zij op termijn arbeidsvermogen kan ontwikkelen. Eiseres betwistte dit en stelde dat haar beperkingen duurzaam zijn en zij geen basale werknemersvaardigheden bezit.

De rechtbank oordeelde dat eiseres wel over basale werknemersvaardigheden beschikt en dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is, omdat de depressieve klachten behandelbaar zijn en verbetering te verwachten is. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens een motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Tevens werd een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskosten toegewezen aan eiseres.

Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek, maar het bestreden besluit blijft in stand omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats: Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/3656 WAJONG

uitspraak van 8 april 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,

gemachtigde: mr. E.W.J.M. Janssens,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV; kantoor Breda), verweerder,
gemachtigde: mr. H.J.J. Verhoeven,
de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid)(de Staat), verweerder in het verzoek om schadevergoeding.

Inleiding

1.1
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheids-voorziening jonggehandicapten (Wajong).
1.2
Het UWV heeft de aanvraag met het besluit van 29 november 2021 afgewezen. Met het bestreden besluit van 9 juni 2023 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.3
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4
De rechtbank heeft het beroep op 26 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV. Op zitting is het onderzoek gesloten.
1.5
Op 1 juli 2025 heeft de rechtbank het onderzoek heropend om nadere vragen te stellen aan een verzekeringsarts bezwaar & beroep (verzekeringsarts b&b) van het UWV.
1.6
De verzekeringsarts b&b heeft deze vragen in haar rapportage van 15 september 2025 beantwoord.
Eiseres heeft hierop met de brief van 30 oktober 2025 gereageerd.
1.7
De rechtbank heeft het onderzoek op 14 januari 2026 gesloten nadat partijen is gevraagd of een tweede zitting gewenst is en partijen hebben laten weten dat daaraan geen behoefte bestaat. De rechtbank heeft de uitspraaktermijn met zes weken verlengd.

Beoordeling door de rechtbank

2.1
De rechtbank beoordeelt of het UWV terecht heeft geweigerd een Wajong-uitkering toe te kennen. Zij doet dat onder meer aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
De rechtbank komt tot het oordeel dat het UWV dat terecht geweigerd heeft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Wettelijk kader
3. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Totstandkoming van het bestreden besluit
4.1
Eiseres, geboren op [geboortedag] 2003, heeft op 1 juni 2021 een aanvraag gedaan voor een Wajong-uitkering.
4.2
Met het primaire besluit van 29 november 2021 heeft het UWV geweigerd om een Wajong-uitkering toe te kennen. Aan eiseres is meegedeeld dat zij geen arbeidsvermogen heeft, maar dat het UWV verwacht dat zij in de toekomst mogelijk wel arbeidsvermogen kan ontwikkelen. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
4.3
Met het bestreden besluit van 9 juni 2023 is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Medisch onderzoek
5. Aan het bestreden besluit liggen onderzoeken van een verzekeringsarts en een verzekeringsarts b&b ten grondslag.
5.1
De verzekeringsarts heeft eiseres gezien op het spreekuur, haar psychisch onderzocht, dossieronderzoek verricht en daarbij kennis genomen van diverse medische stukken. De verzekeringsarts b&b heeft gerapporteerd dat er bij eiseres sprake is van een autisme spectrumstoornis (ASS), niet-aangeboren hersenletsel (NAH)/commotio cerebri en post traumatische stressstoornis (PTSS). Als gevolg hiervan heeft eiseres problemen met geheugen en concentratie, overprikkeling, lopen, plannen en vermoeidheid. Daarnaast is er stemmingsproblematiek. Alhoewel er volgens de verzekeringsarts is gebleken van enige cognitieve restgevolgen van het commotiobeeld is niet gebleken van ernstige aandacht- of geheugenstoornissen, verstandelijke problematiek, onbedwingbare gedragsproblematiek of duidelijke problemen in de dagelijkse routinehandelingen. Het functioneren van eiseres is ondanks haar beperkingen naar inschatting van de verzekeringsarts voldoende om ten minste een uur aaneengesloten te functioneren in werk. Dat meerdere keren binnen een uur substantiële onderbrekingen nodig zouden zijn vanwege de medische beperkingen is niet aannemelijk. De verzekeringsarts vindt wel aannemelijk dat gelet op de ASS-problematiek en de restproblematiek van het NAH enige vorm van ondersteuning en begeleiding in brede zin aangewezen kan zijn om eiseres verder op weg te helpen. Het gaat dan bijvoorbeeld om een vraagbaak bij ingewikkelder zaken, begeleiding op sociaal/communicatief en interactief vlak en bij veranderingen. De verzekeringsarts ziet evenmin aanknopingspunten om te concluderen dat eiseres geen basale werknemersvaardigheden heeft. Vanuit de ASS en de restgevolgen van de NAH vindt de verzekeringsarts het plausibel dat eiseres een toegenomen rust- en recuperatiebehoefte heeft. De verzekeringsarts acht in beginsel een urenbelasting van 4 uur per dag haalbaar. Dit biedt voldoende tijd om te voorzien in de toegenomen rust- en recuperatiebehoefte. Gelet op de recent gebleken depressieve en verwerkingsproblematiek is 4 uur per dag echter tijdelijk niet haalbaar is. Het ontbreken van arbeidsvermogen is niet duurzaam. Voor de aandoeningen en de onderlinge negatieve beïnvloeding kan met verdere gerichte behandeling en begeleiding op deelgebieden nog verbetering worden bereikt, waardoor gaandeweg een belastbaarheid van in ieder geval
4 uur per dag weer haalbaar is. Zo kan met behandeling en begeleiding verbetering en herstel van de depressieve en verwerkingsproblematiek worden bereikt en kan voor de ASS-problematiek met adequate, gespecialiseerde begeleiding de vaardigheden (plannen, structureren, prioritering en sociaal functioneren) worden ontwikkeld dan wel kan geleerd worden de ASS-beperkingen beter te hanteren.
De verzekeringsarts heeft hangende bezwaar aanvullend gerapporteerd en geconcludeerd dat er sprake is van een zodanige wisselvalligheid dat het niet aannemelijk is dat eiseres dagdagelijks 2 uur per dag belastbaar is, gelet op het geheel van actuele problematiek met min of meer een noodzaak van vrij substantiële aansturing van haar moeder om nog enigszins tot ritme, structuur en routine te komen. De verzekeringsarts rapporteert voorts dat de arbeidsdeskundige heeft aangegeven dat het niet aannemelijk is dat eiseres daarmee het wettelijk minimumloon kan verdienen.
5.2
De verzekeringsarts b&b heeft eiseres telefonisch gesproken en dossieronderzoek verricht. Ook de verzekeringsarts b&b heeft gerapporteerd dat bij eiseres sprake is van ziekte of gebrek op 18-jarige leeftijd. Uit het diagnostiekverslag van de kinder- en jeugdpsychiater van 19 mei 2020 blijkt dat er sprake is van een ASS, een neurocognitieve stoornis door traumatisch hersenletsel en ook een andere gespecificeerde psychotrauma of stressor gerelateerde stoornis. Op het 18e jaar is geen sprake van het ontbreken van benutbare mogelijkheden. Eiseres voldoet namelijk niet aan de criteria van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten om dat aan te nemen. Vanwege haar stoornissen heeft eiseres beperkingen: moeite met structureren, plannen van de dag, omgaan met stress, nieuwe dingen en langdurig vasthouden van de aandacht. Uit de rapportage van de primaire verzekeringsarts blijkt dat er ten aanzien van aandacht of concentratie geen bijzonderheden zijn waargenomen. Ook blijkt dat eiseres fietst naar de dagbesteding en viool speelt. De verzekeringsarts b&b concludeert dat eiseres niet ten minste 4 uur per dag belastbaar is maar wel 2 uur per dag en zij kan ten minste een uur aaneengesloten werken. Er is sprake van prikkelgevoeligheid bij ASS en bijkomend is er psychische problematiek – depressieve klachten die opspelen. Door deze bijkomende klachten is de energetische beperking ernstiger waardoor er een tijdelijke noodzaak is voor meer recuperatietijd. Er is verder volgens de verzekeringsarts b&b geen aanleiding om aan te nemen dat eiseres een substantiële onderbreking van het werkproces binnen een uur behoeft. Weliswaar is sprake van cognitieve restverschijnselen na een hersenschudding maar bij de CT-scan waren er geen verontrustende bevindingen en de neuroloog heeft het beeld van een hersenschudding bevestigd. Verder is er geen aanleiding om een ernstige geheugenstoornis aan te nemen gelet op de aandoeningen. Er is geen sprake van een verstandelijke beperking, ernstig onbedwingbaar gedrag of ernstige problemen bij het richten en vasthouden van de aandacht vanwege ziekte. De verminderde duurbelastbaarheid is volgens de verzekeringsarts b&b niet duurzaam. Met therapie zal de energetische beperking verbeteren waardoor eiseres weer ten minste 4 uur per dag belastbaar zal zijn. Er is door de huisarts al gestart met therapie voor de depressieve klachten. Daarnaast blijkt uit het verslag van de ambulant begeleider dat wordt gewerkt aan het omgaan met autisme, onverwachte gebeurtenissen en de conditie. Hierdoor zal de energetische beperking ook verbeteren.
De verzekeringsarts b&b heeft in beroep in reactie op de beroepsgronden gesteld geen reden te zien om het standpunt te wijzigen. Eiseres heeft geen nieuwe medische informatie aangeleverd waaruit blijkt dat sprake is van een ernstigere medische situatie/beperkingen. Er is volgens de verzekeringsarts b&b uitgebreid gemotiveerd dat eiseres op medische gronden niet 4 uur per dag belastbaar is maar wel 2 uur per dag en dat zij een uur aaneengesloten kan werken. De aandoeningen van eisers – ASS, NAH en depressie – waren bekend. Ook is volgens de verzekeringsarts b&b uitgebreid gemotiveerd dat de verminderde duurbelastbaarheid niet duurzaam is. Met het verbeteren van de depressieve klachten zullen de energetische beperking en mentale moeheid verminderen. Ook zal met het toenemen van de conditie de energetische beperking verbeteren omdat eiseres mentaal maar ook lichamelijk meer aankan. Dat de ASS en het NAH niet te genezen zijn en ondersteuning vereisen is bekend maar dat is geen reden om aan te nemen dat de belastbaarheid en energetische beperking niet kan verbeteren. Verder is er geen aanleiding om aan te nemen dat eiseres vanwege het NAH en de ASS niet over basale werknemersvaardigheden beschikt. Dat eiseres cognitieve klachten ervaart wordt niet ontkend. Omdat eiseres havoniveau heeft is er geen aanleiding om aan te nemen dat zij niet in staat is om instructies te begrijpen, onthouden en uit te voeren of om afspraken met de werkgever na te komen.
Arbeidskundig onderzoek
6. Ook een arbeidsdeskundige en een arbeidsdeskundige b&b hebben onderzoek gedaan.
6.1
De arbeidsdeskundige heeft geconcludeerd dat eiseres geen basale werknemersvaardigheden heeft en geen taak kan uitvoeren. Hij vermeldt verder dat de verzekeringsarts heeft gerapporteerd dat eiseres op dit moment niet 4 uur per dag belastbaar is. Als gevolg hiervan heeft zij geen arbeidsvermogen. Volgens de verzekeringsarts is dat echter niet duurzaam omdat met verdere gerichte behandeling en begeleiding op deelgebieden nog een verbetering van de belastbaarheid kan worden bereikt. Als de belastbaarheid zou toenemen kan eiseres volgens de arbeidsdeskundige mogelijk alsnog
4 uur per dag belastbaar zijn, beschikken over basale werknemersvaardigheden en een taak uitvoeren.
6.2
De arbeidsdeskundige b&b concludeert dat eiseres over basale werknemers-vaardigheden beschikt. Eiseres heeft een beperking ten aanzien van herinneren, richten van de aandacht en communiceren. De problemen met het herinneringsvermogen kunnen worden ondervangen door de inzet van hulpmiddelen en herhaling van instructies. De instructies kunnen stapsgewijs op papier worden gezet zodat eiseres deze kan nalezen, evenals de regels en afspraken. Eiseres heeft havoniveau zodat dit van haar te vergen is. De verzekeringsarts b&b geeft aan dat eiseres een beperking heeft ten aanzien van het langdurig vasthouden van de aandacht maar wel viool kan spelen. Het is dus belangrijk dat eiseres iets doet wat haar interesseert of uitdaagt of er dient sprake te zijn van een activiteit die geen langdurig vasthouden van de aandacht vergt. Het plannen en structuren kunnen worden ondervangen door een enkelvoudige taak waarin er geen noodzaak is om te plannen of structureren. Ten aanzien van de communicatie geldt dat de boodschap of de instructies aan eiseres duidelijk zijn. Eiseres is niet beperkt in het hebben van respect of achting, het omgaan met meerderen of zich houden aan de basale omgangsregels (interacties en relaties kunnen aangaan). De arbeidsdeskundige b&b concludeert daarnaast dat eiseres in staat is een taak uit te voeren. De arbeidsdeskundige b&b acht de taak scannen (taak 1502) passend voor eiseres. Het betreft een enkelvoudige taak die zittend wordt uitgevoerd waarbij niet hoeft te worden gepland, gestructureerd of prioriteiten hoeven te worden gesteld. Er zijn geen eisen aan het tempo en geen deadlines of productiepieken of langdurig vasthouden van de aandacht. Verder zijn er geen contacten met onbekenden. De problemen die zich eventueel voordoen zijn meer routinematig en kunnen praktisch opgelost worden. Vanuit de zorgplicht van de werkgever kan aanspraak worden gemaakt op min of meer afgescheiden werkplek. Eiseres kan in de taak een beroep doen of op een collega, een kwaliteitsmedewerker of afdelingsmanager en een jobcoach kan worden ingezet voor extra begeleiding. Alhoewel de verzekeringsarts b&b eiseres 2 uur per dag belastbaar acht is zij volgens de arbeidsdeskundige b&b niet in staat op basis van de huidige beperkingen het wettelijk minimumloon te verdienen.
Standpunt eiseres
7.1
Eiseres betwist dat zij 2 uur per dag belastbaar is, over basale werknemers-vaardigheden beschikt en een taak kan uitvoeren.
7.2
Eiseres stelt dat alleen al de energetische gevolgen van de ASS en het NAH zodanig zijn dat zij niet ten minste 2 uur per dag belastbaar is. Met deze klachten is eiseres sinds 2018 niet meer in staat geweest naar school te gaan. Eiseres is ook vrijgesteld van de leerplicht en het behalen van een startkwalificatie. In het beperkte dagverhaal is ook vermeld dat in een periode van 3 uur werken een zodanige recuperatietijd nodig is dat diezelfde dag niet nogmaals een arbeidsprestatie kan worden geleverd.
Eiseres wijst op het diagnostiekverslag van psychiater [psychiater] (van [zorgorganisatie] ) van maart/mei 2020. Uit dit verslag blijken extreme vermoeidheid en energetische beperkingen als gevolg van de ASS en het NAH. Alhoewel dit verslag ruim een jaar voor datum in geding dateert, is het medisch gezien, gelet op de chronische aard van de ASS- en de NAH-klachten, aannemelijk dat deze klachten ook nadien zijn blijven bestaan.
7.3
Eiseres beschikt als gevolg van haar klachten evenmin over basale werknemersvaardigheden en zij kan geen taak uitvoeren. Eiseres moet vanwege beperkingen in herinneren, aandacht, structureren, prioriteiten stellen, om hulp vragen en communicatie steeds moet worden aangestuurd bij de dagelijkse handelingen en kan geen zelfstandige routine ontwikkelen. Zij is daardoor niet zelfstandig in staat om instructies te begrijpen, onthouden en uit te voeren en afspraken met een werkgever na te komen.
7.4
Volgens eiseres is het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam, omdat zij dat niet blijvend kan ontwikkelen. De klachten van NAH en ASS zijn ondanks meerdere behandelingen – waaronder psycho-educatie, sensorische integratie-therapie, ergotherapie, een revalidatietraject, fysiotherapeutische behandeling en cesartherapie – blijven bestaan, in die mate dat eiseres niet in staat is gebleken dagbesteding, die in 2021 is gestart, drie ochtenden in de week (van 9.30 tot 12.00 uur) vol te houden. De dagbesteding van eiseres ziet uitdrukkelijk ook niet op verbetering van de belastbaarheid maar is gericht op de opbouw van dagstructuur. De ASS-klachten type 2 kunnen ook niet worden genezen met behandeling en er blijft altijd ondersteuning nodig. Eiseres betwist dan ook dat haar energetische beperkingen met therapie nog kunnen verbeteren waardoor zij in de toekomst wel 4 uur belastbaar zou zijn. Dat de depressieve klachten van eiseres met therapie nog kunnen verbeteren maakt geen verschil voor de energetische klachten als gevolg van het NAH en de ASS. Alleen al vanwege die klachten is eiseres niet 2 uur dan wel 4 uur per dag belastbaar.
7.5
De verzekeringsarts b&b concludeert ten onrechte dat de energetische beperkingen van eiseres nog zullen verbeteren omdat met de ambulant begeleider wordt gewerkt aan het omgaan met autisme en de lichamelijke conditie. De bedoelde behandeling ziet feitelijk op de dagbesteding waarbij de inzet – zoals reeds gesteld – uitdrukkelijk niet ziet op de verbetering van de belastbaarheid of een toename van bekwaamheden maar op opbouw van dagstructuur. Uit de verklaring van de ambulant begeleider blijkt weliswaar dat geprobeerd wordt de lichamelijke conditie van eiseres te verbeteren maar uit informatie van de hersenstichting en de stichting hersenletsel-uitleg blijkt dat behandeling in geval van NAH-klachten alleen ziet op het beter leren omgaan met de energie, dat de conditie ondanks training per dag zal blijven verschillen en zelfs ondanks dagelijkse lichaamsbeweging nog niet vooruit zal gaan over langere tijd.
7.6
Met betrekking tot de prikkelgevoeligheid heeft eiseres een rapportage van
25 februari 2021 overgelegd. Die rapportage zou volgens eiseres van kinder- en jeugdpsychiater [psychiater] zijn. Hieruit blijkt dat eerder medicamenteuze behandeling heeft plaatsgevonden maar dat die is gestaakt vanwege ernstige bijwerkingen.
7.7
Eiseres verzoekt tot slot aan de rechtbank een deskundige te benoemen en een schadevergoeding voor wettelijke rente en in verband met overschrijding van de redelijke termijn.
Juridisch kader
8. Recht op een Wajong-uitkering ontstaat pas indien de betrokkene duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) heeft.
Het UWV moet daarom eerst beoordelen of eiseres voldoet aan tenminste een van de volgende voorwaarden:
- eiseres kan geen taak uitvoeren in een arbeidsorganisatie
- eiseres beschikt niet over basale werknemersvaardigheden
- eiseres kan niet een uur aangesloten werken
- eiseres is niet tenminste vier uur per dag belastbaar dan wel twee uur per dag belastbaar en in staat het minimumloon te verdienen.
Wordt aan tenminste een van de hiervoor genoemde voorwaarden voldaan dan ontbreekt arbeidsvermogen. Vervolgens moet het UWV dan beoordelen of deze situatie duurzaam is.
Bij de beoordeling maakt het UWV gebruik van de Sociaal Medische Beoordeling Arbeidsvermogen (SMBA)-systematiek. Bij deze beoordeling staat de ‘International Classification of Functioning, Disability and Health’ centraal. Voor het toepassen van de SMBA-systematiek heeft het UWV het ‘Compendium Participatiewet’ vastgesteld.
Oordeel van de rechtbank
9.1
Partijen zijn verdeeld over de vragen of eiseres basale werknemersvaardigheden heeft, een taak kan verrichten en of het ontbreken van arbeidsvermogen (vanwege het niet 4 uur per dag belastbaar zijn) duurzaam is.
De te beoordelen datum is de 18e verjaardag van eiseres, [geboortedag] 2021 (datum in geding).
basale werknemersvaardigheden en uitvoeren taak
9.2
Uit het Compendium volgt dat basale werknemersvaardigheden, vaardigheden zijn die onmisbaar en essentieel zijn. Het gaat dan om het begrijpen, onthouden en uitvoeren van instructies en het nakomen van afspraken met de werkgever. Essentieel is of het ontbreken van deze vaardigheden voorkomt uit ziekte of gebrek. Het gaat bij het nakomen van afspraken zowel om het accepteren van gezag als om het accepteren van de regels waar de werknemer zich aan moet houden op last van het gezag.
9.3
Naar het oordeel van de rechtbank hebben de verzekeringsarts b&b en arbeidsdeskundige b&b afdoende gemotiveerd dat eiseres over basale werknemers-vaardigheden beschikt. Zij hebben daarbij kunnen betrekken dat eiseres havoniveau heeft en er daarom geen reden is om aan te nemen dat zij niet in staat is om instructies te begrijpen, onthouden en uit te voeren of om afspraken met de werkgever na te komen. De arbeidsdeskundige b&b heeft een enkelvoudige taak, zoals de taak scannen – waarin er geen noodzaak is om te plannen of structureren, zonder langdurig vasthouden van de aandacht of contacten met onbekenden, op een min of meer afgescheiden werkplek – met begeleiding van bijvoorbeeld een jobcoach [1] , passend kunnen achten voor eiseres als zij weer 4 uur per dag belastbaar is.
duurzaamheid en 4 uur per dag belastbaar
9.4
Niet in geschil is dat eiseres op de datum in geding niet 4 uur per dag belastbaar is dan wel 2 uur per dag belastbaar en in staat het minimumloon te verdienen. Omdat hiermee niet voldaan wordt aan één van de voorwaarden zoals hiervoor genoemd onder 8, is op de datum in geding geen sprake van arbeidsvermogen bij eiseres. In geschil is of dit ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is.
9.5
De beoordeling van de duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen betreft een inschatting van de kansen op verbetering van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. Duurzaamheid op grond van de Wajong wordt aangenomen in een situatie waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet meer kunnen ontwikkelen. Gelet op de wetsgeschiedenis is hiervan sprake als een betrokkene geen enkel perspectief meer heeft op ontwikkeling en herstel is uitgesloten. Als het UWV stelt dat duurzaamheid ontbreekt, hoeft het UWV niet te onderbouwen dat een betrokkene in de toekomst zal beschikken over arbeidsvermogen. Het UWV moet in zo’n geval wel aannemelijk maken dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich in de toekomst op een dusdanige wijze kunnen ontwikkelen dat niet uitgesloten is dat op termijn arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan. Daarbij zijn van belang de bij betrokkene bestaande mogelijkheden tot verbetering van belastbaarheid, verdere ontwikkeling en toename van bekwaamheden. Anders dan bij een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (wet Wia) kan in een situatie waarbij op lange termijn slechts een geringe kans op herstel bestaat, voor de toepassing van de Wajong (vooralsnog) geen duurzaamheid worden aangenomen.
Het UWV hanteert bij de beoordeling van de duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen een beoordelingskader, dat is opgenomen in Bijlage 1 van het Compendium. Volgens het beoordelingskader spreekt de verzekeringsarts zich uit over de ontwikkeling van de mogelijkheden van betrokkene, uitgaande van de medische situatie zoals die is op het moment waarop de beoordeling betrekking heeft. In het beoordelingskader is een stappenplan opgenomen voor het onderzoek van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige naar de vraag of bij een betrokkene al dan niet sprake is van het duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen. Voor zover de verzekeringsarts, overeenkomstig het stappenplan, niet zelfstandig over het duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen kan besluiten, spreken verzekeringsarts en arbeidsdeskundige zich gezamenlijk uit over de te verwachten ontwikkeling van betrokkene en of die al dan niet tot arbeidsvermogen kan leiden. [2]
9.6
In het Compendium is over de voorwaarde van 4 uur per dag werken vermeld dat het gaat om de vraag of betrokkene gedurende 4 uur per dag benutbare mogelijkheden heeft. Dat hoeft niet aaneengesloten te zijn. Bij deze beoordeling maakt de verzekeringsarts gebruik van de standaard ‘Duurbelastbaarheid in Arbeid’. Op grond van die standaard zijn de belangrijkste meetinstrumenten voor de beoordeling van de recuperatienoodzaak het dagverhaal, de inhoud en constellatie van de medische gegevens en de perceptie en cognitie van het eigen onvermogen van cliënt. In aanmerking genomen de indicaties voor een beperkte duurbelastbaarheid zal dit het geval kunnen zijn bij aandoeningen met
zeer ernstige energetische beperkingenof bij een zeer beperkte beschikbaarheid. Ook bij zeer ernstige energetische beperkingen is het niet de verwachting dat de belastbaarheid snel onder het niveau van 4 uur per dag komt te liggen. Het vaststellen van de duurbelastbaarheid is immers het ‘sluitstuk’ van de verzekeringsgeneeskundige beoordeling. De verzekeringsarts heeft al vastgesteld dat betrokkene benutbare mogelijkheden heeft en dat hij kan functioneren, rekening houdend met soms forse beperkingen. Wanneer betrokkene naar het oordeel van de verzekeringsarts minder dan 4 uur aaneengesloten belastbaar is behoort de verzekeringsarts eveneens te beoordelen of binnen de 24-uurscyclus een zodanige recuperatie mogelijk is dat betrokkene na recuperatie nog enige tijd aaneen belastbaar is (bijvoorbeeld: 2 uur belastbaar – recuperatieperiode – 2 uur belastbaar).
9.7
De verzekeringsartsen hebben geconcludeerd dat door de toegenomen psychische/ depressieve klachten in september 2021, naast de klachten van ASS en NAH, de energetische beperking ernstiger is waardoor er een tijdelijke noodzaak is voor meer recuperatietijd en 4 uur per dag werken tijdelijk niet haalbaar is voor eiseres. Met therapie zal de energetische beperking echter verbeteren waardoor eiseres weer ten minste 4 uur per dag belastbaar zal zijn. Zo kan met behandeling en begeleiding verbetering en herstel van de depressieve problematiek worden bereikt en kan voor de ASS-problematiek met adequate, gespecialiseerde begeleiding de vaardigheden (plannen, structureren, prioritering en sociaal functioneren) worden ontwikkeld dan wel kan geleerd worden de ASS-beperkingen beter te hanteren.
Eiseres heeft gesteld dat al op grond van haar duurzame beperkingen vanwege de ASS en het NAH sprake is van een situatie dat een belasting van 4 uur per dag niet mogelijk is.
Indien deze stelling van eiseres juist zou zijn, dan ontbreekt het arbeidsvermogen duurzaam. Indien dit niet juist is, en alleen vanwege de bijkomende depressie tijdelijk geen belasting van 4 uur mogelijk is (zoals het UWV stelt), wordt toegekomen aan de vraag of er behandeling mogelijk is die kan leiden tot belastbaarheid van 4 uur per dag. Als die vraag bevestigend wordt beantwoord, ontbreekt het arbeidsvermogen (nog) niet duurzaam. Indien die vraag ontkennend wordt beantwoord, is sprake van het duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen.
9.8
In beroep heeft de rechtbank het UWV gevraagd om nader te motiveren waarom eiseres alleen vanwege de depressieve klachten tijdelijk niet 4 uur per dag belastbaar is en waarom de (energetische) beperkingen vanuit de ASS en het NAH niet ook al tot die conclusie leiden, en (als eiseres met alleen de ASS en het NAH 4 uur per dag belastbaar is) welke specifieke behandelmogelijkheden er bestaan voor de psychische klachten.
De verzekeringsarts b&b heeft op deze vragen geantwoord dat eiseres bekend is met ASS en NAH en dat dat gepaard gaat met een energetische beperking. Van een zeer ernstige energetische beperking is geen sprake. Het diagnostiekverslag uit 2020, waarin extreme vermoeidheid/energetische beperking benoemd wordt, is van ruim een jaar voor datum in geding. Uit de rapportage van de primaire verzekeringsarts blijkt dat na 2020 sprake was van verbetering van de klachten. In de loop van 2020 en 2021 heeft behandeling (traumatherapie en medicatie) plaatsgevonden waarna de klachten gaandeweg zijn verminderd en ook het slapen beter ging, waarbij zelfs het ondersteunend gebruik van medicatie werd afgebouwd en gestopt. Ook blijkt dat eiseres vanaf eind mei 2021 naar dagbesteding gaat. Vanwege de toegenomen depressieve klachten vanaf september 2021 is het aannemelijk dat eiseres energetisch minder belastbaar is, waardoor zij tijdelijk niet 4 uur per dag belastbaar is. De verzekeringsarts b&b achtte eiseres wel 2 uur per dag belastbaar, omdat zij, ondanks de depressieve klachten, in staat was om meerdere dagen per week op de fiets naar de dagbesteding te gaan en een half uur tot anderhalf uur daarna weer activiteiten te ondernemen.
Uit de rapportage van de primaire verzekeringsarts blijkt verder dat de huisarts weer is gestart met antidepressiva vanwege toegenomen depressieve klachten in september 2021. In 2020/2021 heeft eiseres ook antidepressiva (sertraline) gekregen, naast traumatherapie, wat een positief effect had. De klachten verbeterden waardoor de medicatie werd afgebouwd en gestopt. De verzekeringsarts b&b stelt dan ook dat met het verbeteren van de depressieve klachten eiseres weer in staat zal zijn om 4 uur per dag te werken. De verzekeringsarts b&b merkt verder op dat in het diagnostiekverslag de optie van medicatie voor prikkelgevoeligheid is gegeven om meer ruimte in het hoofd te creëren. Niet is gebleken dat eiseres dat heeft overwogen of geprobeerd. De verzekeringsarts b&b stelt dat niet vaststaat dat eiseres blijvend geen arbeidsvermogen kan ontwikkelen. Depressie is (goed) behandelbaar en gebleken is dat medicatie een positief effect op eiseres heeft. Daarnaast is voor de prikkelgevoeligheid medicatie mogelijk.
9.9
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts b&b hiermee afdoende gemotiveerd dat, (alleen) vanwege een toename van haar psychische klachten vanaf september 2021, eiseres op datum in geding niet in staat was om 4 uur per dag te werken. De stelling van eiseres dat zij alleen al vanwege de duurzame beperkingen vanuit de ASS en het NAH niet in staat was om 4 uur per dag te werken, wordt niet gevolgd. Op basis van de voorhanden informatie en het onderzoek van de verzekeringsartsen zijn (energetische) beperkingen aangenomen vanuit de ASS en het NAH, welke beperkingen vanuit de bijkomende depressieve klachten ernstiger zijn geworden. De depressieve klachten bestonden ook al voorafgaand aan de datum in geding en zijn rond die datum toegenomen. De in het diagnostiekverslag van 2020 gerapporteerde extreme vermoeidheid kan daarmee niet zonder meer worden toegeschreven aan enkel de ASS en het NAH. Van zeer ernstige energetische beperkingen, zoals vermeld in het Compendium, vanuit enkel de ASS en het NAH, kan daarom niet gesproken worden.
9.1
De rechtbank is verder van oordeel dat de verzekeringsartsen afdoende hebben gemotiveerd dat er door behandeling, waaronder medicatie voor depressie en prikkelgevoeligheid, en (gespecialiseerde) begeleiding nog verbetering in de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie te verwachten is. Daarbij heeft het UWV kunnen betrekken dat bij het dagpatroon ten tijde van de depressieve klachten een belastbaarheid van 2 uur per dag past en eiseres met behandeling mogelijk 4 uur per dag belastbaar is. Daarmee is niet uitgesloten dat op termijn bij haar arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan.
Voor zover eiseres heeft gesteld dat zij medicatie tegen prikkelgevoeligheid heeft geprobeerd maar die heeft moeten staken vanwege de bijwerkingen daarvan, overweegt de rechtbank als volgt. Uit de door eiseres overgelegde rapportage van 25 februari 2021 blijkt dat zij het gebruik van sertraline heeft moeten staken, maar uit de rapportage van de primaire verzekeringsarts van 8 november 2021 kan worden afgeleid dat eiseres vanwege haar depressieve klachten sinds 4 weken (sinds ongeveer begin oktober 2021 dus) weer sertraline slikte. Dat valt niet te rijmen met de stelling dat deze medicatie niet meer ingezet kan worden. De rechtbank ziet in deze grond daarom geen reden voor de conclusie dat (deze of andere medicamenteuze) behandeling niet geschikt is voor eiseres en daardoor geen verbetering zou kunnen optreden.
9.11
De rechtbank ziet geen aanleiding om een deskundige te benoemen, zoals eiseres heeft verzocht, omdat niet in geschil is dat het arbeidsvermogen ontbreekt, terwijl er voldoende informatie beschikbaar is om te kunnen oordelen over de duurzaamheid.
9.12
Op grond van het voorgaande had eiseres op de datum in geding weliswaar geen arbeidsvermogen, maar was nog geen sprake van het duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen. Niet uitgesloten is dat op termijn arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan. Zoals hiervoor onder 9.5 is overwogen geldt in het kader van de Wajong een streng criterium, waardoor zelfs in een situatie waarbij slechts een geringe kans op herstel bestaat (vooralsnog) geen duurzaamheid wordt aangenomen. Verder is nog geen sprake van het ontbreken van arbeidsvermogen voor een periode van 10 jaar, na welke periode de duurzaamheid verondersteld wordt aanwezig te zijn. [3]
schadevergoeding vanwege overschrijding redelijke termijn
10.1
Eiseres heeft verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
10.2
In procedures als deze mag de behandeling van het bezwaar ten hoogste een half jaar en de behandeling van het beroep bij de rechtbank ten hoogste anderhalf jaar duren. Doorgaans zal geen sprake zijn van een overschrijding van de redelijke termijn, indien de fase van bezwaar en beroep gezamenlijk niet langer dan twee jaar heeft geduurd. Er kunnen bijzondere omstandigheden zijn op grond waarvan een andere termijn dan twee jaar geldt. Van dergelijke omstandigheden is in dit geval niet gebleken.
10.3
Het bezwaarschrift van eiseres is door het UWV ontvangen op 28 december 2021. Vanaf de datum van de ontvangst van het bezwaarschrift door het UWV tot de datum van deze uitspraak is circa 4 jaar en 3 maanden verstreken. De redelijke termijn is dus met 2 jaar en 3 maanden (27 maanden) overschreden.
10.4
In beginsel is een vergoeding gepast van € 500,- per half jaar of een gedeelte daarvan waarmee de redelijke termijn is overschreden. Dit leidt tot een schadevergoeding van € 2.500,--. Omdat de bezwaarfase (afgerond) 18 maanden heeft geduurd en daarmee
12 maanden te lang, komt 12/27 deel (dus € 1.111,--) voor rekening van het UWV en de rest (€ 1.389,--) voor rekening van de Staat. De rechtbank merkt de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) in zoverre mede aan als partij in dit geding.

Conclusie en gevolgen

11.1
Het beroep is gegrond omdat het UWV pas in beroep voldoende heeft toegelicht dat niet uitgesloten is dat op termijn bij eiseres arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit wegens een motiveringsgebrek. De rechtbank laat met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand. Het UWV heeft namelijk terecht geweigerd aan eiseres een Wajong-uitkering toe te kennen. Dit betekent dat er inhoudelijk niets verandert.
11.2
Omdat het beroep gegrond is moet het UWV het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres een vergoeding voor haar proceskosten.
Het UWV moet de proceskostenvergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend (1 punt), heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen
(1 punt) en heeft een schriftelijk reactie ingediend op de nadere rapportage van de verzekeringsarts b&b (0,5 punt). In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van
€ 934,-. Omdat de zaak een gemiddeld gewicht heeft, is op deze waarde de factor 1 toegepast.
Het UWV en de Staat zullen ook elk voor de helft worden veroordeeld in de proceskosten van eiseres voor verleende rechtsbijstand in verband met het verzoek om schadevergoeding. Die kosten worden begroot op een bedrag van € 226,75 (1 punt voor het indienen van het schadeverzoek met een wegingsfactor van 0,25 [4] ). De betreffende kosten komen daarmee ten laste van het UWV voor een bedrag van € 113,37 en ten laste van de Staat voor een bedrag van € 113,38.
De rechtbank stelt de proceskostenvergoeding vast op totaal € 2.448,37.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
  • bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 50,- aan eiseres moet vergoeden;
  • veroordeelt het UWV tot betaling aan eiseres van een vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van € 1.111,--;
  • veroordeelt het UWV tot betaling van € 2.448,37 aan proceskosten aan eiseres;
  • veroordeelt de Staat tot betaling aan eiseres van een vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van € 1.389,--;
  • veroordeelt de Staat in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 113,38.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.D. Sebel, griffier, op 8 april 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Bijlage: Wettelijk kader

Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
Artikel 1a:1, eerste lid
Jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen is de ingezetene die:
a. op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft;
b.na de in onderdeel a bedoelde dag als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en in het jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop dit is ingetreden, gedurende ten minste zes maanden studerende was.
Artikel 1a:1, tweede lid
De ingezetene die op de dag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, beperkingen ondervindt als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling, maar op grond van het eerste lid niet aangemerkt wordt als jonggehandicapte, wordt alsnog jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen, indien hij binnen vijf jaar na die dag duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, indien dit voortkomt uit dezelfde oorzaak als die op grond waarvan hij beperkingen als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling ondervond, op de dag, bedoeld in onderdeel a of b.
Artikel 1a:1, derde lid
De ingezetene die tijdelijk geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft wordt alsnog jonggehandicapte, indien hij gedurende een tijdvak van tien jaar volgend op de dag waarop hij jonggehandicapte zou zijn geworden op grond van het eerste lid, onderdeel a of b, of het tweede lid, indien hij duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zou hebben gehad, geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie had.
Artikel 1a:1, vierde lid
Onder duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan de situatie waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen.
Artikel 1a:1, zesde lid
De beoordeling van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie wordt gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en voor zover nodig een arbeidskundig onderzoek.
Artikel 1a:1, achtste lid
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste, vierde en zesde lid nadere regels worden gesteld. Bedoelde algemene maatregel van bestuur is het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (het Schattingsbesluit).
Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
Artikel 1a, eerste lid
Betrokkene heeft geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als bedoeld in de artikelen 1a:1, eerste lid, 2:4, eerste lid, en 3:8a, eerste lid, van de Wajong, indien hij:
a. geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;
b. niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;
c. niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of
d. niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.
Artikel 1a, tweede lid
Een taak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is de kleinste eenheid van een functie en bestaat uit één of meerdere handelingen.
In het compendium is een stappenplan opgenomen bij de beoordeling voor de duurzaamheid.
Het stappenplan bestaat uit 3 stappen
Stap 1 - voor de verzekeringsarts
De verzekeringsarts stelt vast of er sprake is van een progressief ziektebeeld.
Als het antwoord bevestigend is, ontbreekt het arbeidsvermogen duurzaam. De beoordeling is afgerond.
Stap 2 - voor de verzekeringsarts
De verzekeringsarts stelt vast of de situatie van cliënt aan beide volgende voorwaarden voldoet:
- er is sprake van een stabiel ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden;-
- de aandoening is zodanig ernstig dat geen enkele toename van bekwaamheden mag worden verwacht.
Als aan deze beide voorwaarden wordt voldaan, ontbreekt het arbeidsvermogen duurzaam. De beoordeling is afgerond.
Stap 3 - voor de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige samen:
De verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige stellen in gezamenlijk overleg vast of het ontbreken van arbeidsvermogen van de cliënt duurzaam is. Zij betrekken daarbij ten minste de volgende aspecten in onderlinge samenhang:
-het al dan niet ontbreken van mogelijkheden ter verbetering van de belastbaarheid;
-het al dan niet ontbreken van mogelijkheden tot verdere ontwikkeling;
-het al dan niet ontbreken van mogelijkheden tot toename van bekwaamheden.
Op grond van hun gezamenlijk overleg concluderen de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige of het arbeidsvermogen al dan niet duurzaam ontbreekt. De beoordeling is afgerond.

Voetnoten

1.bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 4 december 2024 (ECLI:NL:CRVB:2024:2294)
2.bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 14 januari 2026 (ECLI:NL:CRVB:2026:21)
3.Artikel 1a:1, derde lid, van de Wajong
4.Uitspraak van de Hoge Raad van 31 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:567