Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2742

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
24/7470
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 AVGArt. 23 AVGArt. 41 UAVGArt. 45a AdvocatenwetArt. 2:5 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing inzageverzoek persoonlijke dossier bij Orde van Advocaten wegens bescherming vertrouwelijkheid klacht- en signaaldossiers

Eiser verzocht de deken van de Orde van Advocaten om inzage in zijn persoonlijke dossier over de periode 2014-2024. De deken wees het verzoek gedeeltelijk af, met name inzake klacht- en signaaldossiers, op grond van uitzonderingen in de AVG en de Uitvoeringswet AVG ter bescherming van toezicht en vertrouwelijkheid.

Eiser maakte bezwaar en stelde dat de afwijzing onvoldoende gemotiveerd was en dat het inzagerecht niet proportioneel werd beperkt. De rechtbank oordeelde dat het primaire besluit een motiveringsgebrek bevatte, maar dat dit werd hersteld door de aanvullende motivering in het verweerschrift, waarin het belang van vertrouwelijkheid, geheimhoudingsplicht en bescherming van melders werd toegelicht.

De rechtbank concludeerde dat de beperking van het inzagerecht noodzakelijk en evenredig is, mede vanwege het belang van onafhankelijk toezicht en bescherming van derden. Het verzoek om een compact overzicht werd afgewezen omdat dit alsnog tot schending van vertrouwelijkheid zou leiden. De rechtbank wees het beroep af en bepaalde dat de deken het griffierecht aan eiser moet vergoeden.

Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke afwijzing van het inzageverzoek wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/7470

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 april 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

De deken van de Orde van Advocaten Zeeland-West-Brabant, verweerder

(gemachtigden: mr. [gemachtigde 1] en mr. [gemachtigde 2] ).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijke afwijzing van het verzoek van eiser om inzage in zijn persoonlijke dossier bij de Orde van Advocaten Zeeland-West-Brabant (hierna: de Orde van Advocaten). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevat, maar zal dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) passeren. Het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Procesverloop

2. Eiser heeft een verzoek gedaan om inzage in zijn volledige persoonlijke dossier dat door de Orde van Advocaten gedurende de periode van 2014 tot 2024 is aangelegd. De deken heeft dit verzoek met het besluit van 24 april 2024 gedeeltelijk toe-/afgewezen. Met het bestreden besluit van 27 september 2024 op het bezwaar van eiser is de deken bij dat besluit gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De deken heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 26 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van verweerder.
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Bij brief van 7 maart 2024 heeft eiser de deken op grond van artikelen 12 en 15, eerste lid, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) verzocht om inzage te verstrekken in zijn persoonlijk dossier, dat is bijgehouden door de Orde van Advocaten over de afgelopen 10 jaar, derhalve over de periode van 2014 tot en met 2024.
3.1.
Met een besluit van 24 april 2024 (primaire besluit) heeft de deken het verzoek van eiser gedeeltelijk toe-/afgewezen. De persoonsgegevens in klacht- en signaaldossiers, die volgens de deken primair zijn verwerkt in het kader van zijn toezichthoudende taak als deken, heeft de deken op grond van de artikelen 23 lid 1 onder g en h AVG en 41 lid 1 onder g en h Uitvoeringswet AVG (UAVG) niet verstrekt.
Bij dit besluit is een overzicht gevoegd van alle andere dossiers waarin persoonsgegevens van eiser zijn verwerkt en welke persoonsgegevens dat betreft.
3.2.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
3.3.
De deken heeft eiser uitgenodigd voor een hoorzitting. Omdat eiser zich op het standpunt heeft gesteld dat de hoorzitting moet plaatsvinden bij een bezwaarschriftencommissie en hij daarom niet zal verschijnen voor een hoorzitting op de dekenkamer door de deken zelf, heeft de hoorzitting geen doorgang gevonden en is de beslissing op bezwaar genomen zonder dat eiser is gehoord.
3.4.
Met het bestreden besluit is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Beroepsgronden
4. Eiser stelt dat de deken zijn inzageverzoek op ondeugdelijke gronden en onvoldoende gemotiveerd gedeeltelijk heeft afgewezen. Hij stelt zich op het standpunt dat de deken ook inzage had moeten verlenen in de klacht- en signaaldossiers. Eiser stelt dat de integrale afwijzing van zijn inzageverzoek in de klacht- en signaaldossiers zich, zonder nadere motivering, niet verdraagt met de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid. Bij een botsing van het recht op inzage en de rechten en vrijheden van anderen moeten deze rechten en vrijheden volgens eiser tegen elkaar worden afgewogen. Eiser wijst daarbij op rechtspraak van de ABRvS, gerechtshoven en het Hof van Justitie van de Europese Unie. [1]
Ter zitting heeft eiser verzocht om maatwerk en een compact, administratief overzicht van de betreffende klacht- en signaaldossiers.
4.1.
Eiser stelt dat het door de deken verstrekte overzicht van alle andere dossiers waarin zijn persoonsgegevens zijn verwerkt niet is aan te merken als een conform AVG aan te bieden presentatie van persoonsgegevens.
4.2.
Eiser stelt dat de verstrekte persoonsinformatie in de categorie ‘Stage en opleiding’ onjuist is en gerectificeerd moet worden.
4.3.
Het standpunt dat de deken kopieën van alle documenten waarin de persoonsgegevens van eiser voorkomen aan eiser dient te overleggen, heeft eiser ter zitting verlaten.

Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank stelt voorop dat eiser op grond van artikel 15, eerste lid van de AVG een recht op inzage heeft. Dat betekent dat de deken eiser uitsluitsel dient te geven of de Orde van Advocaten persoonsgegevens van eiser heeft verwerkt in voormelde periode en als dat het geval is, hij inzage dient te geven in die verwerkte persoonsgegevens. Het doel van dit artikel is dat degene wiens persoonsgegevens zijn verwerkt deze persoonsgegevens kan controleren op juistheid en rechtmatige verwerking ervan. [2] De deken heeft deze inzage gedeeltelijk gegeven in het overzicht dat bij het primaire besluit is gevoegd.
Voldoet het verstrekte overzicht van alle andere dossiers?
5.1.
De stelling van eiser dat het verstrekte overzicht niet is aan te merken als een conform AVG aan te bieden presentatie van persoonsgegevens volgt de rechtbank niet. Eiser heeft zich aan de hand van dit overzicht op de hoogte kunnen stellen van de van hem verwerkte persoonsgegevens en hij heeft deze kunnen controleren op rechtmatigheid. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank aan het doel van artikel 15 van Pro de AVG voldaan.
Uitzondering op het inzagerecht voor klacht- en signaaldossiers?
5.2.
Tussen partijen is in geschil of de deken een beroep kan doen op een uitzondering op het inzagerecht voor de klacht- en signaaldossiers.
5.3.
De rechtbank overweegt dat artikel 23, eerste lid, onder g van de AVG en artikel 41, eerste lid, onder g van de UAVG de mogelijkheid geven het inzagerecht te beperken ter waarborging van de voorkoming, onderzoek, opsporing en vervolging van schendingen van beroepscodes voor gereglementeerde beroepen. Daaronder valt de advocatuur, zoals de deken terecht heeft gesteld. [3] Aanvullend daarop verschaffen artikel 23, eerste lid onder h van de AVG en artikel 41, eerste lid, onder h van de UAVG de basis om inzage te beperken ter waarborging van toezicht, inspectie of regelgeving, verband houdend met de uitoefening van het openbaar gezag door onder meer toezichthouders. Op grond van artikel 45a, eerste lid van de Advocatenwet is de deken belast met het toezicht op de naleving van advocaten die kantoor houden in zijn arrondissement. De deken is dus een toezichthouder in die zin.
5.4.
De rechtbank is op basis hiervan van oordeel dat het inzagerecht door een deken van een Orde van Advocaten in beginsel mag worden beperkt ten aanzien van klacht- en signaaldossiers. Eiser heeft echter terecht aangevoerd dat op grond van vaste rechtspraak wel gemotiveerd moet worden dat die beperking noodzakelijk en evenredig is. [4] Voor een succesvol beroep op een weigeringsgrond in de zin van artikel 41 van Pro de UAVG moet de deken concreet aangeven welk verbonden belang wordt geschonden door honorering van het betrokken verzoek om inzage in persoonsgegevens. Een algemene verwijzing naar een weigeringsgrond volstaat niet.
5.5.
De rechtbank stelt vast dat zowel het primaire als het bestreden besluit een integrale afwijzing van het inzageverzoek met betrekking tot de klacht- en signaaldossiers bevat. Ter onderbouwing hiervan wordt slechts verwezen naar voormelde artikelen, zonder dat de daarbij betrokken belangen worden afgewogen. De rechtbank overweegt dat pas in het verweerschrift namens de deken is aangevoerd dat er twee belangen in de weg staan aan het bieden van inzage in de persoonsgegevens van eiser uit de klacht- en signaaldossiers, namelijk: (i) het maatschappelijke belang van vertrouwelijkheid in klacht- en signaaldossiers en (ii) de wettelijke geheimhoudingsplicht uit artikel 45a lid 1 Aw en artikel 2:5 Awb Pro die op de deken rust.
De deken heeft in het verweerschrift toegelicht dat inzage in klacht- en signaaldossiers het vertrouwen van de melders zou schaden en zou leiden tot het risico dat potentiële melders zich in de toekomst stil houden. Daarbij zou inzage leiden tot schending van het recht op privacy en vertrouwelijke communicatie van melders en eventuele derden. Daarnaast vallen de gegevens uit de klacht- en signaaldossiers volgens de deken onder zijn geheimhoudingsplicht, zoals die volgt uit artikel 45a lid 1 Aw en artikel 2:5 Awb Pro. Doorbreking van die geheimhoudingsverplichtingen is volgens de deken niet alleen maatschappelijk onwenselijk, maar ook strafbaar. [5]
5.6.
De rechtbank is van oordeel dat de deken hiermee voldoende heeft gemotiveerd dat de beperking van het inzagerecht ten aanzien van de klacht- en signaaldossiers in dit geval noodzakelijk en evenredig is. De deken stelt terecht dat het maatschappelijk belang van het inzagerecht in dit geval moet wijken voor het maatschappelijke belang bij onafhankelijk toezicht op de advocatuur, het strikt handhaven van de geheimhoudingsplicht van de deken en de bescherming van rechten en vrijheden van melders en andere derden. De rechtbank is met de deken van oordeel dat ook het compacte overzicht waar eiser ter zitting om heeft gevraagd met het oog op de hiervoor genoemde belangen niet verstrekt kan worden, nu eiser zelfs op basis van beperkte informatie, zoals bijvoorbeeld een datum, zou kunnen achterhalen wie de betreffende melder of andere derde is geweest. Daarbij merkt de rechtbank op dat het inzagerecht van eiser is beperkt tot zijn eigen persoonsgegevens. Hetzelfde geldt voor zijn recht op rectificatie. Eiser kan op grond van de AVG dus geen aanspraak maken op inzage in andere informatie en heeft ook geen recht om andere informatie te controleren op juistheid en/of te rectificeren.
5.7.
De rechtbank overweegt dat de deken op grond van artikel 8:29 van Pro de Awb een algemeen overzicht van documenten uit de klacht- en signaaldossiers aan de rechtbank heeft verstrekt, waarin wordt gespecificeerd welke beperkingsgrond op welk document van toepassing is, om aan te tonen dat het inzageverzoek rechtmatig en zorgvuldig is beoordeeld en beperkt. In een beslissing van 1 april 2025 heeft de rechtbank geoordeeld dat beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Eiser heeft desgevraagd – om hem moverende redenen – echter geen toestemming gegeven om dit overzicht bij de beoordeling van het beroep te betrekken. Dat de rechtbank niet nader, per document, kan controleren of de uitzonderingsgronden waar de deken zich op beroept van toepassing zijn, komt op grond van vaste rechtspraak voor rekening en risico van eiser. [6]
5.8.
Aangezien voormelde aanvullende motivering pas in het verweerschrift naar voren is gebracht, concludeert de rechtbank dat het bestreden besluit op dit punt een motiveringsgebrek bevat. De rechtbank ziet aanleiding om dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb te passeren, omdat de deken het motiveringsgebrek met de aanvullende motivering in het verweerschrift heeft hersteld en eiser gelet daarop niet in zijn belangen is geschaad.
Verzoek rectificatie kantoornaam
6. Ter zitting is besproken dat de vermelde kantoornaam in de categorie ‘Stage en opleiding’ onjuist is. Eiser heeft toegelicht dat hij ten tijde van het mentoraat niet werkzaam was bij [bedrijf] , maar nog bij zijn vorige kantoor. Eiser wil dat dit gerectificeerd wordt. De gemachtigden van de deken hebben toegezegd dat zij de deken zullen verzoeken om dit aan te passen. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om hier verder op in te gaan.
Tot slot
7. De rechtbank overweegt tot slot dat de vragen die eiser in zijn beroepschrift opwerpt over de inrichting van de administratie van de Orde van Advocaten buiten de reikwijdte van deze beroepsprocedure vallen. Hetzelfde geldt voor zijn stellingen met betrekking tot de verwerking van gegevens van (oud) leden van de Raad en de informatie over de herkomst van gegevens. De rechtbank kan in het kader van deze procedure enkel beoordelen of de deken een juiste beslissing heeft genomen op het inzageverzoek van eiser.
7.1.
Eiser heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat zijn stellingen met betrekking tot de opmerking van de deken over een ‘fishing expedition’ geen bespreking meer behoeven.

Conclusie en gevolgen

8. De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat het beroep van eiser ongegrond is. Dat betekent dat het besluit van de deken om het inzageverzoek van eiser gedeeltelijk af te wijzen in stand blijft.
8.1.
Omdat er sprake was van een motiveringsgebrek en artikel 6:22 van Pro de Awb is toegepast, moet de deken het griffierecht aan eiser vergoeden.
8.2.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Op grond van artikel 1, onder a van het Besluit proceskosten bestuursrecht komen slechts kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand voor vergoeding in aanmerking. Nu eiser voor zichzelf is opgetreden is daar geen sprake van. Dat eiser andere voor vergoeding in aanmerking komende kosten heeft gemaakt is niet gesteld.

Beslissing

De rechtbank
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • bepaalt dat de deken het griffierecht van € 187,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. van der Linden, rechter, in aanwezigheid van mr. C.F.E.M. Mes, griffier op 9 april 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)
Artikel 15
Recht van inzage van de betrokkene
1. De betrokkene heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen van die persoonsgegevens en van de volgende informatie:
a. a) de verwerkingsdoeleinden;
b) de betrokken categorieën van persoonsgegevens;
c) de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de persoonsgegevens zijn of zullen worden verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties;
d) indien mogelijk, de periode gedurende welke de persoonsgegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen, of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;
e) dat de betrokkene het recht heeft de verwerkingsverantwoordelijke te verzoeken dat persoonsgegevens worden gerectificeerd of gewist, of dat de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens wordt beperkt, alsmede het recht tegen die verwerking bezwaar te maken;
f) dat de betrokkene het recht heeft klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit;
g) wanneer de persoonsgegevens niet bij de betrokkene worden verzameld, alle beschikbare informatie over de bron van die gegevens;
h) het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming, met inbegrip van de in artikel 22, leden 1 en 4, bedoelde profilering, en, ten minste in die gevallen, nuttige informatie over de onderliggende logica, alsmede het belang en de verwachte gevolgen van die verwerking voor de betrokkene.
(…)
3. De verwerkingsverantwoordelijke verstrekt de betrokkene een kopie van de persoonsgegevens die worden verwerkt. (…)
Artikel 23
Beperkingen
1. De reikwijdte van de verplichtingen en rechten als bedoeld in de artikelen 12 tot en met 22 en artikel 34, alsmede in artikel 5 kan Pro, voor zover de bepalingen van die artikelen overeenstemmen met de rechten en verplichtingen als bedoeld in de artikelen 12 tot en met 20, worden beperkt door middel van Unierechtelijke of lidstaatrechtelijke bepalingen die op de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker van toepassing zijn, op voorwaarde dat die beperking de wezenlijke inhoud van de grondrechten en fundamentele vrijheden onverlet laat en in een democratische samenleving een noodzakelijke en evenredige maatregel is ter waarborging van:
a) de nationale veiligheid;
b) landsverdediging;
c) de openbare veiligheid;
d) de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid;
e) andere belangrijke doelstellingen van algemeen belang van de Unie of van een lidstaat, met name een belangrijk economisch of financieel belang van de Unie of van een lidstaat, met inbegrip van monetaire, budgettaire en fiscale aangelegenheden, volksgezondheid en sociale zekerheid;
f) de bescherming van de onafhankelijkheid van de rechter en gerechtelijke procedures;
g) de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van schendingen van de beroepscodes voor gereglementeerde beroepen;
h) een taak op het gebied van toezicht, inspectie of regelgeving die verband houdt, al is het incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag in de in de punten a), tot en met e) en punt g) bedoelde gevallen;
(…)
Uitvoeringsregeling AVG (UAVG)
Artikel 41. Uitzonderingen op rechten betrokkene en plichten verwerkingsverantwoordelijke
1. De verwerkingsverantwoordelijke kan de verplichtingen en rechten, bedoeld in de artikelen 12 tot en met 21 en artikel 34 van Pro de verordening, buiten toepassing laten voor zover zulks noodzakelijk en evenredig is ter waarborging van:
a. de nationale veiligheid;
b. landsverdediging;
c. de openbare veiligheid;
d. de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid;
e. andere belangrijke doelstellingen van algemeen belang van de Europese Unie of van Nederland, met name een belangrijk economisch of financieel belang van de Europese Unie of van Nederland, met inbegrip van monetaire, budgettaire en fiscale aangelegenheden, volksgezondheid en sociale zekerheid;
f. de bescherming van de onafhankelijkheid van de rechter en gerechtelijke procedures;
g. de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van schendingen van de beroepscodes voor gereglementeerde beroepen;
h. een taak op het gebied van toezicht, inspectie of regelgeving die verband houdt, al is het incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag in de gevallen, bedoeld in de onderdelen a, b, c, d, e en g;
(…)
Advocatenwet (Aw)
Artikel 45a, van de Aw bepaalt:
1. De deken van de orde in het arrondissement is belast met het toezicht op de naleving door advocaten die kantoor houden in dat arrondissement van het bepaalde bij of krachtens deze wet met inbegrip van toezicht op de zorg die zij als advocaten behoren te betrachten ten opzichte van degenen wiens belangen zij als zodanig behartigen of behoren te behartigen, inbreuken op verordeningen van de Nederlandse orde van advocaten en enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt.
2. Ten behoeve van het houden van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, zijn de advocaat, zijn medewerkers en personeel, alsmede andere personen die bij de beroepsuitoefening betrokken zijn, niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 11a. In dat geval geldt voor de deken alsmede voor de door hem ten behoeve van de uitoefening van het toezicht ingeschakelde medewerkers, personeel en andere personen een geheimhoudingsplicht, gelijk aan die bedoeld in artikel 11a.

Voetnoten

1.Onder meer ABRvS 1 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:394, r.o. 8.4,
2.ABRvS 1 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:394 (r.o. 5.1).
3.Zoals bevestigd door de European Data Protection Board (EDPB), Guidelines 10/2020 on restrictions under Article 23 GDPR, version 2.1, adopted on 13 October 2021, nr. 31.
4.Zie bijvoorbeeld ABRvS 1 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:394 (r.o. 8.4) en rechtbank Oost-Brabant 28 mei 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:2398 (r.o. 5.4).
5.Op grond van artikel 272 van Pro het Wetboek van Strafrecht (schending beroepsgeheim).
6.ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3251 (r.o. 3).