Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 april 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Samenvatting
.Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Naar oordeel van de rechtbank is eiser hier niet in geslaagd. Hij heeft aangevoerd dat de telling onjuist is, maar heeft geen andere telling overgelegd. Tijdens de zitting heeft eiser toegelicht dat hij zelf geen telling heeft laten uitvoeren, omdat onderzoek naar het aantal stacaravans gevoelig ligt in het park. De foto’s van bouwwerken en objecten die eiser bij zijn beroepschrift heeft overgelegd, zijn verder onvoldoende om aannemelijk te maken dat het college ten onrechte stacaravans heeft geteld als recreatiewoningen. Eiser heeft in de eerste plaats niet verduidelijkt wanneer deze foto’s zijn genomen en dus is niet bekend of het gaat om foto’s van vóór of ná de 0-meting in 2020. Op basis van deze foto’s is het daarom niet mogelijk om de juistheid van de 0-meting te betwisten. Als het gaat om foto’s van objecten van na de 0-meting, dan zou dat namelijk ook kunnen wijzen op niet-vergunde en dus mogelijk illegale bouwactiviteiten. Ten tweede geven de foto’s van de objecten onvoldoende beeld van de relevante details van de bouwwerken om het onderscheid te kunnen maken tussen recreatiewoning en stacaravan zoals gedefinieerd in het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is de volgende definitie van een stacaravan opgenomen:
‘een kampeermiddel, onder welke benaming ook aangeduid, dat uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot woon-, dag- of nachtverblijf van een of meer personen en dat door de aanwezigheid van een chassis, assenstelsel en wielen wel over korte afstand naar een vaste standplaats kan worden verreden, doch dat niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen als aanhanger van een personenauto te worden voortbewogen. Ook indien dit onderkomen wegens daaraan of daarbij aangebrachte wijzigingen of voorzieningen niet of niet meer geschikt is om te worden verreden, wordt het voor de toepassing van dit plan aangemerkt als stacaravan.’ [9] Uit de tweede volzin volgt dat als een stacaravan door later aangebrachte wijzigingen of voorzieningen niet meer geschikt is om te worden verreden, dat voor de juridische definitie van stacaravan in het bestemmingsplan niet relevant is. Een stacaravan hoeft volgens deze definitie niet altijd (nog) een chassis, assenstelsel of wielen te hebben. De rechtbank kan gelet op de door eiser verstrekte informatie niet uitsluiten dat de foto’s ook (kunnen) zien op stacaravans die door wijzigingen niet meer geschikt zijn om te worden verreden. Dat maakt echter niet dat sprake is van recreatiewoningen en dus dat de telling van het college onjuist zou zijn.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Artikel 1. Begrippen
- verblijfsrecreatie ten dienste van een huishouden dat zijn hoofdverblijf elders heeft en dat, als onderdeel van een recreatiebedrijf of –tak, bestemd is voor de verhuur aan regelmatig wisselende personen of groepen voor zover niet zijnde een solitaire recreatiewoning;
- verblijfsrecreatie ten dienste van een huishouden dat zijn hoofdverblijf elders heeft voor recreatieve bewoning die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie ;
Artikel 14. Recreatie
(solitaire) recreatiewoningenen
trekkershuttendienen aan het volgende te voldoen:
- maximale hoogte gemeten vanaf het dakvlak 15 m
- maximale breedte 50% van het dakvlak