Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het UWV niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een (ex-)werkneemster op grond van de WIA. De aanvraag werd op 8 september 2025 ontvangen, en de beslistermijn is inmiddels verstreken zonder dat het UWV een besluit heeft genomen.
De rechtbank stelt vast dat eiseres het UWV op 8 december 2025 in gebreke heeft gesteld en dat het UWV deze ingebrekestelling op 15 december 2025 heeft ontvangen. Na het verstrijken van de wettelijke termijn heeft eiseres terecht beroep ingesteld. Het UWV erkent de overschrijding en vraagt om een verlenging van de beslistermijn tot 40 weken vanwege een tekort aan verzekeringsartsen.
De rechtbank oordeelt dat een termijn van vier maanden redelijk is om een zorgvuldige beslissing te kunnen nemen, maar wijst het verzoek van het UWV voor een langere termijn af. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet het UWV het griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoeden.