Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2026 in de zaken tussen
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
“2018
Correctie 1:omzet € 122.500/121*100€ 101.240
Correctie 2:omzet € 85.000/121*100€ 70.248
“1. DOEL & WERKWIJZE VAN DE SAMENWERKING
Partijen werken exclusief samen met als doel om tot aankoop en verkoop, beheer, transformatie en (her-)ontwikkeling van (zorg-) vastgoed te komen, het ruimste zin van het woord.
[adres 2] te [plaats 3]
“OVEREENKOMST VAN KOOP/LEVERING
Tussen verkoper en [B.V. 2] is, blijkens een door verkoper en [B.V. 2] op zeven december tweeduizend achttien ondertekende koopakte – hierna te noemen: “de koopakte” – een koopovereenkomst gesloten, waarbij [B.V. 2] heeft gekocht voor zich of voor nader te noemen meester. Blijkens de aan deze akte gehechte verklaring heeft [B.V. 2] als meester aangewezen: [B.V. 4] , (…)”
opgaaf winstuitdeling”.
[adres 1] te [plaats 2]
In aanmerking nemende dat:
- Dat[B.V. 5]op23 april 2018een koopovereenkomst heeft gesloten inzake de aankoop van het ge-hele pand met ondergrond, erf en verdere toebehoren, plaatselijk bekend[adres 1] te [plaats 2], (…)
- Dat[B.V. 2]en[belanghebbende 2]in een eerder stadium geheel voor eigen rekening en risico een koopovereenkomst heeft gesloten ter zake van het registergoed met een derde, welke zijn verplichtingen niet na kon komen.
- Dat vervolgens door de inspanningen van[bedrijf 3]en[belanghebbende 2]de verkoop-transactie tussen[B.V. 5]en verkoper[B.V. 6]tot stand is gekomen met betrekking tot het registergoed, tegen een koopsom van€ 2.700.000,-- k.k.
Indien het verkochte wordt geleverd aan[B.V. 5]– in de huidige staat waarin het zich thans bevindt – uiterlijk op datum van overdracht of zoveel eerder als later partijen met elkaar overeenkomen, komen partijen overeen dat[bedrijf 3]en[belanghebbende 2]gezamenlijk een éénmalige vergoeding van[B.V. 5]ontvangt van€ 245.000,--(zegge: tweehonderdvijfenveertigduizend euro).
Zodra het onderhavige registergoed is geleverd aan[B.V. 5] ,zal[B.V. 5] € 122.500,-aan[bedrijf 3]op rekeningnummer (…) en€ 122.500,-aan[belanghebbende 2]op rekeningnummer (…) betalen (…)
Indien in de toekomst, na betaling toch blijkt dat de fiscus, de in deze overeenkomst overeenge-komen betaling als BTW belaste dienst beschouwd dit nimmer voor rekening van [B.V. 5] zal zijn. [B.V. 2] en [belanghebbende 2] kunnen op generlei wijze enige (schade-) vergoeding bij [B.V. 5] hierover vorderen.
Overwegingen
Is de naheffingsaanslag naar een te hoog bedrag opgelegd?
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar uitsluitend met betrekking tot de boetebeschikking;
- vermindert de vergrijpboete tot € 6.907;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 1.868 aan proceskosten aan belanghebbende;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 371 aan belanghebbende moet vergoeden.