Uitspraak
(…) Volgens uw gegevens was de omzet 2018 van [belanghebbende] BV € 187.626. Volgens de gegevens die tijdens het boekenonderzoek zijn geconstateerd was de omzet over 2018 € 291.608. Ik stuurt een excel-sheet van die omzetberekening als bijlage mee. Volgens het overzicht bestond de omzet 2018 uit:
De heer [gemachtigde] geeft aan dat de omzet van € 187.626 ( exclusief btw) juist is en daarom ook niet in geschil is. Deze omzet volgt tevens een Excel-bestand aangeleverd door de heer [gemachtigde]
De omzet van [B.V. 2] van € 101.902,50 zou volgens de heer [gemachtigde] echter wellicht bij [B.V. 1] moeten worden aangegeven en niet verschuldigd zijn door [belanghebbende] B.V.. De heer [gemachtigde] gaat dit nader bekijken. Doordat alle verkoopfacturen gericht aan [B.V. 2] uitgereikt zijn door (of namens) [belanghebbende] B.V., is ons standpunt dat de btw die wordt vermeld op de factuur ook door [belanghebbende] B.V. verschuldigd is.
Tussenconclusie: Uit het feit dat de inspecteur in het controlerapport voor de eenmanszaak uitgaat van een netto omzet van € 0 volgt al dat er geen sprake is van een dubbeltelling in de zin dat dezelfde omzet tegelijkertijd bij zowel de BV als bij de eenmanszaak in aanmerking wordt genomen.
3.Auditfile
6.Conclusie ten aanzien van verschuldigde btw
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar uitsluitend met betrekking tot de boetebeschikking;
- vermindert de vergrijpboete tot € 9.884;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 385 aan belanghebbende moet vergoeden.