Eiser heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar tegen de weigering van een Wajong-uitkering van 4 december 2024. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser het UWV op 26 juni 2025 in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen vier maanden na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Dit is een langere termijn dan de standaard twee weken, vanwege het belang van zorgvuldige besluitvorming en de reële mogelijkheden van het UWV, dat kampt met een tekort aan verzekeringsartsen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100 per dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van in totaal € 467 aan eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 12 januari 2026.