Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:340

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
20/9318
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 64 WIA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning IVA-uitkering met toepassing verhoogd dagloon per 21 november 2018

Eiseres, voormalig werknemer van een stichting, is sinds november 2014 arbeidsongeschikt en ontvangt een WIA-uitkering. Het geschil betreft de ingangsdatum van het verhoogde dagloon waarop haar uitkering gebaseerd moet zijn. Het UWV stelde dat het verhoogde dagloon pas per 17 december 2023 toegepast mag worden, terwijl eiseres betoogt dat dit vanaf 21 november 2018 moet gelden.

De rechtbank stelt vast dat het recht op een IVA-uitkering per 21 november 2018 niet langer betwist wordt, evenals de hoogte van het dagloon. Het geschil concentreert zich op de toepassingsdatum van het verhoogde dagloon. De rechtbank oordeelt dat de vaststelling van het recht op de uitkering ook de vaststelling van de hoogte omvat, inclusief het dagloon, en dat dit geen zelfstandig aspect is.

Daarom moet het verhoogde dagloon vanaf 21 november 2018 worden toegepast. De rechtbank verklaart het beroep tegen eerdere besluiten niet-ontvankelijk en vernietigt het bestreden besluit van 26 september 2025. Tevens veroordeelt zij het UWV tot vergoeding van griffierecht en proceskosten, waaronder de kosten van een deskundige. De uitspraak is openbaar en kan worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het verhoogde dagloon wordt met terugwerkende kracht per 21 november 2018 toegepast voor de IVA-uitkering van eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/9318

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats 1], eiseres

(gemachtigde: mr. C.E. Stals, mr. A.E.E. Vollebregt),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV.
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
[stichting], uit [plaats 2] (derde partij)
(gemachtigde: mr. S.J.M. Stoop).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres over haar uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Na meerdere wijzigingen van het bestreden besluit is uitsluitend nog in geschil de beslissing van het UWV om de WIA-uitkering van eiseres per 17 december 2023 te betalen met toepassing van het verhoogde dagloon. Eiseres is het daarmee niet eens en voert aan dat het verhoogde dagloon per 21 november 2018 moet worden toegepast.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het hogere dagloon vanaf 21 november 2018 van toepassing is
.Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres is werkzaam geweest bij [stichting] (de Stichting). In november 2014 is zij ziek geworden en in november 2016 is aan eiseres een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 100%.
2.1.
Met het primaire besluit van 27 augustus 2018 heeft het UWV aan eiseres een WGA-loonaanvullingsuitkering toegekend met ingang van 21 november 2018 naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Op 25 maart 2020 is het primaire besluit pas door de Stichting ontvangen. De Stichting heeft op 24 april 2020 bezwaar gemaakt.
2.2.
Met een beslissing op bezwaar van 6 oktober 2020 (bestreden besluit I) is het bezwaar van de Stichting gegrond verklaard. Het UWV heeft zich op het standpunt gesteld dat eiseres vanaf 21 november 2018 recht heeft op een WIA-uitkering gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 53,60%. De hoogte van de WIA-uitkering wijzigt na een uitlooptermijn van 24 maanden vanaf de bekendmaking van de nieuwe functies, dus per 10 september 2022.
2.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen bestreden besluit I. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.4.
Met een gewijzigde beslissing op bezwaar van 7 juli 2022 (bestreden besluit II) heeft het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per 21 november 2018 vastgesteld op 45-55% en per 28 april 2020 op 55-65%. De hoogte van de WIA-uitkering wijzigt na een uitlooptermijn van 24 maanden vanaf de bekendmaking van de nieuwe functies, dus per 7 juli 2024. Met een brief van 16 augustus 2022 heeft eiseres de rechtbank bericht waarom zij het niet eens is met het bestreden besluit II. Met de brief van 19 december 2022 heeft het UWV laten weten dat bestreden besluit II een verschrijving bevat en dat eiseres vanaf 28 april 2020 65-80% arbeidsongeschikt wordt geacht.
2.5.
Eiseres heeft met de brief van 10 januari 2023 een deskundigenadvies ingebracht van dr. [persoon 1] van Lechner consult.
2.6.
De Stichting heeft haar standpunt kenbaar gemaakt met een brief van 16 januari 2023.
2.7.
De rechtbank heeft het beroep op 7 maart 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, bijgestaan door mr. S.S.G. Lie, en namens het UWV [persoon 2]. De Stichting heeft zich afgemeld voor de zitting.
2.8.
Na de zitting heeft de rechtbank het onderzoek heropend om een deskundige advies uit te laten brengen. Op 6 maart 2024 heeft verzekeringsarts [verzekeringsarts] van WPEX Wettstein & Peterse Expertise als onafhankelijk deskundige verslag uitgebracht aan de rechtbank.
2.9.
Met een gewijzigde beslissing op bezwaar van 20 november 2024 (bestreden besluit III) heeft het UWV aan eiseres met ingang van 21 november 2018 een IVA-uitkering [1] toegekend.
2.10.
Eiseres heeft de rechtbank op 17 december 2024 laten weten dat zij het eens is met de toekenning van de IVA-uitkering per 21 november 2018, maar dat zij zich niet kan vinden in de berekening van het dagloon.
2.11.
Met een aanvullend besluit van 11 april 2025 (bestreden besluit IV) heeft het UWV het dagloon bijgesteld naar € 84,93 bruto per dag. De betaling zal plaatsvinden per 17 december 2023. Eiseres heeft hierop gereageerd met de brief van 11 augustus 2025.
2.12.
Met een aanvullend besluit van 26 september 2025 (bestreden besluit V) heeft het UWV het dagloon bijgesteld naar € 86,51 bruto per dag. Eiseres heeft hierop gereageerd met de brief van 3 november 2025.
2.13.
Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep van eiseres mede betrekking op de gewijzigde besluiten.
2.14.
Gedurende de procedure heeft de rechtbank met beslissingen van 14 mei 2021, 25 juni 2021, 13 oktober 2022, 5 januari 2023, 12 januari 2023, 27 februari 2023, 20 juni 2023, 19 maart 2024, 11 juli 2024, 29 oktober 2024 en 30 januari 2025 bepaald dat kennisneming van de medische stukken is voorbehouden aan een gemachtigde van de Stichting, die arts of advocaat is dan wel daarvoor van de rechtbank bijzondere toestemming heeft gekregen.

Beoordeling door de rechtbank

3. Tussen partijen is niet (langer) in geschil dat eiseres met ingang van 21 november 2018 recht heeft op een IVA-uitkering. Evenmin is tussen partijen in geschil de hoogte van het WIA-dagloon dat in bestreden besluit V is vastgesteld op € 86,51 bruto per dag. Partijen zijn uitsluitend nog verdeeld over de ingangsdatum voor toepassing van het verhoogde dagloon.
3.1.
Het UWV heeft in de beroepsprocedure gewijzigde beslissingen op bezwaar genomen. Omdat de bestreden besluiten I, II, III en IV op het punt van het verhoogde dagloon zijn gewijzigd met het bestreden besluit V, en niet is gebleken dat eiseres nog belang heeft bij inhoudelijke beoordeling van de bestreden besluiten I, II, III en IV, zal de rechtbank het beroep tegen deze besluiten niet-ontvankelijk verklaren.
3.2.
In het bestreden besluit V heeft het UWV beslist dat uitbetaling op basis van het verhoogde dagloon van € 86,51 bruto per dag niet eerder dan 52 weken voor 17 december 2024 plaatsvindt. Het UWV past dit dagloon dus toe vanaf 17 december 2023, namelijk een jaar voorafgaand aan het verzoek om herziening van de gemachtigde van eiseres. Het UWV verwijst naar artikel 64, twaalfde lid, van de WIA, waarin is bepaald dat het later ontstaan van het recht of de verhoging van de uitkering niet eerder kan ingaan dan 52 weken voorafgaand aan de dag waarop het UWV dat heeft vastgesteld dat daarvan sprake is. Volgens het UWV is geen sprake van een bijzonder geval.
3.3.
De gemachtigde van eiseres wijst erop dat zij op 17 december 2024 niet verzocht heeft om herziening van het dagloon maar om de hoogte van de IVA-uitkering, die aan eiseres per 21 november 2018 wordt toegekend, juist vast te stellen. Daarom moet het UWV de IVA-uitkering van eiseres met ingang van 21 november 2018 betalen, rekening houdend met het hogere dagloon.
3.4.
De rechtbank overweegt dat de bestreden besluitvorming ziet op de vaststelling van het recht van eiseres op een WIA-uitkering per 21 november 2018 na afloop van de loongerelateerde uitkering. De vaststelling van het recht op de uitkering omvat ook de vaststelling van de hoogte van de uitkering. Bij de vaststelling van de hoogte van de uitkering speelt de vaststelling van het dagloon als één van de aspecten een rol, maar aan dit aspect zelf komt geen zelfstandige betekenis toe. [2] Bij de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid na afloop van de loongerelateerde periode kan eiseres de hoogte van het dagloon dan ook opnieuw aan de orde stellen. [3] De rechtbank is daarom van oordeel dat het gewijzigde dagloon vanaf 21 november 2018 dient te worden toegepast. [4]

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit V en zal zelf in de zaak voorzien door te bepalen dat het dagloon voor de WIA-uitkering van eiseres per 21 november 2018 wordt vastgesteld op € 86,51.
4.1.
Omdat het beroep gegrond is, moet het UWV het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. De proceskosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 3.736,00 (1 punt voor het indienen van een beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, viermaal een 0,5 punt voor schriftelijke reactie op de gewijzigde besluiten, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1). Verder wordt het UWV veroordeeld in de kosten van de door eiseres ingeschakelde deskundige. Eiseres heeft een factuur van Lechner Consult overgelegd ter hoogte van € 1.098,68. Deze door het UWV niet betwiste kosten komen voor vergoeding in aanmerking.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart de beroepen tegen de bestreden besluiten I, II, III en IV niet-ontvankelijk;
  • verklaart het beroep tegen bestreden besluit V gegrond en vernietigt dit besluit van 26 september 2025;
  • bepaalt dat het dagloon voor de WIA-uitkering van eiseres per 21 november 2018 wordt vastgesteld op € 86,51 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit van 26 september 2025;
  • bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 48,- aan eiseres moet vergoeden;
  • veroordeelt het UWV tot betaling van € 4.834,68,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.E.C. Vriends, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. de Rooij, griffier, op 23 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Voetnoten

1.Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten.
2.CRvB 15 juni 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW8531.
3.CRvB 30 april 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:665.
4.Vergelijk CRvB 26 juni 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2303.