ECLI:NL:CRVB:2017:2303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening dagloon en omzetting LGU in LAU bij WIA-uitkering
Appellante ontving vanaf 4 juni 2010 een Ziektewetuitkering, gevolgd door een loongerelateerde uitkering (LGU) op grond van de WIA vanaf 1 juni 2012, met een dagloon vastgesteld op €128,82. Het UWV zette deze LGU op 1 mei 2014 om in een loonaanvullingsuitkering (LAU) en verhoogde het dagloon naar €197,-. Appellante betwistte de hoogte van het dagloon en stelde aanspraak te maken op een IVA-uitkering vanaf 1 juni 2012.
De rechtbank oordeelde dat het dagloon van 1 juni 2012 rechtens onaantastbaar was en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep vernietigde de Centrale Raad van Beroep het eerdere besluit over het dagloon en bevestigde dat het UWV de uitkering terecht had herberekend vanaf 1 mei 2014, maar wees een terugwerkende toepassing vanaf 1 juni 2012 af wegens gebrek aan nieuwe feiten of medische gegevens.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante en verklaarde het beroep tegen het besluit van 26 augustus 2014 gegrond, terwijl het beroep tegen het besluit van 6 december 2016 ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 26 augustus 2014 wordt gegrond verklaard en dat tegen het besluit van 6 december 2016 ongegrond, met een herberekening van het dagloon vanaf 1 mei 2014.