Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid op grond van de WIA. De aanvraag werd op 8 september 2025 ontvangen, maar het UWV heeft tot de uitspraak op 21 april 2026 nog geen besluit genomen.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres het UWV op 8 december 2025 in gebreke heeft gesteld. Het beroep is daarom kennelijk gegrond en de rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen.
Het UWV verzocht om een beslistermijn van 40 weken vanwege een tekort aan verzekeringsartsen, maar de rechtbank acht vier maanden redelijk om een zorgvuldige besluitvorming mogelijk te maken. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt.
Verder moet het UWV het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden, omdat het beroep gegrond is verklaard. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 21 april 2026.