Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de weigering van een WIA-uitkering per 19 augustus 2024. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is, aangezien het UWV de beslistermijn heeft overschreden en ondanks ingebrekestelling van 23 juli 2025 nog geen besluit heeft genomen.
Het UWV heeft als reden voor de vertraging een tekort aan verzekeringsartsen aangevoerd en verzocht om een beslistermijn van 30 weken. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om een zorgvuldige beslissing mogelijk te maken, maar legt een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding, met een maximum van €15.000.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen deze termijn alsnog een besluit moet nemen en dat het griffierecht aan eiseres wordt vergoed. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 12 januari 2026.