Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor 24 km/u te hard rijden buiten de bebouwde kom op 2 december 2023. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Betrokkene ging vervolgens in beroep bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de officier van justitie de beslistermijn van 16 weken, die eindigde op 26 juli 2024, niet correct had verlengd of opgeschort. De beslissing werd pas op 14 augustus 2024 genomen en op 19 augustus 2024 verzonden, waardoor een dwangsom van 6 dagen (€138) verschuldigd is. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd.
Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van €233,50 toegekend aan betrokkene voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter. De officier van justitie werd veroordeeld tot terugbetaling van het teveel betaalde bedrag en de dwangsom met rente. De uitspraak werd op 9 maart 2026 gedaan door kantonrechter M. Breeman.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard, de boete is met 25% gematigd, een dwangsom van €138 is opgelegd en proceskosten van €233,50 zijn toegekend.