Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen een wijziging van een WIA-uitkering van een ex-werknemer. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 23 juni 2025 in gebreke heeft gesteld.
Het UWV gaf aan dat de overschrijding te wijten is aan een tekort aan verzekeringsartsen, waardoor het plannen van een hoorzitting niet mogelijk was. De rechtbank erkent het belang van een zorgvuldige heroverweging en stelt daarom een termijn van vier maanden voor het nemen van een besluit. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor verdere overschrijding.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt het UWV op binnen vier maanden alsnog een besluit te nemen. Tevens moet het UWV het griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoeden.