ECLI:NL:RBZWB:2026:387
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid bezwaren omzetbelasting door termijnoverschrijding
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 26 januari 2026 uitspraak gedaan over de beroepen van belanghebbende tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting voor de jaren 2017-2019 en 2020-2021. De inspecteur had de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank oordeelt dat de bezwaren inderdaad te laat zijn ingediend en dat het te laat indienen niet verontschuldigbaar is. Belanghebbende stelde dat de aanslagen pas op 16 januari 2023 zijn ontvangen door problemen met de postbezorging en het ontbreken van inschrijving op een adres. De rechtbank stelt dat het risico van onjuiste adressering in beginsel bij de inspecteur ligt, tenzij de onjuiste adressering aan belanghebbende te wijten is.
In dit geval is de onjuiste adressering volgens de rechtbank niet aan de inspecteur te wijten, omdat belanghebbende verantwoordelijk is voor juiste inschrijving in de basisregistratie personen en het adres meerdere malen is bevestigd. Er is geen bewijs van vertraagde postbezorging. Daarom blijft de termijnoverschrijding onverschoonbaar en zijn de bezwaren terecht niet-ontvankelijk verklaard. De bestreden besluiten blijven in stand en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen omzetbelasting zijn ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van de bezwaren door termijnoverschrijding.