Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen een WIA-uitkeringsbesluit van 6 maart 2025. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is, aangezien het UWV de beslistermijn heeft overschreden en de ingebrekestelling van 1 november 2025 op 4 november 2025 is ontvangen.
Het UWV gaf aan dat de overschrijding te wijten is aan een tekort aan verzekeringsartsen en verzocht om een beslistermijn van 30 weken. De rechtbank vindt een termijn van vier maanden redelijk om een zorgvuldige beslissing te kunnen nemen, maar wijst het verzoek van het UWV voor een langere termijn af.
De rechtbank legt een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens moet het UWV het griffierecht en proceskosten van € 467,- aan eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 6 mei 2026.