Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:4349

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
20 mei 2026
Zaaknummer
C/02/431468/HA ZA 25-66 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • De Vlieger
  • Van den Heuvel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 42 FwArt. 2:216 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep curator op faillissementspauliana bij kasronde binnen groepsvennootschappen

De curator van Think Building Concepts B.V. vordert terugbetaling van een betaling van €552.500 aan Profundo B.V. op grond van de faillissementspauliana (artikel 42 Fw Pro). Concepts was failliet verklaard en de curator stelt dat de betaling onverplicht was en de schuldeisers benadeelde. Profundo voert verweer en stelt dat de betaling onderdeel was van een kasronde binnen de groep vennootschappen, waarbij geen benadeling van schuldeisers plaatsvond.

De rechtbank oordeelt dat de kasronde een samenhangend geheel van rechtshandelingen vormt en dat de betaling onverplicht was, maar dat er geen benadeling van schuldeisers is. De kasronde leidde niet tot een verslechtering van de positie van schuldeisers omdat Concepts het bedrag ontving en daarmee haar schuld aan Profundo aflost. Bovendien was er geen wetenschap van benadeling bij Concepts en Profundo op het moment van betaling, aangezien het faillissement pas in april 2020 voorzienbaar was.

De rechtbank wijst daarom de vorderingen van de curator af en veroordeelt de curator in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van het beoordelen van samenhangende rechtshandelingen en het bewijs van wetenschap en benadeling bij een beroep op faillissementspauliana.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep van de curator op faillissementspauliana af wegens het ontbreken van benadeling en wetenschap van benadeling.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/431468 / HA ZA 25-66
Vonnis van 20 mei 2026
in de zaak van
MR. [curator] IN ZIJN HOEDANIGHEID VAN CURATOR VAN THINK BUILDING CONCEPTS B.V.,
te Tilburg,
eisende partij,
hierna te noemen: de curator,
advocaat: mr. [curator] ,
tegen
PROFUNDO B.V.,
te Fijnaart,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Profundo,
advocaat: mr. M. Littooij.

1.De zaak in het kort

1.1.
Concepts heeft op 1 augustus 2019 een betaling gedaan aan Profundo. Concepts is op 4 augustus 2020 failliet verklaard met de benoeming van de curator tot curator. De curator vordert in deze procedure terugbetaling van het betaalde bedrag op grond van de faillissementspauliana van artikel 42 Fw Pro. Profundo voert verweer. Aan de vereisten voor een geslaagd beroep op de faillissementspauliana wordt volgens haar niet voldaan.
1.2.
De rechtbank wijst de vorderingen van de curator af. Hierna wordt onder het kopje ‘de beoordeling’ uitgelegd waarom. Eerst schetst de rechtbank het verloop van de procedure, de feiten en het geschil. Tot slot volgt de beslissing.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
 het tussenvonnis van 11 juni 2025 en de daarin genoemde processtukken,
 de akte overlegging producties van de curator met daarbij producties 15 tot en met 31,
 de aanvullende productie 9 van Profundo,
 de mondelinge behandeling van 5 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarvan naderhand een proces-verbaal is opgemaakt,
 de spreekaantekeningen van de curator en van mr. Littooij, zoals zij die tijdens de mondelinge behandeling hebben voorgelezen.
2.2.
De curator heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven een beroep te doen op het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 29 januari 2026 in de aanpalende procedure tussen Think Building & Construction B.V. (hierna: ‘Construction’) en Thetis Real Estate B.V. (hierna: ‘Thetis’) met zaaknummer C/02/431465/HA ZA 25-65. De rechtbank overweegt dat een proces-verbaal van een andere procedure geen onderdeel uitmaakt van het procesdossier in deze zaak. Daarbij merkt de rechtbank op dat het betreffende proces-verbaal op het moment van de mondelinge behandeling in deze zaak ook nog niet was opgemaakt.
2.3.
Vervolgens heeft de rechtbank besloten om in deze zaak vonnis te wijzen.

3.De feiten

3.1.
Concepts is op 4 augustus 2020 op eigen verzoek failliet verklaard door de rechtbank Oost-Brabant, met benoeming van de curator tot curator.
3.2.
Concepts behoorde tot een groep vennootschappen, waarvan de heer [naam 1] via zijn persoonlijke holding [B.V.] (hierna: ‘ [naam 1] Holding’) grootaandeelhouder is. Statutair bestuurder van Concepts was de besloten vennootschap Marcha Beheer B.V., op haar beurt vertegenwoordigd door haar bestuurder de heer [naam 2] (hierna: ‘ [naam 2] ’). Enig aandeelhouder van Concepts was de besloten vennootschap Think Holding B.V.
3.3.
Profundo behoort tot dezelfde groep vennootschappen als Concepts. Ook Construction maakt onderdeel uit van deze groep. [naam 1] Holding is statutair bestuurder van Profundo.
3.4.
Concepts hield zich bezig met het ontwikkelen en uitvoeren van bouwprojecten.
3.5.
Concepts en Profundo hebben op 13 juli 2017 een overeenkomst van geldlening gesloten (hierna: ‘de overeenkomst’). In de considerans van de overeenkomst is overwogen dat tussen partijen een rekening-courantverhouding bestaat, op basis waarvan Concepts een bedrag van € 1.285.000,00 aan Profundo verschuldigd was. Partijen wilden deze rekening-courantverhouding omzetten in een langlopende lening. De overeenkomst legt de voorwaarden van de langlopende lening vast.
3.6.
In artikel 2 van Pro de overeenkomst is bepaald dat aan de looptijd van de lening geen termijn is verbonden. Profundo kan de overeenkomst met inachtneming van een opzegtermijn van 6 maanden opzeggen. De overeenkomst bevat geen aflossingstermijnen.
3.7.
In artikel 4 van Pro de overeenkomst is bepaald:
“De leningstand (inclusief de lopende rente) kan dadelijk worden opgeëist, zonder dat enige sommatie of ingebrekestelling of gerechtelijke tussenkomst zal zijn vereist, indien:
een Schuldenaar surséance van betaling aanvraagt of failliet wordt verklaard;
een Schuldenaar een akkoord wordt aangeboden buiten faillissement;
een Schuldenaar, na ingebrekestelling, nalatig is enige verplichting, voortkomende uit deze overeenkomst, na te komen;
enige maatregel van conservatoire of executoriale aard jegens een Schuldenaar genomen wordt;”
3.8.
Uit de jaarrekening 2017 blijkt dat de langlopende schuld van Concepts aan Profundo uit hoofde van de overeenkomst per 31 december 2017 € 1.307.329,00 bedroeg.
3.9.
Think Holding B.V. heeft in hoedanigheid van houder van de aandelen in Construction jegens Woningborg N.V. een dividendverklaring afgegeven, ondertekend door [naam 1] . In deze dividendverklaring is onder meer de garantie opgenomen dat geen uitkering van dividend of uitkering ten laste van de agioreserve door Construction aan de aandeelhouder zal worden gedaan indien het aansprakelijk vermogen van Construction door een dergelijke uitkering onder een bedrag van € 600.000,00 zou uitkomen.
3.10.
Concepts heeft op 1 augustus 2019 een bedrag van € 552.500,00 betaald aan Profundo. Deze betaling heeft plaatsgevonden in het kader van een kasronde binnen de groep op die datum. De kasronde was als volgt:
Profundo leent € 670.000,00 uit aan Think Holding B.V.;
Think Holding B.V. betaalt € 670.000,00 als aflossing van haar openstaande schuld aan Construction;
Construction betaalt Concepts € 552.500,00 voor aflossing van haar rekening-courantschuld;
Construction betaalt Thetis € 117.374,00 terug voor de in rekening-courant geboekte legeskosten die Thetis op 19 juli 2017 had betaald;
Concepts betaalt Profundo € 552.500,00 terug op de lening.
3.11.
De curator heeft de betaling van Concepts aan Profundo van € 552.500,00 op 26 juli 2024 met een beroep op de faillissementspauliana van artikel 42 Fw Pro buitengerechtelijk vernietigd. De curator heeft Profundo gesommeerd om het bedrag uiterlijk 15 dagen na ontvangst van de brief terug te betalen.
3.12.
Mr. Froger, kantoorgenoot van mr. Littooij, reageerde hierop namens Profundo per e-mail van 5 augustus 2024 als volgt:
“Thetis en Profundo betwisten de vorderingen die uw cliënt stelt te hebben: de motivering daarvan is hem al lang bekend; daar reageert u niet op. Er is uw cliënt meermaals uitleg gegeven over de kasronde ter versteviging van het eigen vermogen en de achterliggende reden. Dit gebeurde allemaal op initiatief van de bestuurder, de heer [naam 2] . Een weerlegging hiervan heeft uw cliënt nooit verwoord. (…)”
3.13.
Profundo heeft het bedrag van € 552.500,00 niet terugbetaald aan Concepts.

4.Het geschil

4.1.
De curator vordert – samengevat – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. voor recht verklaart dat de curator op juiste gronden tot vernietiging is overgegaan ex artikel 42 Fw Pro van de betaling van € 552.500,00 en Profundo veroordeelt tot terugbetaling aan Concepts van dit bedrag wegens onverschuldigde betaling,
II. Profundo veroordeelt tot betaling van de wettelijke rente over de gevorderde hoofdsom vanaf 11 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling, te vermeerderen met incassokosten,
III. Profundo veroordeelt in de proceskosten.
4.2.
Profundo voert verweer. Profundo concludeert tot het ontzeggen dan wel afwijzen van de vorderingen van de curator, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de curator in de kosten van deze procedure.
4.3.
De rechtbank gaat hierna bij de beoordeling in op de relevante standpunten die partijen ter onderbouwing van de vorderingen en het verweer daartegen hebben aangevoerd.

5.De beoordeling

5.1.
De curator doet ter onderbouwing van zijn vordering een beroep op artikel 42 Fw Pro, de faillissementspauliana. Volgens Profundo wordt aan de voorwaarden voor een geslaagd beroep op de faillissementspauliana niet voldaan.
Maatstaf voor de beoordeling
Voorwaarden voor een geslaagd beroep op de faillissementspauliana
5.2.
Op grond van artikel 42 lid 1 jo Pro lid 2 Fw kan een curator een rechtshandeling anders dan om niet die de failliet vóór de faillietverklaring onverplicht heeft verricht, vernietigen, indien zowel de failliet als degenen met of jegens wie de schuldenaar de rechtshandeling verrichtte, bij dit verrichten wisten of behoorden te weten dat daarvan benadeling van de schuldeisers het gevolg zou zijn. Uit dit artikel volgt dus dat voor een geslaagd beroep op faillissementspauliana vereist is dat (1) sprake is van een onverplichte rechtshandeling, (2) waardoor de schuldeisers zijn benadeeld en (3) de schuldenaar en de wederpartij wetenschap hadden van die benadeling. Uitgangspunt is dat het aan de curator is om voldoende te stellen en zo nodig te bewijzen dat aan de vereisten van faillissementspauliana is voldaan.
Samenhangend geheel van rechtshandelingen
5.3.
Artikel 42 Fw Pro neemt de enkelvoudige rechtshandeling tot uitgangspunt. De omstandigheden van het geval kunnen echter meebrengen dat onder de reikwijdte van artikel 42 Fw Pro niet alleen een enkelvoudige rechtshandeling kan worden beoordeeld, maar ook een samenhangend geheel van rechtshandelingen. Rechtshandelingen kunnen een zodanig samenhangend geheel vormen dat de (nadelige) gevolgen ervan in onderling verband moeten worden beoordeeld. Of sprake is van samenhangende rechtshandelingen hangt onder meer af van de inhoud van de betrokken rechtshandelingen, de onderlinge afstemming daarvan en de samenhang tussen die handelingen wat betreft het moment waarop zij tot stand zijn gekomen. Bepalend is of daaruit volgt dat zij, gelet op hun samenhang, als één geheel moeten of kunnen worden beschouwd. De bedoeling van alle betrokken partijen is hiervoor beslissend. [1]
5.4.
Bij de toepassing van artikel 42 Fw Pro op een samenhangend geheel van rechtshandelingen gaat het erom of dit samenhangende geheel als zodanig schuldeisers heeft benadeeld. Daarmee strookt dat ook de beoordeling van de wetenschap van benadeling wordt betrokken op het samenhangende geheel van rechtshandelingen. Daarbij gaat het erom dat op enig moment bij het verrichten van een rechtshandeling die behoort tot het samenhangende geheel van rechtshandelingen, is voldaan aan de voorwaarde dat de schuldenaar en, in het geval van art. 42 lid 2 Fw Pro, degene met of jegens wie de schuldenaar de rechtshandeling verrichtte, wist of behoorde te weten dat van dat samenhangende geheel van rechtshandelingen benadeling van schuldeisers het gevolg zou zijn. Met het voorgaande strookt eveneens dat ook de beoordeling van de onverplichtheid die artikel 42 Fw Pro als voorwaarde stelt voor vernietiging, wordt betrokken op het samenhangende geheel van rechtshandelingen. [2]
Het oordeel van de rechtbank
5.5.
De rechtbank komt tot het oordeel dat er sprake is van een samenhangend geheel van rechtshandelingen. De gewraakte rechtshandeling is onverplicht, maar de schuldeisers van Concepts zijn door deze rechtshandeling niet benadeeld. Ook is de rechtbank van oordeel dat niet voldaan is aan het vereiste van wetenschap van benadeling. Dit betekent dat de curator geen beroep kan doen op artikel 42 Fw Pro en dat de vorderingen van de curator dus worden afgewezen. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Samenhangend geheel van rechtshandelingen: de kasronde
5.6.
Profundo voert aan dat de gewraakte betaling plaatsvond in het kader van een kasronde, waarin sprake was van meerdere samenhangende rechtshandelingen. De kasronde heeft op dezelfde dag in onderlinge afstemming plaatsgevonden op verzoek van [naam 2] , ter opschoning van de rekening-courantverhoudingen na afronding van een project. Profundo voert aan dat het gebruikelijk was om na afronding van een project tot een dergelijke opschoning over te gaan.
5.7.
De curator betoogt dat de kasronde is uitgevoerd ter versteviging van het eigen vermogen van Construction. De curator verwijst naar de e-mail van 5 augustus 2024 van mr. Froger (zie 3.12). De curator verwijst ook naar de dividendverklaring van 29 november 2017 (zie 3.9). Het op 1 augustus 2019 door Concepts vanuit Construction ontvangen bedrag van € 552.000,00 had niet in strijd met de hiervoor bedoelde dividendverklaring aan Concepts mogen worden doorbetaald. Het vermogen had gelet op de dividendverklaring in Construction moeten blijven. Volgens de curator gaat het niet alleen om de kasronde van 2019, maar moet ook deze verklaring jegens Woningborg uit 2017 betrokken worden in het gehele samenstel.
5.8.
De rechtbank volgt Profundo in haar standpunt dat de kasronde bestaat uit met elkaar samenhangende rechtshandelingen. Vast staat dat de kasronde zoals gesteld door Profundo heeft plaatsgevonden, nu de curator dat heeft erkend. Het staat dus vast dat op dezelfde dag (1 augustus 2019) meerdere kasstromen zijn gaan vloeien, beginnend bij Profundo en eindigend bij Profundo, totaal belopend een bedrag van (afgerond)
€ 670.000,00. De betaling van € 552.500,00 door Concepts aan Profundo kon enkel plaatsvinden doordat Concepts hetzelfde bedrag in het kader van de kasronde had ontvangen van Construction. De curator heeft niet weersproken dat de kasronde op initiatief van [naam 2] heeft plaatsgevonden. Uit de kasronde zelf volgt al dat er onderlinge afstemming moet zijn geweest. Profundo heeft tijdens de zitting voldoende gemotiveerd weersproken dat de bedoeling van de kasronde was om het eigen vermogen van Construction te versterken of verband hield met een afspraak met Woningborg uit 2017. Met de kasronde is bedoeld de onderlinge verhoudingen op te schonen. Het gaat hier volgens Profundo om twee bedragen en twee aparte zaken. In het licht van deze betwisting heeft de curator zijn stellingen op dit punt onvoldoende onderbouwd. Er bestaat naar het oordeel van de rechtbank zodanige samenhang tussen de vijf rechtshandelingen die in het kader van de kasronde zijn verricht dat deze als één geheel moeten worden beschouwd.
Een onverplichte rechtshandeling
5.9.
De curator stelt zich op het standpunt dat de aflossing van € 552.500,00 op de geldlening is aan te merken als een onverplichte rechtshandeling, nu Concepts op grond van de overeenkomst van geldlening niet gehouden was om af te lossen. Profundo heeft zich wat betreft de onverplichtheid van de betaling gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
5.10.
Profundo heeft de stelling van de curator dat er sprake is van een onverplichte rechtshandeling daarmee niet betwist. De rechtbank gaat daarom uit van de juistheid van die stelling.
Geen benadeling van schuldeisers
5.11.
Vervolgens is de vraag of de schuldeisers van Concepts zijn benadeeld door deze onverplichte rechtshandeling.
5.12.
De curator stelt zich op het standpunt dat de schuldeisers zijn benadeeld als gevolg van de onverplichte betaling van € 552.500,00 aan Profundo. Van benadeling van schuldeisers is volgens de curator sprake wanneer het (verhaalbare) vermogen van Concepts “per saldo” is afgenomen of de onderlinge rangorde tussen de schuldeisers als gevolg van de rechtshandeling is doorkruist. Het is noodzakelijk, maar ook voldoende dat de benadeling aanwezig is op het moment dat daarover door de rechter wordt beslist. De vraag of van benadeling sprake is, moet worden beantwoord door de hypothetische situatie waarin de schuldeisers zouden hebben verkeerd zonder de gewraakte rechtshandeling te vergelijken met de situatie waarin ze feitelijk verkeren als de rechtshandeling onaangetast blijft. De curator is van mening dat door de betaling van € 552.500,00 de paritas creditorum (gelijkheid van schuldeisers) is verstoord. Immers is Profundo betaald voor dit bedrag en hebben de (andere) schuldeisers in het faillissement van Concepts niets ontvangen. Het is niet relevant of de schulden voortkomen uit een rechtsverhouding die er op 1 augustus 2019 al was. De curator vindt de eerste twee stappen in de kasronde (de betaling van Profundo aan Think Holding B.V. en de daaropvolgende betaling van Think Holding B.V. aan Construction, zie 3.10) geoorloofd, maar daar had het moeten stoppen. Het geld had in Construction moeten blijven. De kasronde is echter vervolgd met de betaling van Construction aan Concepts. Aangezien Concepts na 1 augustus 2019 zelf geen inkomsten meer kreeg en er geen liquiditeit in de vennootschap was in juli 2019, betrof het ontvangen geld het laatste kapitaal van de vennootschap. De betaling aan Profundo door Concepts is in strijd met de uitkeringstoets van artikel 2:216 BW Pro en heeft geleid tot benadeling van de schuldeisers, aldus de curator.
5.13.
Profundo betwist dat er sprake is van benadeling. Bij beoordeling van het geheel van rechtshandelingen/betalingen in het kader van de kasronde blijkt volgens Profundo dat van benadeling geen sprake is. Als de kasronde niet zou hebben plaatsgevonden, dan zou de betaling door Concepts aan Profundo niet hebben plaatsgevonden, maar dan zou Concepts het bedrag van de betaling zelf ook niet ontvangen hebben. Door de betaling enerzijds en de ontvangst van een gelijk bedrag anderzijds is per saldo van verslechtering van de positie van de (overige) crediteuren geen sprake. Integendeel: zonder dat de liquide middelen afnamen, zijn de schulden wel afgenomen. De curator heeft ten onrechte ook geen vernietiging gevorderd van het samenstel van rechtshandelingen. Ook daarom zijn de op artikel 42 Fw Pro gestoelde vorderingen niet toewijsbaar.
5.14.
Profundo stelt verder dat er op 1 augustus 2019 geen bestaande schuldeisers met opeisbare of voorzienbare schulden zijn benadeeld. Benadeling kan ook toekomstige schuldeisers betreffen, als die door de bestreden betalingen in hun belangen zijn geschaad. Dat betekent dat er een causaal verband moet zijn tussen de bestreden handelingen op 1 augustus 2019 en de onbetaald gebleven facturen. Dat causale verband wordt niet aangetoond. De curator toont namelijk niet aan dat de betaling aan Profundo aangewend had kunnen worden voor de door de curator genoemde schuldeisers, nu Concepts na 1 augustus 2019 in totaal nog € 3,3 miljoen aan crediteuren heeft voldaan. Als de van Construction ontvangen € 552.500,00 niet zou zijn doorgestort aan Profundo, dan zou het bedrag zijn aangewend ter betaling van facturen die nu ‘gedekt’ zijn in de totale betalingen van € 3,3 miljoen. Ook zonder de aflossing aan Profundo zouden de crediteuren die zich bij de curator hebben gemeld onbetaald zijn gebleven. Dat zij onbetaald zijn gebleven is niet veroorzaakt door de betalingen van 1 augustus 2019, maar door het feit dat [naam 1] in april 2020 besloot om geen aanvullende financiering meer te verstrekken aan Concepts.
5.15.
De rechtbank overweegt als volgt.
5.16.
Zoals hiervoor overwogen, beschouwt de rechtbank de kasronde als een samenstel van rechtshandelingen, zodat de rechtbank de (nadelige) gevolgen van deze rechtshandelingen in onderling verband moet beoordelen. Bij de toepassing van artikel 42 Fw Pro op een samenhangend geheel van rechtshandelingen gaat het er kortom om of dit samenhangende geheel als zodanig schuldeisers heeft benadeeld. Een rechtshandeling die op zichzelf bezien niet benadelend is, kan door samenhang met andere rechtshandelingen wel benadelend zijn; andersom geldt dat een rechtshandeling die op zichzelf bezien benadelend is, in samenhang met andere rechtshandelingen niet benadelend kan zijn.
5.17.
De curator neemt in zijn stellingen het geheel van rechtshandelingen niet tot uitgangspunt. Hij betoogt dat de eerste stappen van de kasronde geoorloofd zijn, maar dat het had moeten stoppen bij Construction. De ontvangen betaling had Construction niet mogen verlaten. Aan dit betoog gaat de rechtbank echter voorbij. De curator miskent daarmee namelijk dat de kasronde en de gevolgen daarvan in zijn geheel moet worden beschouwd. Profundo heeft daarnaast gemotiveerd weersproken dat de kasronde bedoeld was ter versteviging van het eigen vermogen van Construction of enig verband hield met een afspraak met Woningborg van twee jaar daarvoor. Afgezien daarvan ziet de rechtbank niet in waarom het voortzetten van de kasronde door Construction voor (de schuldeisers van) Concepts nadelige gevolgen heeft gehad. Stel dat de curator gevolgd zou worden in zijn gedachtenlijn, dan was het geld namelijk in Construction gebleven. Concepts had in dat geval dus ook niet over het bedrag van € 552.000,00 kunnen beschikken.
5.18.
Verder is niet in geschil dat Concepts tot 1 augustus 2019 geen liquiditeit had om Profundo of andere schuldeisers te betalen. Alleen door deel te nemen aan de kasronde tussen verschillende groepsvennootschappen heeft Concepts op 1 augustus 2019 een bedrag van € 552.500,00 van Construction ontvangen. Met dit bedrag heeft Concepts diezelfde dag
€ 552.500,00 afgelost op de lening van Profundo. Deze aflossing was onderdeel van dezelfde kasronde en vond in feite plaats met geld dat afkomstig was van Profundo zelf, die met een lening van € 670.000,00 aan Think Holding B.V. de kasronde was gestart. Na de betaling aan Profundo als sluitstuk van de kasronde had Concepts minder schulden en (opnieuw) geen liquiditeit.
5.19.
Om te bepalen of de kasronde, als samenhangend geheel, schuldeisers van Concepts heeft benadeeld, moet deze feitelijke situatie vergeleken worden met de situatie waarin schuldeisers zouden hebben verkeerd zonder de kasronde. Zonder de kasronde had Concepts op 1 augustus 2019 geen bedrag ontvangen van € 552.500,00 en dus geen liquiditeit gehad om schuldeisers te betalen. Dat Concepts op 1 augustus 2019 kortstondig over het bedrag van € 552.500,00 heeft beschikt, kan dan ook niet los gezien worden van de kasronde en de bedoeling daarvan. Daarmee zou in de ogen van de rechtbank niet in lijn zijn geweest dat Concepts wél deel zou nemen aan de kasronde door € 552.500,00 te ontvangen, maar vervolgens zelf geen verdere uitvoering zou geven aan de kasronde. Deze situatie laat zich naar het oordeel van de rechtbank ook niet vergelijken met een enkelvoudige betaling uit het laatste (eigen) kapitaal van een vennootschap.
5.20.
Gezien al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de kasronde (als samenhangend geheel) niet heeft geleid tot benadeling van schuldeisers van Concepts.
Ten overvloede: geen wetenschap van benadeling
5.21.
Ook als er wel sprake zou zijn geweest van benadeling van schuldeisers van Concepts, zou het beroep op artikel 42 Fw Pro overigens niet slagen. De rechtbank volgt de curator namelijk ook niet in zijn stelling dat Concepts en Profundo op 1 augustus 2019 wetenschap van benadeling hadden. Van wetenschap van benadeling kan alleen sprake zijn geweest als zowel Concepts als Profundo op 1 augustus 2019 het faillissement van Concepts en een tekort daarin met een redelijke mate van waarschijnlijkheid konden voorzien. [3] De curator stelt dat de wetenschap van benadeling bij beide partijen aanwezig moet worden geacht omdat [naam 1] 100% eigenaar was van Profundo en over een bankvolmacht beschikte. Volgens de curator had [naam 1] moeten weten dat Concepts op 1 augustus 2019 geen (noemenswaardige) inkomsten meer kon verwachten en kunstmatig overeind moest worden gehouden. Ook wijst de curator op een procedure tussen Concepts en [bedrijf] die op 1 augustus 2019 aanhangig was.
5.22.
Profundo heeft de wetenschap van benadeling gemotiveerd betwist. Profundo heeft daarbij onder meer gewezen op een onder ede afgelegde getuigenverklaring van [naam 1] , die daarin weerspreekt dat hij op de hoogte was van de financiële stand van zaken van Concepts. Ook heeft Profundo onweersproken aangevoerd dat Concepts in de procedure tegen [bedrijf] pas bij eindvonnis van 12 mei 2021 is veroordeeld tot een schadevergoeding op te maken bij staat wegens onrechtmatige beslaglegging. Dit was op 1 augustus 2019 nog niet bekend. Verder heeft Profundo aangevoerd dat Concepts ná 1 augustus 2019 nog ongeveer € 2,5 miljoen aan financiering heeft ontvangen en nog voor een bedrag van ongeveer € 3,3 miljoen euro aan schuldeisers heeft betaald. Pas in april 2020 heeft [naam 1] besloten geen aanvullende financiering meer aan Concepts te verstrekken, maar ook daarna is de onderneming van Concepts nog maanden voortgezet. Ook dit heeft de curator niet weersproken. In de dagvaarding schrijft de curator bovendien zelf dat Concepts en Profundo “
medio april 2020 wisten dat het faillissement aanstaande was en er sprake was van een onomkeerbaar groot tekort om alle crediteuren te betalen”, omdat vanaf dat moment de geldkraan werd dichtgedraaid. Ook in het door de curator opgemaakte faillissementsverslag van Profundo van 13 augustus 2025 staat dat de aandeelhouder in het voorjaar 2020 de geldkraan naar Profundo heeft dichtgedraaid, “
als gevolg waarvan gefailleerde niet meer aan haar verplichtingen kon voldoen”. Klaarblijkelijk is de curator dus ook zelf van mening dat het faillissement pas aanstaande was na het stopzetten van de financiering door de aandeelhouder. Dit gebeurde in april 2020. Voor die tijd werd Concepts als gezegd nog wel gefinancierd en heeft zij schuldeisers betaald.
5.23.
Gelet op alle voornoemde omstandigheden valt niet in te zien dat Concepts en Profundo het faillissement en het tekort daarin al op 1 augustus 2019 met een redelijke mate van waarschijnlijkheid konden voorzien. Van wetenschap van benadeling kan op 1 augustus 2019 dus geen sprake zijn geweest.
Conclusie
5.24.
De rechtbank concludeert dat aan meerdere vereisten van artikel 42 Fw Pro niet is voldaan. Dat betekent dat de rechtbank alle vorderingen van de curator zal afwijzen wegens gebrek aan grondslag.
Proceskosten
5.25.
De curator is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Profundo worden begroot op:
- griffierecht
6.861,00
- salaris advocaat
7.446,00
(2 punten × € 3.723,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
14.496,00

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
wijst de vorderingen van de curator af,
6.2.
veroordeelt de curator in de proceskosten van € 14.496,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de curator niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. De Vlieger en in het openbaar uitgesproken door
mr. Van den Heuvel op 20 mei 2026.

Voetnoten

1.HR 19 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BG1117 (Air Holland).
2.HR 20 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:975.
3.Hoge Raad 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI8493.