Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 mei 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur,
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- De aanslag naar de contactpersoon is gezonden;
- Er een aangifte erfbelasting is ingediend en de belastingdienst vervolgens ambtshalve deze aanslag heeft opgelegd. Belanghebbende is volgens de Inspecteur verkrijger in de zin van artikel 36 Successiewet Pro.
Motivering
Beslissing
- verklaart het beroep met betrekking tot de kostenvergoeding voor de bezwaarfase gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op de kostenvergoeding;
- stelt de kostenvergoeding voor de bezwaarfase vast op € 1.665;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 934 aan proceskosten aan belanghebbende;
- veroordeelt de Staat tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 500.