ECLI:NL:RBZWB:2026:4381
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep 30%-regeling wegens onvoldoende bewijs woonplaats buiten Nederland
Belanghebbende, met Franse nationaliteit, werkte voorafgaand aan zijn arbeidsovereenkomst bij een Nederlandse werkgever in het kader van een Frans overheidsprogramma (VIE), dat de rechtbank kwalificeert als een stage. Op 26 juni 2023 sloot hij een arbeidsovereenkomst met een andere Nederlandse werkgever en verzocht om toepassing van de 30%-regeling.
De rechtbank beoordeelde of belanghebbende als ingekomen werknemer kwalificeert, waarbij het moment van totstandkoming van de arbeidsovereenkomst en de woonplaats van belanghebbende centraal stonden. Hoewel belanghebbende stelde dat zijn werkzaamheden bij VIE een stage waren en hij fiscaal inwoner van Frankrijk bleef, was hij ingeschreven op een Nederlands adres en werkte hij in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij buiten Nederland woonde bij aanvang van de arbeidsovereenkomst. De deelname aan het VIE-programma werd als stage erkend, maar het verblijf en inschrijving in Nederland maakten dat niet werd voldaan aan de voorwaarden voor de 30%-regeling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep op toepassing van de 30%-regeling wordt ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van woonplaats buiten Nederland en niet-werkzaamheid in Nederland voorafgaand aan de arbeidsovereenkomst.