Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2019, waarbij de inspecteur de waarde van een woning voor de berekening van de boekwinst corrigeerde. De woning was in 2015 overgedragen aan belanghebbende voor € 768.000, maar de inspecteur stelde de waarde op € 671.000. De rechtbank beoordeelde de waarde op basis van taxatierapporten en referentiepanden.
De rechtbank oordeelde dat noch de door belanghebbende noch de door de inspecteur voorgestelde waarde voldoende aannemelijk was. De waarde van de woning werd vastgesteld op € 685.000, rekening houdend met ligging en vergelijkbaarheid van referentiepanden. Dit leidde tot een boekverlies in plaats van een boekwinst, waardoor de aanslag te hoog was vastgesteld.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, verminderde de aanslag tot een belastbaar bedrag van € 627.487 en corrigeerde de belastingrentebeschikking dienovereenkomstig. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende. De rechtbank wees verzoeken van de inspecteur tot het niet toekennen van proceskostenvergoeding af.