Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het UWV niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een ex-werknemer op grond van de WIA. De aanvraag werd op 28 oktober 2024 ontvangen, en na een ingebrekestelling op 27 maart 2025 bleef het UWV in gebreke.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV de beslistermijn heeft overschreden. Het UWV heeft aangegeven dat het tekort aan verzekeringsartsen de vertraging veroorzaakt en verzocht om een beslistermijn van 40 weken. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om een zorgvuldige beslissing te kunnen nemen.
Daarnaast legt de rechtbank het UWV een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 10 juni 2026.