Eiser, werkzaam als leerplichtconsulent, viel in januari 2020 uit wegens psychische klachten en vroeg in oktober 2021 een WIA-uitkering aan. Het UWV kende hem in januari 2022 een WIA-uitkering toe, die in oktober 2023 werd gewijzigd van loongerelateerd naar loonaanvullend. In april 2024 beëindigde het UWV de uitkering omdat eiser meer dan 65% van zijn loon verdiende. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit van april 2025 dat zijn uitkering per november 2024 zou eindigen vanwege minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank beoordeelde het medisch onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) als zorgvuldig en voldoende gemotiveerd, waarbij rekening werd gehouden met zowel psychische als fysieke beperkingen. Eiser voerde aan dat er meer beperkingen moesten worden aangenomen, maar de rechtbank verwierp dit en vond geen aanleiding voor een onafhankelijke deskundige.
Wel constateerde de rechtbank dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd of onderzocht of de functie van administratief medewerker notaris, advocaat, rechtbank geschikt was voor eiser, met name vanwege de eis van beheersing van de Engelse taal. De tegenstrijdige verklaringen van werkgevers en het ontbreken van een degelijke onderbouwing leidden tot een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek.
De rechtbank stelt het UWV in de gelegenheid deze gebreken binnen acht weken te herstellen en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak. Het UWV moet binnen twee weken melden of het gebruik maakt van deze herstelmogelijkheid.