ECLI:NL:RBZWB:2026:530
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.I. van Term
- T.J. Janzing
- Rechtspraak.nl
Verzoek aanwijzing voormalig gemeentehuis als gemeentelijk monument niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belanghebbendheid
Eiseres diende op 2 augustus 2024 een verzoek in om het voormalig gemeentehuis van een woonplaats aan te wijzen als gemeentelijk beschermd cultuurgoed en/of gemeentelijk monument. Het college wees dit verzoek op 19 november 2024 af. Eiseres maakte bezwaar, maar het college verklaarde dit bezwaar op 11 maart 2025 niet-ontvankelijk. Hiertegen stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank beperkte zich tot de ontvankelijkheid van het bezwaar, omdat het college het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard. De kernvraag was of eiseres ten tijde van het verzoek belanghebbende was. De rechtbank oordeelde dat eiseres toen nog geen rechtspersoon was en niet herkenbaar was in het rechtsverkeer, omdat zij geen bestuur, statuten of reglement had en zich niet als eenheid naar buiten had gepresenteerd.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en concludeerde dat eiseres niet voldeed aan de eis van herkenbaarheid in het rechtsverkeer. Hierdoor was het verzoek geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb, en hoefde het college het verzoek niet in behandeling te nemen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat zij ten tijde van het verzoek geen belanghebbende was en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.