Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2026 in de zaak tussen
Stichting [eiser 2], beide uit [plaats] , eisers
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Indaver Compost B.V. vroeg een natuurvergunning aan voor het verwerken van groenafval tot eindproducten. Het college van Gedeputeerde Staten van Zeeland weigerde deze vergunning op grond van intern salderen, waardoor zij meenden dat geen vergunning nodig was. Eisers, waaronder een stichting en een andere partij, maakten bezwaar tegen deze weigering en stelden dat wel degelijk een vergunning vereist is.
De rechtbank oordeelt dat de weigering onterecht is. Op basis van recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is duidelijk geworden dat intern salderen niet mag worden gebruikt om te concluderen dat een natuurvergunning niet nodig is. De toetsing moet uitgaan van de gevolgen van het project op zichzelf, zonder vergelijking met de referentiesituatie.
De rechtbank vernietigt daarom het besluit van 22 april 2024 en draagt Gedeputeerde Staten op binnen zes maanden een nieuw besluit te nemen, waarbij zij rekening moeten houden met deze uitspraak. Tevens worden de proceskosten en het griffierecht aan eisers vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van de natuurvergunning en draagt Gedeputeerde Staten op binnen zes maanden een nieuw besluit te nemen.