Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 467,00
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A58 te Ulvenhout op 7 november 2023. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting voerde de gemachtigde aan dat er onduidelijkheid bestond over het voorwerp op de foto, wat aanleiding zou moeten zijn tot matiging van de boete. De kantonrechter oordeelde echter dat de verklaring van de verbalisant en de foto voldoende bewijs vormden en dat het resolutieverschil geen reden was voor extra matiging.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de werkzaamheden van de huidige gemachtigde, waarbij rekening werd gehouden met jurisprudentie over de toepasselijkheid van de vermenigvuldigingsfactor.
De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheid terug te betalen. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter K. Verschueren op 23 juni 2026.
Uitkomst: De boete wegens vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden is met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn en proceskostenvergoeding toegekend.