ECLI:NL:RBZWB:2026:5771

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
BRE 25/2723
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 ParticipatiewetArt. 16 Participatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor eigen bijdrage Wmo op grond van Participatiewet

Eiser heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de eigen bijdrage die hij moet betalen voor hulp vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Deze eigen bijdrage wordt door het Centraal Administratie Kantoor (CAK) vastgesteld en is gebaseerd op het inkomen en vermogen van eiser. De gemeente Orionis Walcheren heeft de aanvraag afgewezen omdat de eigen bijdrage onderdeel is van een voorliggende voorziening die passend en toereikend is, zoals bepaald in artikel 15 van Pro de Participatiewet.

Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing en stelde dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat alsnog bijzondere bijstand wordt verleend. Hij verwees onder meer naar een gemeentelijke verzekering die de eigen bijdrage zou dekken en stelde dat de eigen bijdrage onterecht door hem betaald moest worden. De rechtbank oordeelt echter dat de eigen bijdrage behoort tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan die uit de bijstandsnorm moeten worden voldaan en dat eiser niet heeft aangetoond dat de voorliggende voorziening niet passend of toereikend is.

Daarnaast heeft eiser een beroep gedaan op artikel 16 van Pro de Participatiewet, dat bijzondere bijstand mogelijk maakt bij zeer dringende redenen. De rechtbank stelt dat hiervoor een acute noodsituatie vereist is, bijvoorbeeld een levensbedreigende situatie, wat in dit geval niet is aangetoond. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage Wmo.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/2723 PW

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,

en

het Dagelijks Bestuur van Orionis Walcheren (Orionis), verweerder.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers aanvraag van bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet voor de eigen bijdrage CAK op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat Orionis terecht eisers aanvraag voor bijzondere bijstand heeft afgewezen
.Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage voor kosten op basis van de Wmo. Orionis heeft deze aanvraag met het besluit van 7 februari 2025 (primair besluit) afgewezen. Hiertegen heeft eiser bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 6 mei 2025 op het bezwaar van eiser is Orionis bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Orionis heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Op 21 april 2026 heeft de griffier schriftelijk vragen gesteld aan verweerder, waarop verweerder bij brief van 4 mei 2026 heeft gereageerd.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 15 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiser deelgenomen. Orionis heeft zich afgemeld voor de zitting.

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiser ontvangt een bijstandsuitkering naar de norm voor een alleenstaande. Eiser krijgt hulp of ondersteuning vanuit de Wmo, waarvoor het CAK een eigen bijdrage in rekening brengt.
3.1.
Op 9 januari 2025 heeft eiser bijzondere bijstand aangevraagd voor de eigen bijdrage voor kosten op basis van de Wmo van € 17,20. Eiser heeft op 23 december 2024 een factuur van het Centraal Administratie Kantoor (CAK) ontvangen van € 20,60 voor de eigen bijdrage Wmo over de maand december 2024 (op jaarbasis in totaal € 247,20). Eiser heeft dit bedrag gedeclareerd bij CZ Zorgverzekeringen. CZ heeft € 3,40 vergoed. Eiser moest een eigen bijdrage van € 17,20 betalen, omdat de maximale vergoeding van € 230,- per jaar was bereikt.
3.2.
Met het primaire besluit heeft Orionis eisers aanvraag voor bijzondere bijstand afgewezen, omdat de kosten niet in aanmerking komen voor bijstand. Er wordt geen bijstand toegekend voor de eigen bijdrage Wmo, omdat deze kosten niet worden veroorzaakt door bijzondere omstandigheden. Deze kosten komen niet voort uit de bijzondere omstandigheden van eisers individuele situatie. In de Beleidsregels bijzondere bijstand 2015 Middelburg, Veere en Vlissingen is bepaald dat er geen bijzondere bijstand mogelijk is voor de minimale eigen bijdrage van het CAK.
Hiertegen heeft eiser bezwaar gemaakt.
Bestreden besluit
3.3.
Met het bestreden besluit heeft Orionis, onder verwijzing naar het verweerschrift uit de bezwaarfase, het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Orionis heeft overwogen dat de hoogte van de eigen bijdrage is afgestemd op de individuele inkomenssituatie. Daarmee zijn bijdragen voor Wmo altijd financieel draagbaar. Dat betekent dat de Wmo een voorliggende voorziening is die passend en toereikend is. Dit is vastgelegd in jurisprudentie. De rijksoverheid heeft bepaald dat een eigen bijdrage wordt opgelegd en het CAK bepaalt aan de hand van inkomen en vermogen hoe hoog de eigen bijdrage is. Volgens jurisprudentie is de door het CAK opgelegde bijdrage altijd financieel draagbaar. Gemeenten hoeven daar dus geen inspanning te leveren via de bijzondere bijstand. Slechts indien er sprake is van individuele bijzondere omstandigheden kan er maatwerk geleverd worden en de bijzondere bijstand als nog worden toegekend. Daar is in het geval van eiser geen sprake van. Er zijn geen dringende redenen om tot een ander besluit te komen.
3.3.1.
Desgevraagd heeft Orionis in de brief van 4 mei 2026 verduidelijkt dat de grondslag van het bestreden besluit primair artikel 15, eerste lid, van de Participatiewet is. Voor de betreffende zorg (Wmo) bestaat een voorliggende voorziening die naar haar aard en doel als toereikend en passend wordt beschouwd. De daarbij horende wettelijke eigen bijdrage (via het CAK) maakt onderdeel uit van die voorliggende voorziening. De kosten die in de voorliggende voorziening bewust als eigen bijdrage zijn vormgegeven, worden op grond van artikel 15, eerste lid, tweede volzin, van de Participatiewet uitdrukkelijk niet tot noodzakelijke kosten gerekend. Orionis wijst hierbij op vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB). [1]
Van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16 van Pro de Participatiewet, op grond waarvan ondanks het ontbreken van recht toch bijstand zou kunnen worden verleend, is niet gebleken. Er is geen sprake van een acute, levensbedreigende of anderszins uitzonderlijke situatie die afwijking van artikel 15 van Pro de Participatiewet rechtvaardigt.
Met betrekking tot de dekking van de collectieve ziektekostenverzekering heeft Orionis overwogen dat de kern is dat de afwijzing niet is gebaseerd op het ontbreken of de beperkte dekking van de collectieve zorgverzekering, maar op het bestaan van een wettelijke voorliggende voorziening (Wmo/CAK) in de zin van artikel 15 van Pro de Participatiewet. De CAK-eigen bijdrage behoort tot de systematiek van de Wmo-voorziening en wordt daarmee door de wetgever uitdrukkelijk tot de eigen verantwoordelijkheid van eiser gerekend. Dat de door de gemeente aangeboden collectieve ziektekostenverzekering daar bovenop nog (gedeeltelijke) dekking biedt, verandert niets aan het karakter van de Wmo als voorliggende, passende en toereikende voorziening.
Uit de rechtspraak volgt dat een (aanvullende of collectieve) zorgverzekering een vrijwillige
voorziening is. De premie of dekking van die aanvullende verzekering behoort in beginsel niet tot de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van bestaan.
Ook het gemeentelijke beleid kwalificeert de collectieve ziektekostenverzekering nadrukkelijk als (extra) voorliggende voorziening voor medische kosten. Dat bevestigt dat eventuele dekking van de CAK-bijdrage via de collectieve ziektekostenverzekering niet maakt dat de Participatiewet aanvullend zou moeten compenseren als de dekking niet volledig is. Daarmee is het beroep op artikel D.23 sub c van de CZ-voorwaarden niet relevant voor de grondslag van de afwijzing.

Beroepsgronden

4. Eiser heeft aangevoerd dat het juist een bijzondere aanvraag voor bijzondere bijstand is, omdat hij via de gemeente verzekerd is voor de vergoeding van de eigen bijdrage Wmo. De gemeente Vlissingen biedt een verzekering aan waarbij geen eigen risico geldt of deze geheel wordt terugbetaald. Door het slaapgedrag van ambtenaren bij de gemeente en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) moet eiser € 17,20 betalen, niet eens € 20,60. De onwil om deze € 17,20 te betalen is stuitend te noemen. Dit bedrag komt zeker in aanmerking voor bijzondere bijstand om dit falen van ambtenaren te vereffenen. Pas maanden na doorvoering van de verhoging van € 19,- naar € 20,60 werd men te laat wakker. Inmiddels is de vergoeding verhoogd naar € 300,- en bestaat er dus voor 2025 een gehele dekking voor de eigen bijdrage Wmo. Eiser mag op grond van artikel D.23 CZG verwachten dat er geen eigen risico voor de Wmo is.
In een schriftelijke reactie naar aanleiding van de brief van Orionis van 4 mei 2026 en ter zitting heeft eiser een beroep gedaan op artikel 16 van Pro de Participatiewet en gesteld dat sprake is van zeer bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat alsnog bijzondere bijstand wordt verstrekt.

Juridisch kader

5. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.

Beoordeling door de rechtbank

6. Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Participatiewet bestaat geen recht op bijstand voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de belanghebbende toereikend en passend te zijn. Volgens vaste rechtspraak, heeft de Participatiewet geen functie indien binnen de voorliggende voorziening een bewuste beslissing is genomen over de noodzaak van vergoeding van bepaalde kostensoorten in het algemeen of in een specifieke situatie. Als binnen de voorliggende voorziening die vergoeding in het algemeen of in een specifieke situatie niet noodzakelijk is geacht, dient daarbij voor de toepassing van de Participatiewet te worden aangesloten.
7. Orionis heeft de aanvraag van eiser voor bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage Wmo afgewezen, omdat sprake is van een voorliggende voorziening die toereikend en passend is.
7.1.
Volgens vaste rechtspraak van de CRvB ligt aan het vragen van eigen bijdragen van ontvangers van voorzieningen in het kader van de Wmo een bewuste keuze van de wetgever ten grondslag. Die keuze leidt ertoe dat sprake is van een uitputtende – passende en toereikende – regeling, die een voorliggende voorziening oplevert in de zin van artikel 15, eerste lid, van de Participatiewet. De kosten van de eigen bijdrage in het kader van de Wmo behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan die uit de bijstandsnorm moeten worden voldaan. [2]
7.2.
Gelet op voorstaande jurisprudentie heeft Orionis naar het oordeel van de rechtbank terecht overwogen dat voor de eigen bijdrage Wmo sprake is van een voorliggende voorzieningen als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Participatiewet. Het ligt vervolgens op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat de voorliggende voorziening niet passend of toereikend is. Hierin is eiser niet geslaagd. Wat eiser heeft aangevoerd ziet op de dekking van de zorgverzekering die niet toereikend zou zijn. Dit brengt echter niet met zich mee dat de voorliggende voorziening niet toereikend is.
Is sprake van zeer dringende redenen?
8. Op grond van artikel 16, eerste lid, van de Participatiewet kan, in afwijking van artikel 15 van Pro de Participatiewet, bijzondere bijstand worden verleend bij zeer dringende redenen. Volgens vaste rechtspraak van de CRvB doen zeer dringende redenen zich voor als er een acute noodsituatie is en de behoeftige omstandigheden waarin de betrokkene verkeert op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen, zodat het verlenen van bijstand onvermijdelijk is. Een acute noodsituatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als een situatie levensbedreigend is of als blijvend ernstig geestelijk of lichamelijk letsel of invaliditeit daarvan het gevolg kan zijn. Een acute noodsituatie doet zich voor als het niet-verlenen van bijstand voor de betrokkene tot ernstige gevolgen leidt, met name voor diens gezondheid. De wetgever heeft bij het begrip ‘zeer dringende redenen’ gedacht aan een extreme situatie en heeft nadrukkelijk niet beoogd een algemene ontsnappingsclausule te bieden. Daarom moet het gaan om een schrijnende situatie waarvan het evident is dat weigering van bijstand zonder meer onaanvaardbaar is. [3]
8.1.
Het is voorstelbaar dat het de bedoeling was om met de gemeentepolis “Extra Uitgebreid” volledige dekking te bieden voor de eigen bijdrage Wmo. Dat dit – om welke reden dan ook – in de praktijk niet zo heeft uitgepakt en dat eiser als gevolg daarvan € 17,20 voor zijn eigen rekening heeft moeten nemen, maakt naar het oordeel van de rechtbank echter niet dat sprake is van een acute noodsituatie als bedoeld in artikel 16 van Pro de Participatiewet.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard, krijgt eiser geen proceskostenvergoeding. Ook krijgt eiser het griffierecht niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Ponds, rechter, in aanwezigheid van C.M.A. Groenendaal, griffier, op 30 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Participatiewet
Artikel 15
1. Geen recht op bijstand bestaat voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de belanghebbende toereikend en passend te zijn. Het recht op bijstand strekt zich evenmin uit tot kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt.
(…)
Artikel 16
1. Aan een persoon die geen recht op bijstand heeft, kan het college, gelet op alle omstandigheden, in afwijking van deze paragraaf, bijstand verlenen indien zeer dringende redenen daartoe noodzaken.
(…)

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de CRvB van 26 juli 2022 (ECLI:NL:CRVB:2022:1716).
2.Bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 26 juli 2022 (ECLI:NL:CRVB:2022:1716).
3.Bijvoorbeeld de uitspraken van de CRvB van 13 juni 2023 (ECLI:NL:CRVB:2023:985) en 31 maart 2026 (ECLI:NL:CRVB:2026:404).