Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar door de Dienst Toeslagen, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak van 19 maart 2025 verweerder had opgedragen binnen twee weken te beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. De rechtbank sluit aan bij de lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van 60 weken na het verstrijken van de wettelijke termijn hanteert.
Aangezien deze termijn inmiddels is verstreken, legt de rechtbank een beslistermijn van twee weken na verzending van deze uitspraak op. Tevens wordt een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500 opgelegd. Verweerder heeft de dwangsom reeds vastgesteld op het maximale bedrag van €1.442.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 2 februari 2026.