Uitspraak
2 De procedure
3.De feiten
- Aan het gebruik van geweld gaat, indien de situatie dat toelaat, een waarschuwing vooraf;
- Geweld is een uiterst middel: alle andere mogelijkheden zijn uitgeput. In situaties waar kan worden gewacht, wordt door de betrokken medewerker overlegd met een gedragswetenschapper en vervolgens toestemming gevraagd aan de directeur of diens plaatsvervanger alvorens over te gaan tot de inzet van geweld. Bij IBT-inzet wordt altijd toestemming van de directeur of diens plaatsvervanger vooraf gevraagd;
- De geweldstoepassing is proportioneel: het gebruik van geweld staat in verhouding tot de ernst van het af te wenden gevaar.”
- Het voor zijn gevoel anders is gebeurd dan dat hij zag op de door de onderzoekers getoonde camerabeelden. Hierover zei hij: "Dat heb ik niet meegekregen. Voor mijn gevoel is dit veel anders gebeurd. Ik bedoel daarmee te zeggen dat alles van het ingrijpen in de kamer heeft afgespeeld. Nu ik de beelden zie, blijkt dat het niet allemaal in de kamer heeft afgespeeld. Het moment van ingrijpen was duidelijk buiten de kamer. " (…)
- Hij zich, na het zien van de camerabeelden, voelt als een 'onbetrouwbare zak hooi'. Hierover zei hij: "Ik voel mij nu echt als een onbetrouwbaar zak hooi. Ik schrik hiervan. Ik dacht echt dat ik het goed had, serieus. Ik heb de slag niet ervaren als slag maar als het beetpakken bij het gezicht. Misschien heb ik het niet opgeslagen.” (…)
5.1.4 Beschouwing van de scenario's
- (…) Kennelijk was mijn reactie 'Zonder pieper zijn jullie helemaal niks' de trigger voor beveiliger 2 [kantonrechter: [collega 1] ] om in te grijpen. Hij pakte mij met één hand bij mijn haren vast. Ik weet niet meer welke hand het was. Ik had op dat moment langer haar (afro kapsel). Hij pakte mij midden op het hoofd. Op dat moment zag en voelde ik dat beveiliger 1 (kantonrechter: [werknemer] ) met zijn elleboog een rare beweging maakte tegen de linkerkant van mijn gezicht. Ik voelde een bonkend en prikken gevoel aan de linker kant van mijn gezicht. Het voelde als een steek. Ik heb nog nooit eerder een klap tegen mijn hoofd gehad. Ik stond op dat moment met mijn zicht in de richting van de gang. Ik deed mijn hoofd naar beneden en werd duizelig. Ik voelde vervolgens dat ik een knietje tegen mijn neus/lip kreeg. Ik zag wel dat ik dat knietje kreeg maar ik weet niet wie dat knietje gaf. (…)
- Dat het volgende gebeurde na het knietje: "Ik werd vastgepakt door de beveiligers bij mijn beide armen en ook bij mijn nek. Ik weet niet precies wie wat heeft gedaan want ik zag wazig. Ik voelde wel dat er een beveiliger bij mijn ene onderarm mij vastpakte en een andere beveiliger aan de andere kant mij vastpakte. Op het moment dat ik was vastgepakt, voelde ik een slag/stoot aan de rechter kant (slaap) van mijn gezicht. Ik heb niet gezien op welke wijze deze slag/stoot werd gegeven omdat ik wazig zag. Ik stond op dat moment nog steeds op mijn benen voorovergebogen. Daarna pakte de beveiligers mij vast en zeiden dat ik moest meewerken. Ze zeiden dat ik op de grond moest gaan liggen en dat deed ik ook. Ik lag op mijn rechterkant van mijn gezicht op de grond. De beveiligers waren hardhandig want er werd met een knie op mijn hoofd gelegd (door beveiliger 1), een knie op mijn rug gelegd (door beveiliger 2) en met een been op mijn knie geleund door een van de andere beveiligers. Beveiliger 2 hield ook mijn handen op mijn rug. Vervolgens werd er alarm gedrukt en toen kwamen er andere medewerkers. Dit werd door de beveiligers namelijk geroepen ('Druk alarm, druk alarm')."
- Dat hij als volgt op de vloer terecht kwam: "Ik kwam op mijn buik terecht met mijn armen op mijn rug en mijn rechterkant van mijn gezicht lag op de vloer. Ik was natuurlijk al voorovergebogen en de beveiligers hielden mij vast bij mijn armen en ik werd hardhandig naar de grond gewerkt terwijl de beveiligers mijn handen wel vasthielden. Ik probeerde mijn
- Het 'ingrijpen' zag er als volgt uit: " [collega 1] is lang. Hij maakte een soort van omhelzing op schouderhoogte bij [de jongere] Toen rolden/vielen ze beiden de cel naar binnen. Toen stond ik nog buiten. Dan is het zaak om [de jongere] zo snel mogelijk onder controle te brengen. [collega 1] bracht [de jongere] naar de grond. Er werd geworsteld. Alles bij elkaar duurde dit misschien 30 seconden. In die 30 seconden stribbelde [de jongere] tegen. Het hoofd van [de jongere] lag richting het raam met de benen richting de deur. Hij lag op zijn buik. Toen [de jongere] op de grond lag pakte ik direct zijn linkerhand. Ik zette mijn knieën op zijn bovenarm en mijn handen op zijn linker pols. Ik kreeg van [collega 1] de rechterarm van [de jongere] die ik ging boeien. Vervolgens plaatste ik zijn linkerarm erbij en boeide die ook. Op dat moment lag [de jongere] nog steeds op de grond op zijn buik. Op het moment van controle zag ik bloed en vermoedde een bloedneus. Ook op de grond lag bloed. "
- Op de vraag of er buitensporig geweld is toegepast op de jeugdige, reageerde de heer [werknemer] : "Nee, zeker niet! Niet door mij, niet door [collega 1] en ook niet door [persoon 2] . De kaak is gebroken, dat is spijtig. Het is een kind, snapt u? Dit is nooit de bedoeling geweest maar het is een noodlottig ongeluk. Dat zeg ik, ik werk er al bijna 20 jaar. Ik weet toch dat je iemand niet zo op zijn gezicht kan rossen? U heeft mij nog nooit hier zien zitten bij Bureau Integriteit. Het is heel vervelend hoe het gelopen is. Het kan gebeuren in een worsteling."(…)
- Op de vraag van de onderzoekers wat er zich werkelijk had afgespeeld in de kamer van de jeugdige, reageerde de heer [werknemer] : "Wat ik jullie heb verteld. Ik zat links ik hield zijn linkerhand onder controle. [collega 1] de rechterhand. [persoon 2] komt met zijn knie in zijn rug. [persoon 3] , dat weet ik niet. Ik dacht dat hij er niet was. Dat was het. Het was zo gepiept. Binnen 30 seconden. In mijn beleving is de jongen op de grond beland met [collega 1] . Dat is het enige moment dat hij verwondingen kon oplopen."
- Op de vraag hoe de heer [werknemer] de aanzienlijke verwondingen aan het gezicht van de jeugdige verklaarde, reageerde hij: "Ik ben 20 jaar geleden begonnen bij de jeugdinrichting. Ik heb een eed afgelegd. Ik heb gezworen dat ik mijn werk goed zat doen. Ik heb nog nooit een jeugdige geslagen. Ik heb ook nog nooit een collega gezien die een jeugdige heeft geslagen. Op welk moment moet die jongen klappen hebben gehad? Ik denk echt dat hij met zijn gezicht op de grond is gevallen." (…)
- De verklaring van de betrokkene is niet consistent met de camerabeelden en is tevens niet consistent met het door de forensisch arts geconstateerde letselbeeld.
- De door de betrokkene beschreven handelingen bieden geen plausibele verklaring voor de geconstateerde letsels bij de jeugdige.
- Het is aannemelijk dat de verklaring van de betrokkene niet (volledig) op waarheid berust. Hieruit voortvloeiende is het tevens aannemelijk dat de opgestelde rapportage, d.d. 9 april 2025 van het incident, niet (volledig) op waarheid berust. (…)”
4.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek
primairvanwege verwijtbaar handelen,
subsidiairvanwege een verstoorde arbeidsverhouding. DJI verzoekt te bepalen dat aan [werknemer] geen transitievergoeding toekomt bij ontbinding op de primaire grondslag. Bij ontbinding op de subsidiaire grondslag verzoekt DJI de transitievergoeding waar [werknemer] aanspraak op heeft te bepalen op
€ 33.805,23 bruto. DJI verzoekt een proceskostenveroordeling van [werknemer] .
primairdat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. [werknemer] verzoekt de kantonrechter DJI te veroordelen om hem binnen twee werkdagen na de datum van de beschikking weer toe te laten tot zijn eigen werkzaamheden, op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per overtreding vermeerderd met € 1.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat de overtreding voortduurt.
5.De beoordeling van het verzoek
- [werknemer] heeft met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid geweld gebruikt tegen de jongere in zijn kamer. De tijd totdat de jongere geboeid was, was kort, zo’n 30 seconden volgens [werknemer] . In die tijd heeft de jongere zijn letsels opgelopen, welke letsels niet anders kunnen zijn ontstaan dan door stomp botsend geweld met een vuist of elleboog tegen beide zijden van het hoofd van de jongere (scenario 4, zie 3.20). Dit stemt overeen met de verklaring van de jongere dat hij tweemaal door twee verschillende beveiligers, [werknemer] en [collega 1] tegen zijn slaap is geslagen. Slechts in een uitzonderlijk geval van noodweer/zelfverdediging kan een medewerker een vuistslag geven. Het is duidelijk dat daar in de situatie met de jongere geen sprake van is geweest.
- [werknemer] heeft in strijd met de geldende regels voorafgaand aan het toepassen van geweld geen waarschuwing gegeven. BI heeft vastgesteld dat geen van de betrokkenen en getuigen hebben verklaard dat er een waarschuwing is gegeven, zodat BI het aannemelijker acht dat er niet is gewaarschuwd voor de toepassing van het geweld in plaats van dat er wel voor is gewaarschuwd.
- [werknemer] heeft geweld gebruikt tegen de jongere terwijl op grond van de verklaringen van de betrokkenen en getuigen niet vaststaat dat sprake was van een acuut dreigende situatie die de inzet van geweld zou kunnen rechtvaardigen. De inzet van geweld is een uiterst middel, als geen andere mogelijkheden meer bestaan om een acuut gevaar af te wenden. Uit de camerabeelden blijkt dat er geen sprake was van een dergelijke situatie.
- Als er al sprake was van een dreigende situatie, dan had die dreiging op een andere manier kunnen worden afgewend. [werknemer] en zijn collega’s hadden allemaal naar achteren kunnen stappen, waarna de deur van de kamer van de jongere gesloten had kunnen worden. Als er al gepast geweld had moeten worden gebruikt, dan was het logischer geweest als [werknemer] en zijn collega’s de jongere onder controle hadden gebracht met een opbrenggreep buiten de kamer van de jongere. Daar is namelijk veel meer ruimte en bovendien hangen daar camera’s.
Op basis van de vergelijking tussen de verklaringen van de getuigen, de betrokkene(n), de camerabeelden en de bevindingen uit het toedrachtsonderzoek door de forensisch arts, ontstaat geen volledig eenduidig beeld van het incident op 9 april 2025 in en rondom de kamer van [de jongere]”
Uit het onderzoek blijkt dat de betreffende de handelingen die zijn verricht bij het op kamer plaatsen van [de jongere] (onvoldoende) in beeld zijn gebracht. De camerabeelden bieden daardoor geen duidelijkheid over het daadwerkelijk handelen van de betrokkene. Er is daarnaast gesproken met getuigen en met de betrokkene. Deze verklaringen geven echter geen consistent beeld van de feitelijke gang van zaken. Er is geen eenduidig beeld ontstaan van de handelingen die door de betrokkene verricht zijn. Aangezien het beschikbare bewijsmateriaal, bestaande uit de camerabeelden en verklaringen, onvoldoende basis biedt om met voldoende zekerheid vast te stellen wie welke handelingen heeft verricht, kan niet worden vastgesteld in hoeverre is gehandeld in overeenstemming met de geldende dienstinstructies.”
niet anders kunnen zijn ontstaan dan door stomp botsend geweld met een vuist of elleboog tegen beide zijden van het hoofd van de jongere.’ Waar in het rapport wordt gesproken over ‘mogelijke oorzaak’(door de forensische arts), en BI concludeert dat scenario 4 het ‘meest aannemelijk’ is, transformeert DJI dat in het verzoekschrift ten onrechte tot een zekerheid. DJI koppelt daar ook nog aan dat het [werknemer] moet zijn geweest die de jongere in zijn kamer een vuist of elleboog heeft gegeven, terwijl de jongere dit zelf niet verklaart of daar anderszins aanknopingspunten voor zijn. [werknemer] was bovendien niet alleen in de kamer met de jongere.
een onbetrouwbare zak hooi’ na het zien van de camerabeelden. Ook de jongere zelf verklaart niet in lijn met de camerabeelden. Ook de verklaring van [werknemer] bevat inconsistenties.